Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Kennismaking met kerkelijk recht arrow Kennismaking met kerkelijk recht/32. De bisschoppenconferenties/2
Afdrukken Verzenden naar een vriend


 

Kennismaking met kerkelijk recht/32

 

 

DE BISSCHOPPENCONFERENTIES/2

 

In het eerste deel hebben we de natuur van de bisschoppenconferenties uiteengezet, als organen van harmonisering inzake het pastorale bestuur van de Kerken in een homogene socioculturele context, meestal nationaal.

We hebben gezegd dat de dimensie van institutionele continuïteit die eigen is aan de bisschoppenconferentie nood heeft aan een interne organisatie, met aangepaste organen om haar te vertegenwoordigen en met permanente burelen.

De benoeming van een voorzitter komt aan de algemene vergadering van de bisschoppenconferentie toe[1]. De vergadering verkiest de leden van de permanente raad die de taken van organisatie en leiding op zich nemen; zij stelt een algemeen secretariaat aan dat op een stabiele manier werkt en met een louter uitvoerende rol; zij ontwerpt commissies en andere interne burelen, permanente of tijdelijke, voor specifieke problemen.

De taken die aan de bisschoppenconferenties toevertrouwd worden betreffen verschillende materies. Het komt hen toe om beslissingen van disciplinair, liturgisch en sacramenteel niveau te nemen; ook het domein van het onderwijs komt hen toe, de bescherming van de leer, van de kerkelijke rechtvaardigheid en van het beheer van de kerkelijke goederen, om er maar enkele belangrijke te noemen[2].

Wetgevende competenties

De wetgevende macht wordt door de bisschoppenconferentie uitgeoefend via algemene decreten, uitgevaardigd door de algemene vergadering en zij hebben werkelijk kracht van wet binnen het territorium.

De materies waarover de wetgevende macht kan uitgeoefend worden zijn vastgelegd door het Wetboek van Canoniek Recht, of worden door een bijzonder mandaat door de Heilige Stoel verleend.

De “aanvullende” wetgeving, als aanvulling van de Codex, die aan de bisschoppenconferenties verleend wordt beoogt het aanpassen van de kerkelijke discipline aan de plaatselijke concrete omstandigheden.

De Codex van de Kerk biedt “ruimten” die door deze wetgevende macht van de bisschoppenconferenties ingevuld moeten worden, opdat er binnen de schoot van een bepaald territorium normen en aangepaste oplossingen geboden worden als antwoord op de specifieke en algemene noden op het territorium.

Wetgevende beslissingen zijn zodoende het resultaat van een bredere en verdiepte reflectie door de bisschoppen met het doel om de universele wet in te passen, om haar aangepast te maken, in dienst van mensen die in verschillende culturele contexten wonen[3].

In deze zin zijn de bisschoppenconferenties geroepen om beslissingen te nemen aangaande liturgische aanpassingen, oecumene, diocesane structuren, het beheer van kerkelijke goederen, de vorming van priesters, het gebruik van de media, de werking van kerkelijke rechtbanken alsook aangaande verschillende disciplinaire domeinen.

Bij hun beslissingen zijn zij strikt aan het wetgevend parcours zoals voorzien door het Canoniek Recht gebonden. De decreten, die door de algemene vergadering met een ruime meerderheid van 2/3 van de stemgerechtigde leden[4] genomen worden, zijn onderworpen aan goedkeuring vanwege de Heilige Stoel en kunnen nadien door de bisschoppenconferentie gepromulgeerd worden.

Als de universele wet, die voor de gehele katholieke Kerk geldt, de zorg heeft om de eenheid van het Godsvolk te beschermen in haar leven en geloofswaarheden, dan bestaat de functie van het complementaire recht van de bisschoppenconferenties erin om deze aan de socioculturele uitingen van het Godsvolk aan te passen en ze toe te passen in overeenstemming met de voorschriften van de universele normen.

Men begrijpt dan ook het belang van de wetgevende activiteit van de bisschoppenconferenties die toestaat om in de schoot van de plaatselijke Kerken een aangepaste juridische identiteit volgens de noden van plaats en tijd te realiseren.

Men moet er nog op wijzen dat, 25 jaar na de promulgatie van de nieuwe Codex van de Kerk, die vraagt om deze identiteit te ontwikkelen, er talrijke bisschoppenconferenties zijn die deze taak nog niet of slechts ten dele vervuld hebben.

Doctrinele autoriteit

De bisschoppenconferentie kan zich ook uitspreken over doctrinele vraagstukken die zich richten op relatieve problemen die zich op het territorium voordoen.

Eén van deze recente ontwikkelingen van theologische en juridische reflectie over de natuur van de bisschoppenconferenties betreft precies hun autoriteit inzake doctrinele verklaringen[5].

De Codex bevestigt dat de uitoefening van het bisschopsambt, zelfs binnen de modaliteit eigen aan de bisschoppenconferentie, een doctrinele functie impliceert. De bisschoppenconferentie oefent een leerstellige taak, traditioneel “magisterium” genoemd, uit, want ze geeft bv. pastorale brieven uit over verschillende vraagstukken inzake het geloof, de moraal, de samenleving, enz.

Wat is de waarde van dit onderricht?

Het leergezag van de bisschoppen, zowel wanneer ze individueel als gezamenlijk met een kleiner of groter deel van de andere bisschoppen handelen, is nooit onfeilbaar, doch mag altijd als authentiek beschouwd worden. De gelovigen zijn gehouden om in te stemmen met een geest van eerbiedige devotie (can. 753)[6].

De algemene vergadering is het enig bevoegde orgaan dat handelingen van authentiek leergezag mag stellen; de bisschoppenconferentie kan deze macht niet delegeren aan haar commissies of aan andere organen die plaatsvervangend zouden optreden.

Het motu proprio Apostolos suos stelt hieromtrent: “Ervan uitgaande dat het authentieke leergezag van de bisschoppen, namelijk datgene wat zij leren in zoverre ze met Christus’ gezag zijn bekleed, altijd in gemeenschap moet zijn met het hoofd van het College en met zijn leden, kunnen de uitspraken van de bisschoppenconferenties op leerstellig gebied, als ze eenstemmig zijn goedgekeurd, ongetwijfeld  openbaar gemaakt worden namens de bisschoppenconferenties zelf, en moeten de gelovigen zich met religieuze eerbied van geest houden aan dit authentiek leergezag van hun bisschoppen. Maar als er geen eenstemmigheid is verkregen, kan de eenvoudige meerderheid van de bisschoppen van een conferentie een eventuele uitspraak niet openbaar maken als authentiek magisterium van die conferentie waaraan de gelovigen van het gebied zich zouden moeten houden, tenzij deze uitspraak de erkenning (recognitio) heeft verkregen van de Apostolische Stoel, die deze recognitio niet zal geven als er geen gekwalificeerde meerderheid is”[7].

Bijgevolg kan alleen een doctrinele verklaring die unaniem in naam van de conferentie zelf werd goedgekeurd ook gepubliceerd worden; anderzijds moet zij een erkenning door de Apostolische Stoel ontvangen wanneer zij door een uitgesproken meerderheid werd goedgekeurd vooraleer zij gepubliceerd kan worden als authentiek leergezag.

Wat doctrinele verklaringen betreft, hebben enkel de leden van de conferentie die bisschop gewijd zijn stemrecht in de algemene vergadering; in deze context spreekt het Canoniek Recht in het voordeel van de ontologisch-sacramentele conditie eigen aan de bisschoppen. Daarom is de participatie van een Kerk die door een priester geleid wordt die geen bisschop is uitgesloten.

 

Silvia Recchi

(Wordt vervolgd)

 

(Vertaald uit het Frans door Tim Peeters, pr.)

 

______________________

[1] In Italië komt de benoeming aan de Heilige Vader toe.

[2] De wetgevende machten die de Codex aan de bisschoppenconferenties wil toekennen was aanvankelijk sterker. Maar uiteindelijk werden ze beperkt om de autonomie van de bisschoppen in hun eigen bisdommen te vrijwaren.

[3] Zie S. Recchi, La législation épiscopale complémentaire des Conférences épiscopales et l’inculturation du droit canonique. Le cas de l’Afrique, dans “L’Année canonique” 42 (2000) 313-330.

[4] Volgens can. 454 komt de beslissende stemming toe aan de diocesane bisschoppen alsook aan hen die volgens het recht aan hen gelijk zijn (bv. prelaten die een apostolische prelatuur besturen, een apostolisch vicariaat, een apostolische prefectuur), en aan de hulpbisschoppen-coadjutors. Gewone hulpbisschoppen, bisschoppen-emeriti en andere titulaire bisschoppen daarentegen die deel uitmaken van de bisschoppenconferentie hebben beslissende of raadgevende stem naargelang de voorzieningen van de statuten van de conferentie. Wanneer het echter gaat om de statuten van de conferentie op te stellen of aan te passen, komt de beslissende stem enkel aan de diocesane bisschoppen toe, de gelijkgestelden en de hulpbisschoppen-coadjuitors hebben dan slechts raadgevende stem.

[5] Vgl. Johannes Paulus II, Apostolische brief motu proprio Apostolos suos over de theologische en juridische natuur van de bisschoppenconferenties, 21 mei 1988.

[6] “Als de in de Bisschoppenconferentie verzamelde bisschoppen nieuwe vraagstukken behandelen en ervoor zorgen dat de boodschap van Christus het geweten van de mensen verlicht en leidt bij het vinden van een antwoord op de nieuwe problemen die door de veranderingen in de samenleving rijzen, oefenen zij gezamenlijk hun leerambt uit. Ze zijn zich daarbij bewust van de beperkingen van hun uitspraken die niet de kenmerken hebben van het algemeen leergezag, ook al zijn ze officieel en authentiek, en in verbondenheid met de Apostolische Stoel. Daarom moeten zij zorgvuldig vermijden het leerstellige werk van bisschoppen uit andere gebieden te doorkruisen, en rekening houden met de weerklank die gebeurtenissen uit een bepaald gebied, dankzij de communicatiemiddelen, in wijde omgeving en zelfs in de hele wereld hebben”, Apostolos suos, 22.

[7] Apostolos suos, 22.

 

21/03/2014


 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis