Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Kennismaking met kerkelijk recht arrow Kennismaking met kerkelijk recht/33. De bisschoppenconferenties/3
Afdrukken Verzenden naar een vriend



 

 

DE BISSCHOPPENCONFERENTIES/3

 

Nadat we de institutionele realiteit van de bisschoppenconferenties hebben uiteengezet en nadat we hun bevoegdheden op synthetische wijze voorgesteld hebben, willen we enkele pastoraal-theologische reflecties toevoegen die ons toelaat om hun natuur en het belang van de rol waartoe zij geroepen zijn te begrijpen.

De bisschoppenconferenties zijn, zoals we al zegden, verzamelingen van Kerken die eenzelfde socioculturele basis hebben; zij zijn geen intermediaire lichamen van hiërarchisch bestuur van de Kerk en zij vormen ook geen brug tussen de primauteit van de paus en de diocesane bisschop.

Het goddelijk recht immers stelt dat er geen enkel intermediair lichaam tussen de universele Kerk en de particulier diocesane Kerk kan bestaan. Dit laatste is ook geen gedeeltelijke realiteit van de Kerk; in de Kerk bestaat de volheid van de Kerk van Christus, op zodanige wijze dat de aanvaarding van het Evangelie en de gaven van de Geest, de viering van de eucharistie en het herderlijke ambt vertegenwoordigd worden[1].

De Kerk van God realiseert zich concreet in elke particuliere diocesane Kerk; de constitutie Lumen gentium stelt dat “zij gevormd zijn naar het beeld van de universele Kerk, het is in hen dat de ene en unieke katholieke Kerk bestaat”[2].

Bijgevolg is de diocesane Kerk geen gedeeltelijke manifestatie van de Kerk en is zij niet simpelweg onderworpen aan de universele Kerk[3], wat begrepen moet worden vanuit de plaatselijkheid die zich effectief realiseert binnen de gemeenschap tussen alle Kerken[4].

Vanuit theologisch oogpunt mogen de bisschoppenconferenties niet op dezelfde manier beschouwd worden zoals elke diocesane Kerk “Kerk” is.

Autonomie en solidariteit

Ook al zijn ze geen intermediaire lichamen van kerkelijk bestuur, de belangrijke rol van de bisschoppenconferenties in dienst van het Godsvolk dat binnen het territorium van hun bevoegdheid woont mag niet onderschat worden, vooral dan wat de wetgevende activiteiten betreft.

Vanuit dit oogpunt vreesde men dat de bisschoppenconferenties vandaag niet dezelfde weg zouden kunnen bewandelen omdat de Latijnse ecclesiologie prioriteit geeft aan de universele Kerk en aldus de realiteit van de particuliere diocesane Kerk verduisteren. Dit risico is nog meer reëel door het feit dat de bisschoppenconferenties hun territoriale dimensie vergroot hebben en een supranationale dimensie hebben gekregen, zodat de autonomie van de diocesane bisschop bedreigd zou kunnen worden.

Vanuit het oogpunt van de Codex van Canoniek Recht is het duidelijk dat de bisschoppenconferenties hun rol niet uitoefenen door zich tegen de macht van de bisschop op te werpen. Integendeel, zij kunnen een “uitbreiding” van het pastorale ambt vertegenwoordigen, op een zodanige manier dat de bisschop in gemeenschap met de andere bisschoppen zijn eigen ambt sterker kan uitoefenen.

De bisschoppenconferentie zet zich niet af tegen de gewone potestas, eigen en direct toekomend aan de diocesane bisschop, maar integendeel, zij maakt deze meer werkzaam en laat de bisschop toe om zijn taken beter te vervullen, in verbondenheid en solidariteit met de andere bisschoppen met wie hij door geografisch buurtschap verbonden is. Het bestuur van een bisdom door een bisschop en zijn deelname aan de bisschoppenconferentie zijn strikt en onderling afhankelijk met elkaar verbonden.

Een correcte uitoefening van het bisschopsambt vraagt dat men niet geïsoleerd raakt, maar dat met samenwerkt met de andere bisschoppen om een gezamenlijke verrijking, een uitwisseling van ervaringen en gemeenschappelijke disciplinaire beslissingen te bereiken.

Verantwoordelijkheden in gemeenschap

Vanuit een andere optiek heeft men tegelijk opgeworpen dat de wetgevende functie van de bisschoppenconferenties – waarvan men het plaatselijk belang niet mag onderschatten - ten gronde is uitgeoefend inzake materies van relatief belang en dat hun macht feitelijk lijdt onder strenge restricties.

We weten reeds dat de bisschoppenconferenties de macht bezitten om algemene decreten uit te geven, administratieve en wetgevende, binnen de aanzienlijke domeinen die de Codex aan hun complementair recht heeft toegewezen. Nochtans is die macht onderworpen aan precieze voorwaarden, ook wat zaken betreft die met hun macht verbonden zijn, alsook wat de procedure van beslissingen betreft. Inzake deze materies kunnen zij slechts wetten maken wanneer het universeel recht of een beslissing van de Heilige Stoel dit voorziet. Wat de procedure betreft kunnen decreten die binnen de algemene vergadering goedgekeurd werden met een minimale 2/3 meerderheid van stemmen niet geldig gepromulgeerd worden zonder voorafgaande erkenning door de Heilige Stoel.

Sommige auteurs zien in deze voorwaarden, en vooral in de noodzaak van de erkenning (recognitio) vanwege de Heilige Stoel, een begrenzing van de uitoefening van de verantwoordelijkheid van de bisschoppenconferenties en zij beschouwen deze situatie als een onderwerping van de lokale Kerken aan de Apostolische Stoel die de bisschoppenconferenties onbekwaam maakt om te antwoorden op de noden waarvoor zij net in het leven geroepen zijn.

Zonder enige twijfel moet de erkenning door de Apostolische Stoel niet beschouwd worden als een eenvoudige formaliteit. Het is een conditio sine qua non en zij geeft kracht van wet aan de beslissingen van de bisschoppenconferenties, ook al blijven het beslissingen van de conferentie zelf, die zich niet ontpoppen tot verklaringen van een superieure autoriteit.

Het is de verificatie van de orthodoxie van de genomen beslissingen die de uitoefening van de erkenning door de Apostolische Stoel rechtvaardigt; dit laatste is ook een juridische uitdrukking van de gemeenschap tussen de bisschoppenconferenties en de Heilige Stoel. In deze zin moet dit niet geïnterpreteerd worden als een maatregel tegen de daadwerkelijke verantwoordelijkheid van de bisschoppenconferenties of de legitieme autonomie van de diocesane Kerken.

Besluit

De juridische en structurele gestalte van de bisschoppenconferenties is binnen de hedendaagse kerkelijke samenleving een voorafbeelding van een nieuwe manier van kerkelijk bestuur door de bisschoppen, in een dimensie van gemeenschap en solidariteit, binnen een bepaald territorium en specifieke culturele ruimte. Hun activiteit biedt ook op een meer aangepaste en daadwerkelijke wijze antwoord op de noden van de tijd en de verschillende menselijke en sociale milieus.

Zodoende is de rol van de bisschoppenconferenties essentieel om de wanorde van de hedendaagse wereld waarmee de Kerk geconfronteerd wordt te verlichten, alsook om een meer kostbare hulp te kunnen bieden aan de evangelisatie van de culturen en de inculturatie van het geloof.

Silvia Recchi

(Vertaald uit het Frans door Tim Peeters, pr.)

 

 

______________________

[1] Vgl. Christus Dominus, 11.

[2] Lumen gentium, 23.

[3] “De Kerk van Christus, die in de geloofsbelijdenis één, heilig, katholiek en apostolisch wordt genoemd is de universele Kerk, d.w.z. de universele gemeenschap van volgelingen van de Heer, die aanwezig en werkzaam is binnen de particulariteit en diversiteit van personen, groepen, tijden en plaatsen. Binnen de veelheid van particuliere expressies van de helende aanwezigheid van de unieke Kerk van Christus, vindt men van in het begin van de apostolische tijd expressies die in zichzelf Kerken zijn, omdat, ook al zijn ze particulier, de universele Kerk erin aanwezig is met al haar essentiële kenmerken. Zij zijn bijgevolg gevormd naar ‘het beeld van de universele Kerk’ en elke Kerk is een deel van het volk van God dat aan een bisschop als herder is toevertrouwd in samenwerking met zijn presbyterium”, Congregatie voor de Geloofsleer, Communionis notio, Brief over bepaalde aspecten van de Kerk begrepen als gemeenschap (28 mei 1992), 7.

[4] “Daarom is de universele Kerk het Lichaam van de Kerken; men mag op dezelfde analoge wijze dit concept van gemeenschap toepassen op de eenheid onder de particuliere Kerken, en zo de universele Kerk begrijpen als een gemeenschap van Kerken”, Congregatie voor de Geloofsleer, Communionis notio…, 8. Als reactie op de brief Communionis notio en op de centrale bevestiging van “de ontologische realiteit en chronologisch voorafgaan van de universele Kerk aan elke particuliere en singuliere Kerk”, ging mgr. Walter Kasper, die op dat moment nog geen kardinaal-voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Eenheid onder de Christenen was, in het tijdschrift Stimmen der Zeit van december 2000 een theologisch debat aan met kardinaal Ratzinger, voorzitter van de Congregatie voor de Geloofsleer. Dit broederlijk en inhoudelijk debat duurde maar liefst tien jaar; het heeft geholpen om het delicate verband tussen de universele Kerk en de particuliere Kerken te verdiepen; cf. A. Miltos, Les Église locales et l’Église universelle; une relecture orthodoxe du débat Ratzinger-Kasper, in “Istina” 58 (2013/I) 23-29.

 

25/03/2014


 

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis