web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Kennismaking met kerkelijk recht arrow Kennismaking met kerkelijk recht (4). De priester
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
banner1.jpg

| Afdrukken |
 

Kennismaking met kerkelijk recht/4

De priester


Het "Jaar van de priesters", dat door Benedictus XVI op 16 maart 2009, samenvallend met de 150ste verjaardag van de dood van de heilige Jean Marie Vianney, werd aangekondigd, is pas afgesloten. Het doel dat de Heilige Vader zich voor ogen heeft gesteld, is "het streven van de priesters" te bevorderen "naar een geestelijke volmaaktheid waarvan de doeltreffendheid van hun ambt voornamelijk afhangt", "om steeds meer het belang van de rol en de zending van de priester in de Kerk en in de huidige samenleving waarneembaar te maken", door te kijken naar de heilige pastoor van Ars, "een waar voorbeeld van een herder ten dienste van de kudde van Christus"[1].

Uitgaande van deze woorden van de Heilige Vader, die zijn voorbereid in ontmoetingen met priesters, zoals die met de geestelijkheid van Rome, willen wij enkele aspecten belichten van de figuur van de priester. Wij doen dit met behulp van het Wetboek van Canoniek Recht.

Wie is de priester? Dit is de eerste vraag die wij ons stellen, wanneer wij de canones  onderzoeken die Benedictus XVI ons kan helpen begrijpen, waarbij hij die kleurt met zijn eigen gevoeligheid van herder in contact met de verschillende werkelijkheden van de wereld.

Wij blijven stilstaan bij de definitie die wordt gegeven in het Wetboek van hen die tot het priesterschap worden geroepen. Priesters zijn christengelovigen die worden "gewijd en bestemd om, ieder volgens zijn graad, het Godsvolk te weiden door in de persoon van Christus het Hoofd de taken te vervullen van verkondiging, heiliging en bestuur", zoals can. 1008 luidt[2].

Voor ons is van belang de aandacht te concentreren op de betekenis van een dergelijke wijding in relatie tot de Heer, die roept, en het Godsvolk, waarvoor de priester wordt geroepen en gewijd.

Priester voor eeuwig

"De wijding is vóór alles een goddelijke wijding, die de persoon in het diepste van zijn wezen raakt en een ontologische verandering met zich meebrengt ten opzichte van de vorige wijding in het doopsel (can. 1008) en hem toelaat tot een nieuwe levensstaat in de Kerk". Zij prent in de priester een "onuitwisbaar teken", oftewel, "de dienaar wordt door God definitief gewijd tot het dienstwerk. Dit definitief zijn wordt aangeduid door het sacramenteel karakter"[3].

Het is belangrijk deze uitdrukkingen te begrijpen, die een fundamentele werkelijkheid bevatten: de priesterwijding verandert het wezen van de persoon en brengt deze in een toestand die ten diepste verschilt van die van ieder andere gedoopte: immers, "terwijl het doopsel een gedaante verleent in de dimensie dat Christus het leven schenkt, schenkt de heilige wijding deze in de dimensie van Christus als Hoofd van de Kerk en Middelaar van de genade"[4].

Vanuit het standpunt van de zending gezien, verheldert Benedictus XVI: "De dimensie van de zending van de priester komt voort uit de sacramentele verpersoonlijking met Christus het Hoofd; zij brengt als consequentie met zich mee een zich van harte en geheel aansluiten bij wat de kerkelijke overlevering heeft gekenmerkt als de apostolica vivendi forma. Dit bestaat in het deelhebben aan een 'nieuw leven' in geestelijke zin, aan die 'nieuwe stijl van leven' die is begonnen door de Heer Jezus en die de apostelen zich hebben eigen gemaakt"[5].

In de persoon van Christus

De heilige wijding bevat drie graden, het episcopaat, het presbyteraat en het diaconaat, zoals aangeduid door §1 can. 1009[6]. Deze hebben verschillende functies al naar gelang hun graad; "de bevoegdheid te handelen in persona Christi Capitis is slechts voorbehouden aan bisschoppen en priesters en strekt zich niet uit tot de graad van diaken, zoals onlangs is benadrukt met de toevoeging van §3 aan can. 1009: "Zij die zijn aangesteld in de orde van het episcopaat en presbyteraat, ontvangen de zending en de bevoegdheid om te handelen in de persoon van Christus het Hoofd, de diakens zijn daarentegen niet bevoegd om het volk van God te dienen in de diaconie van de eredienst, het woord  en de liefde (caritas)" [7].  

De gewijde bedienaren worden geroepen, ieder in zijn eigen functie, om Christus "de Herder" na te volgen. De rol van herder in een bisdom is immers niet alleen een voorrecht van de bisschop, maar aan hem worden de priesters toegevoegd, zoals can. 369[8] verduidelijkt, waarbij men de verschuldigde verschillen voor ogen dient te houden[9].

In de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie, in het bijzonder Lumen gentium en Presbyterorum ordinis, waarvan het Wetboek van Canoniek Recht in zijn canones het onderricht opneemt, wordt in de figuur van de herder hetKard. Vallini met Benedictus XVI wezen van de priester herkend in relatie met Christus, zoals vervolgens de apostolische postsynodale exhortatie Pastores dabo vobis heeft hernomen: "De priesters vertegenwoordigen in de Kerk en voor de Kerk op sacramentele wijze Jezus Christus, Hoofd en Herder, verkondigen met gezag zijn woord, herhalen zijn gebaren van vergeving en van aanbod van heil ... dragen tot aan de volledige zelfgave zijn liefdevolle zorg voor de kudde welke zij in eenheid verzamelen en naar de Vader voeren door Christus in de Geest. In één woord, zij zijn er en handelen voor de verkondiging van het evangelie aan de wereld en voor de opbouw van de Kerk in naam en in de persoon van Christus, Hoofd en Herder. Dat is de typische en eigen manier waarop de gewijde bedienaren deelnemen aan het enig priesterschap van Christus"[10].

Zoals kard. Vallini onderstreept - en hierbij herneemt hij de woorden van paus Johannes Paulus II om de richtlijnen te schetsen voor de vorming tot het priesterschap -, kan men zeker zeggen dat "de categorie ‘herder', een typisch beeld van de persoon en de zending van Christus, kan worden beschouwd als een term die het wezen van de zending samenvat en onder één noemer brengt van hen die door het sacrament van de wijding eenvormig worden gemaakt aan Christus tot heil van de wereld. Met andere woorden, het wezenlijke doel van de vorming van de priesters moet zijn 'het bevorderen van een zich volledig aansluiten bij het oorspronkelijke en normatieve voorbeeld van de Goede Herder'"[11].

Herder in onze tijd

Paus Benedictus XVI heeft tijdens de traditionele ontmoeting aan het begin van de Veertigdagentijd met de priesters die hem in het bijzonder nabij zijn in het uitoefenen van de pastoraal in het bisdom Rome, hen opgeroepen zich authentieke herders te betonen voor hun  eigen gelovigen, ook voor hen die voor de eerste keer tot de Kerk naderen. "Wij moeten deze gelovigen helpen, ... om de aanwezigheid van het geloof te zien, om te begrijpen dat het niet iets is uit het verleden, maar dat vandaag de weg wijst, dat leert te leven als mens. Het is zeer belangrijk dat zij in hun pastoor werkelijk de herder vinden die hen liefheeft en die hen helpt vandaag het woord van God te horen; te begrijpen dat het woord voor hen is en niet alleen voor personen in het verleden of in de toekomst; die hen ook helpt in het sacramentele leven, in de ervaring van het gebed, in het luisteren naar Gods woord en in het leven van de gerechtigheid en de liefde, omdat de christenen zuurdeeg zouden moeten zijn in onze samenleving met zoveel problemen en zoveel gevaren en ook zoveel corruptie die bestaat"[12].

De figuur die de paus schetst van de priester als herder, is liefdevol, krachtig, openstaand voor het heden en tegelijkertijd verankerd in de elementen die deel uitmaken van de klassieke leer van de Kerk over het priesterschap.Saviano Roberto

Deze elementen afdoen als ouderwets en niet geschikt om de huidige wereld te evangeliseren zou alleen maar het idee geven van hoeveel oppervlakkigheid er in bepaalde kringen rondwaart die het diepe verlangen van het menselijke wezen zouden willen meten op grond van tevredenheidenquêtes, gepubliceerd in de kranten. En misschien bemerkt men niet eens de "leken"cultuur die de waarde van de mens goed weet af te wegen, die overeenkomstig haar idealen de moed heeft om "het woord" te verkondigen, "'s zondags in de kerk, onder de mensen, in het openbaar, onder de scouts, tijdens huwelijken ... - zoals Roberto Saviano zegt - een woord dat een schildwacht is, getuige, zo waar, samenhangend en helder dat men het alleen maar kan elimineren door het te doden. En dat ondanks alles erin is geslaagd te overleven"[13].

Getuige van een consequent leven

De priesters van onze tijd worden dus niet geroepen om "functionarissen van de eredienst" te zijn, kleurloze figuren, in de sacristie opgesloten, waarnaar men ze soms zou willen verbannen, maar zij worden geroepen om getuigen te zijn van het geloof in de Christus, om heilige herders te zijn, omdat "het geloof, dat niet alleen een zich aansluiten is bij bepaalde waarheden, maar goddelijk leven dat men deelt, behoefte heeft aan het vaderschap van heiligen. God heeft de Kerk de onfeilbaarheid van het leergezag gegarandeerd, maar niet de doeltreffendheid van het woord. Het woord is doeltreffend, als het geloofwaardig is, en het is geloofwaardig, wanneer het niet alleen het naakte woord is, maar getuigenis van een ervaring. Het bewijs van de geloofwaardigheid van het evangelie, de meest authentieke interpretatie ervan is het leven van de heiligen"[14].

Zoals Benedictus XVI heeft onderstreept, toen hij zich richtte tot de Argentijnse bisschoppen op ad limina-bezoek: "De heiligheid van leven is een kostbaar geschenk dat u uw gemeenschappen kunt geven op de weg van de ware vernieuwing van de Kerk. Vandaag meer dan ooit is heiligheid een steeds actueel vereiste, omdat de mens van onze tijd dringend behoefte voelt aan een helder en aantrekkelijk getuigenis van een consequent en voorbeeldig leven"[15]. De woorden van zijn homilie aan het beging van zijn petrinisch ambt herhalend, heeft de paus benadrukt dat evangelisatie "dus niet alleen bestaat in het overdragen of onderrichten van een leer, maar ook in het verkondigen van Christus, van het mysterie van zijn persoon en zijn liefde, daar wij werkelijk ervan overtuigd zijn dat ‘er niets mooiers is dan te worden bereikt, te worden verrast door het evangelie, door Christus. Er is niets mooiers dan Hem kennen en de vriendschap met Hem mee te delen aan anderen'"[16]. Benedictus XVI herinnert eraan dat "de taak van de herder, van de mensenvisser vaak soms vermoeiend kan schijnen. Maar zij is mooi en groot, omdat zij tenslotte een dienst aan de vreugde is, aan de vreugde van God, die zijn intrede wil maken in de wereld"[17].

Een vrij, arm en blij mens

Voor Benedictus XVI heeft het herder zijn duidelijke kenmerken die niet zijn te verwarren met de logica van de macht, het overheersen van de ander of het zoeken naar bijval van het publiek; de paus is rechtlijnig in de figuur die hij schetst van de priester die, als herder, de taak heeft om zijn vaderschap uit te oefenen jegens de hem toevertrouwde gelovigen; hij gaat zelfs verder door te stellen dat het is geen ambt dat alleen maar dienst is, hij spreekt van het uitoefenen van een "volledig en algeheel vaderschap", dat voortkomt uit het goddelijk vaderschap; een vaderschap dat moet worden beleefd "in het dagelijks dienstwerk", zoals de paus zegt, wanneer hij zich wendt tot zijn "priester-broeders" van Kameroen gedurende de vespers van het feest van de heilige Jozef in Yaoundé: "Inderdaad, de constitutie Lumen gentium van het concilie onderstreept: de priesters ‘dienen voor hun gelovigen, die zij door doopsel en onderricht op geestelijke wijze hebben verwekt als hun vaders in Christus, zorg te dragen' (nr. 28). Hoe zou men dan niet terugkeren naar de wortel van ons priesterschap, de Heer Jezus Christus? De relatie met zijn persoon vormt hetgeen wij willen beleven, de relatie met Hem die ons zijn vrienden noemt, omdat Hij alles wat Hij van de Vader heeft gehoord, ons heeft doen kennen (vgl. Joh. 15,15). Door deze diepe vriendschap met Christus te beleven zult u de ware vrijheid en de vreugde van uw hart vinden"[18].

Een vreugde die de paus bij verschillende ontmoetingen aan zijn broeders in het priesterschap heeft getoond en die hij blijft bewijzen, zelfs te midden van zoveel moeilijkheden en onbegrip, die verder gaan dan zijn persoon en komen vanuit een wereld die de vrijheid slecht verdraagt van iemand die de moed heeft de waarheid te verkondigen.

Benedictus XVI houdt als opperste herder van de Kerk niet met woorden een voorbeeld van de herder voor, maar hij toont het door zijn leven, als een stijl van leven om na te volgen, die hem steeds meer gelijk zal maken aan de Heer, vrij, arm en blij.

