web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Kennismaking met kerkelijk recht arrow Kennismaking met kerkelijk recht (5). Wat zijn de instrumenten van het recht van de Kerk?
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
bannerrh3nl.jpg

| Afdrukken |



 

Kennismaking met kerkelijk recht/5


WAT ZIJN DE INSTRUMENTEN

VAN HET RECHT VAN DE KERK?


Om het recht toe te passen heeft de Kerk als basaal instrument het Wetboek van Canoniek Recht. Toch vragen wij ons af of dit het enige instrument is dat zij ter beschikking heeft, en waar de normen ervan vandaan komen.

 Johannes Paulus II drukte zich bij de presentatie van het Wetboek van 1983 als volgt uit: "Ik zou voor u als aanwijzing en herinnering als het ware een ideale driehoek willen schetsen: bovenaan bevindt zich de Heilige Schrift, aan een zijde de akten van Vaticanum II en aan de andere het nieuwe canonieke Wetboek. En om op geordende, coherente wijze vanuit deze twee boeken, uitgewerkt door de Kerk in de twintigste eeuw, op te stijgen naar die hoogste en onvermijdelijke top zal men langs de zijden van die driehoek moeten gaan, zonder slordigheden en omissies, met respect voor de noodzakelijke verbanden: ik bedoel heel het magisterium van de voorafgaande oecumenische concilies en ook ... die erfenis van juridische wijsheid die tot de Kerk hoort"[1]. Een tot de verbeelding sprekende figuur om ons te laten begrijpen dat in de Kerk de wet niet de plaats inneemt van Gods Woord; aan de top staat het evangelie, dat op zijn beurt de mens plaatst in het centrum van de wet. De wet is niet onmenselijk en mensvijandig, maar staat ten dienst van het evangelie en dientengevolge van de warheid over de mens.

Heel de juridisch-wetgevende traditie van de Kerk ontleent haar oorsprong immers aan de erfenis van het Oude en Nieuwe Testament[2].

Het kenmerk van de norm van de Kerk is niet dat zij hard of afgezwakt is, omdat haar enige doel de salus animarum is, die altijd de hoogste wet moet zijn. Wij zouden nooit moe moeten worden te herhalen dat de mens zijn heil vindt in de ontmoeting met de Christus, in het leven in Hem en voor Hem, en dat het recht alleen maar een middel is om hem op deze weg te helpen.

Helaas is de beschuldiging vaak dat de Kerk de canonieke wetten gebruikt zonder de behoeften van de persoon voor ogen te houden. Soms beroept men zich zelfs op de "rechten van het individu", als zij op een duidelijke wijze tussen beiden komt in een voor de persoon en de kerkgemeenschap dubbelzinnige situatie. In deze gevallen zou men daarentegen zich ervan bewust moeten zijn dat een radicale, pijnlijke, maar heilzame chirurgische handeling doeltreffender is dan toe te laten dat de ziekte de hele persoon aantast en zich door besmetting verder verbreidt.

Anderzijds moet het recht van de Kerk niet met de pedanterie van de letter, die de geest van de wet doodt, worden toegepast, maar met canonieke billijkheid, ofwel met begrip voor de situatie. Dit is de delicate opgave, toevertrouwd aan de hiërarchie. De eerste wetgever in de Kerk is immers de paus[3]. De bemiddeling van de mensen die door Christus aan het hoofd zijn gesteld om zijn volk te leiden, het bisschoppencollege in vereniging met de paus, is onontbeerlijk voor het bestuur van de Kerk en dus voor haar wetgeving.

 Kortom, men dient Heilige Schrift, traditie en leergezag te verenigen voor een juiste rechtspleging.

Wat de relatie tussen Wetboek van canoniek recht en leer van het Tweede Oecumenisch Vaticaans Concilie betreft, kunnen wij de nauwe band die er bestaat tussen beide, in deze paar woorden omschrijven: het Wetboek van canoniek recht is het Wetboek van het Concilie.

Het weerspiegelt het beeld van de Kerk, zoals het Concilie dit heeft gepresenteerd: de Kerk als Gods volk, waarvan de leden een gemeenschap met elkaar vormen en op een bijzondere wijze met de herders die het ten dienst staan. En ook het Wetboek heeft, evenals het Concilie, de oude en nieuwe elementen van trouw in het nieuwe en het nieuwe in trouw geput uit de schat van de traditie[4].

De dialectiek tussen oud en nieuw, tussen gisteren en vandaag is dus de motor van het recht van de Kerk, dat zich niet mag afsluiten voor het nieuwe, de toekomst.

Maria Cristina Forconi

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)


 



[1] Johannes Paulus II, Presentazione ufficiale del nuovo Codice di Diritto Canonico ai Cardinali, ai Vescovi e al Corpo Diplomatico (3 februari 1983), in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, VI/1, Libreria Editrice Vaticana 1983, 317.
[2] Vgl. Sacrae disciplinae leges.
[3] Vgl. can. 331 en 333.
[4] Vgl. Sacrae disciplinae leges.



Maria Cristina Forconi, lid van de Gemeenschap Redemptor hominis, heeft het doctoraat summa cum laude behaald in kerkelijk recht bij de Pauselijke Universiteit Gregoriana (Rome), met specialisatie in jurisprudentie.

Haar publicatie: M. C. Forconi, Tu, solamente tu. Antropologia come fondamento dell'unità e dell'indissolubilità del patto matrimoniale, Editrice Pontificia Università Gregoriana, Roma 2004.

Zij is nu kerkelijke rechter bij de Diocesane Rechtbank te Roermond (Nederland) en bij de Interdiocesane Rechtbank eerste instantie te Gent - Diocesane zetel in Hasselt (België). 



15/01/2011
 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency