Kennismaking met kerkelijk recht/6
DE HEILIGING VAN DE TIJD
De stem van de Kerk in het getijdengebed
Het getijdengebed, ook officiegebed genoemd, is het publieke en officiële gebed van de Kerk doorheen de dag. Het is de biddende stem van het gelovige volk, dat de Heer publiek looft[1] en dat het basisvoedsel aanreikt voor het persoonlijke gebed[2].
Het getijdengebed ontspringt uit het verlangen om op het gebod van de Heer in te gaan om zonder ophouden te bidden, zonder zich te vermoeien (vgl. Lc. 18, 1). Volgens een oude christelijke traditie wordt de tijd - dag en nacht - geheiligd[3] door het getijdengebed. Het getijdengebed impliceert uiteraard ook de viering van de eucharistie, die rijkdom schenkt aan elk moment van het menselijk leven[4].
Het officiegebed is geen privaat gebeuren, maar het behoort de ganse Kerk toe. In het getijdengebed luistert de Kerk naar God die tot zijn volk spreekt, herinnert zij zich het heilsmysterie, brengt zij zonder ophouden lof aan God doorheen zang en gebed en voltrekt zij dit voor de hele mensheid (vgl. can. 1173). De Kerk aanroept Christus, en door Hem de Vader, omwille van het heil voor de hele wereld; op die manier vertolkt het officiegebed niet alleen de stem van de Kerk maar ook en vooral die van Jezus Christus[5].
De viering van het getijdengebed
In de gemeenschappelijke viering komt het getijdengebed het best tot recht; nochtans blijft de kerkelijke dimensie bewaard wanneer het persoonlijk gebeden wordt, want de stem van de Kerk spreekt doorheen elke gelovige.
De Kerk vertrouwt het bidden van het getijdengebed toe aan een aantal specifieke categorieën van gelovigen. In de eerste plaats voor de bisschoppen en de priesters die door hun ambt geroepen zijn om voor het volk te bidden dat hen is toevertrouwd en ook voor het ganse volk van God. Ook de diakens die zich op het priesterschap voorbereiden zijn aan het bidden van het getijdengebed gehouden, alsook de leden van de instituten van godgewijd leven en de sociëteiten van apostolisch leven, ook al zijn zij geen clerici (vgl. can. 1174 §1).
De bisschoppen, de priesters en de diakens die zich op het priesterschap voorbereiden zijn door een echte juridische plicht aan het bidden van het getijdengebed gehouden; ze zijn verplicht om het elke dag in totaliteit te bidden volgens de goedgekeurde liturgische boeken (vgl. can. 276 §2, nr. 3).
De leden van de instituten van godgewijd leven en de sociëteiten voor apostolisch leven zijn overeenkomstig de voorschriften van hun eigen statuten aan het bidden van het getijdengebed gehouden (vgl. can. 663 §3 en 739). De permanente diakens echter zijn alleen voor het deel dat door de bisschoppenconferentie is voorgeschreven aan het getijdengebed gehouden.
Het is opmerkelijk dat het kerkelijk recht aan de priesters een canonieke verplichting oplegt om de dagelijkse Schriftlezing en de viering van het integrale getijdengebed te verrichten, terwijl het hen slechts uitnodigt om de eucharistie 'regelmatig', dat betekent dagelijks, te vieren (vgl. can. 904 en 276 §2, nr. 2). Ze moeten bijzondere aandacht schenken aan de gebedstijden van de lauden en de verpers. De priesters en de diakens die zich op het priesterschap voorbereiden mogen het getijdengebed niet nalaten, tenzij ze door een ernstige reden verhinderd worden[6].
Inderdaad, het geestelijke leven van de bedienaars moet zich incarneren in hun leven doorheen de liturgie, doorheen het persoonlijk gebed en een coherente levensstijl; al deze inspanningen dragen bij aan de vruchtbaarheid van hun dienstwerk. De identificatie met de Heer verwacht dat men kan ademen in een klimaat van vriendschap en persoonlijke ontmoeting met Hem[7] - en dit wordt door het getijdengebed gestimuleerd.
Ook de seminaristen die zich op een heilige wijding voorbereiden moeten in het bidden van het getijdengebed gevormd worden, zodat ze in naam van de Kerk tot de Heer kunnen bidden voor het ganse christenvolk en voor de hele wereld (vgl. can. 246 §2).
Een uitnodiging voor alle gelovigen
Omdat het getijdengebed een act van de Kerk is - dus van het gehele volk van God in de verscheidenheid van roepingen en ambten - worden alle gelovigen met grote aandrang uitgenodigd om aan de viering van het getijdengebed - zo krachtig in betekenis en uitwerking - deel te nemen, ieder volgens zijn eigen mogelijkheden (vgl. can. 1174 §2).
Deze uitnodiging geldt in het bijzonder voor die gelegenheden waarbij gelovigen zich voor het gemeenschappelijke gebed verzamelen, op vormingsdagen, retraites of speciale gelegenheden. De uitnodiging is ook aan de gezinnen gericht, die doorheen het bidden van het getijdengebed en overeenkomstig de gelegenheid zich diep in het gebed van de Kerk kunnen nestelen[8].
De tijd van de viering
Het goddelijke officie is verdeeld over verschillende momenten doorheen de dag, zodat de hele dag aan God wordt toegewijd doorheen gebed en lofzang.
Om dit te realiseren moet men - in de mate van het mogelijke - de gepaste tijd van elk uur respecteren. Wanneer men dit systematisch verwaarloost, gaat men in tegen de eigen geest en het doel van het getijdengebed.
Om de dag werkelijk te heiligen en om de tijden met spiritueel profijt te bidden, is het bewaren van de eigen tijd noodzakelijk - dat bevestigt ook Vaticanum II[9].
Silvia Recchi
(Vertaald uit het Frans door Tim Peeters, pr.)
[1] Vgl. Sacrosanctum Concilium, 99.
[2] Vgl. Sacrosanctum Concilium, 90.
[3] Vgl. Congregatie voor de Eredienst, Algemene inleiding op het getijdengebed, 11 april 1971, 10.
[4] Vgl. Paulus VI, Apostolische Constitutie Laudis canticum, 1 november 1970, Inleiding.
[5] Vgl. Congregatie voor de Eredienst, Algemene inleiding op het getijdengebed..., 15 en17.
[6] Vgl. Congregatie voor de Eredienst, Algemene inleiding op het getijdengebed..., 29.
[7] Vgl. Congrégatie voor de Clerus, Directoire pour le ministère et la vie des prêtres, 31 januari 1994, 39.
[8] Vgl. Congregatie voor de Eredienst, Algemene inleiding op het getijdengebed..., 27.
[9] Vgl. Sacrosanctum Concilium, 94.
|
Silvia Recchi, lid van de Gemeenschap Redemptor hominis, behaalde het doctoraat in de Politieke Wetenschappen, en vervolgens het doctoraat Summa cum laude in Kerkelijk Recht aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit, met een thesis over het godgewijde leven. Zij doceert aan de Katholieke Universiteit van Centraal-Afrika (Yaoundé - Kameroen) als Directrice-emeritus van het Departement Kerkelijk Recht. Zij is juridisch adviseur van de Conferentie van Algemene Oversten van Kameroen en van de ACERAC (Vereniging van de Bisschoppenconferenties van Centraal-Afrika). Zij is vertegenwoordigster van Afrika in de Internationale Genootschap "Kerkelijk Recht en Cultuur". Zij is lid van de redactie van het tijdschrift "Quaderni di diritto ecclesiale" en auteur van de commentaar bij de canons over de Instituten van het godgewijde leven in de Codice di Diritto Canonico Commentato (in opdracht van de redactie van "Quaderni di diritto ecclesiale"), Ancora, Milaan 2004.
Ze publiceerde veel artikelen in gespecialiseerde tijdschriften van Kerkelijk Recht en godgewijd leven.
|
22/01/2011
|