Maria Cristina Forconi



[1] Benedictus XVI, Discorso ai partecipanti alla Plenaria della Congregazione per il Clero (16 maart 2009), op www.vatican.va
[2] Can. 1008. Door het wijdingssacrament worden krachtens goddelijke instelling sommigen onder de christengelovigen, door een onuitwisbaar merkteken waarmee ze getekend worden, aangesteld als gewijde bedienaren; zij worden namelijk gewijd en bestemd om, ieder volgens zijn graad, het Godsvolk te weiden door in de persoon van Christus het Hoofd de taken te vervullen van verkondiging, heiliging en bestuur.
[3] G. Ghirlanda, Chierico (Clericus), in Nuovo Dizionario di diritto canonico. Verzorgd door C. Corral Salvador - V. De Paolis - G. Ghirlanda, Edizione San Paolo, Cinisello Balsamo (Mi) 1993, 153.
[4] G. Ghirlanda, Chierico..., 153.
[5] Benedictus XVI, Discorso ai partecipanti alla Plenaria della Congregazione per il Clero..., (16 maart 2009).
[6] Can. 1009 §1. De wijdingen zijn het episcopaat, het presbyteraat en het diaconaat.
[7] Benedictus XVI, Lettera apostolica "motu proprio" Omnium in mentem (26 oktober 2009), op www.vatican.va
[8] Can. 369. Een bisdom is een deel van het Volk Gods, dat aan een Bisschop wordt toevertrouwd om het in samenwerking met het presbyterium te weiden, zodat het, nauw verbonden met zijn herder, en door hem door het Evangelie en de Eucharistie in de Heilige Geest verzameld, een particuliere Kerk vormt, waarin de ene heilige katholieke en apostolische Kerk van Christus waarlijk aanwezig is en werkt.
[9] "De priesters delen in dezelfde functie (munus) als het ambt van de bisschop, aangezien zij, ook al bezitten zij niet de volheid van het priesterschap en zijn zij afhankelijk van de bisschoppen in de uitoefening van hun ambt, toch ware priesters van het Nieuwe Testament zijn, omdat zij deel hebben aan het ene priesterschap van Christus. ... Dit verbindt priesters en bisschoppen zo nauw met elkaar dat de priesters medewerkers zijn van heel de orde van de bisschoppen en samen met de bisschop één presbyterium vormen", G. Ghirlanda, Ordine sacro..., 741.
[10] Pastores dabo vobis, 15.
[11] Johannes Paulus II, Ai membri del Consiglio della Segreteria Generale del Sinodo dei Vescovi (15 februari 1990), in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XIII/1, Libreria Editrice Vaticana 1992, 461-462; geciteerd in A. Vallini, I grandi orientamenti della formazione al presbiterato, in "Quaderni di diritto ecclesiale" 3/1 (1990) 20.
[12] Benedictus XVI, Incontro con i parroci e il clero della diocesi di Roma (26 februari 2009), op www.vatican.va
[13] R. Saviano, Don Peppino, eroe in tonaca ucciso dal Sistema dei clan, in "La Repubblica" (18 maart 2009), op www.repubblica.it. Vgl. R. Saviano, Gomorra. Viaggio nell'impero economico e nel sogno di dominio della camorra, A. Mondadori Editore, Milano 2006, 258.
[14] E. Grasso, Prêtre en Afrique. Les sources trinitaires de son identité selon l'Exhortation apostolique Pastores dabo vobis, Centre d'Études Redemptor hominis (Cahier de Réflexion 6), Mbalmayo (Cameroun) 2005, 66.
[15] Benedictus XVI, Discorso ai Vescovi della Conferenza Episcopale di Argentina in visita "ad limina Apostolorum" (2 april 2009), op www.vatican.va
[16] Benedictus XVI, Discorso ai Vescovi della Conferenza Episcopale di Argentina..., (2 april 2009).
[17] Benedictus XVI, Homilie Omelia durante la solenne Concelebrazione Eucaristica per l'assunzione del Ministero Petrino (24 april 2005), in Insegnamenti di Benedetto XVI, I, Libreria Editrice Vaticana 2006, 25.
[18] Benedictus XVI, Discorso alla celebrazione dei Vespri (18 maart 2009), op www.vatican.va


 

Maria Cristina Forconi, lid van de Gemeenschap Redemptor hominis, heeft het doctoraat summa cum laude behaald in kerkelijk recht bij de Pauselijke Universiteit Gregoriana (Rome), met specialisatie in jurisprudentie.

Haar publicatie: M. C. Forconi, Tu, solamente tu. Antropologia come fondamento dell'unità e dell'indissolubilità del patto matrimoniale, Editrice Pontificia Università Gregoriana, Roma 2004.

Zij is nu kerkelijke rechter bij de Diocesane Rechtbank te Roermond (Nederland) en bij de Interdiocesane Rechtbank eerste instantie te Gent - Diocesane zetel in Hasselt (België).



(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

21/07/2010

 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency