|
Kennismaking met kerkelijk recht/3
De priester een man,
van God en de mens bezeten
In verband met het "Jaar van de Priester" (19 juni 2009 - 11 juni 2010) heeft Benedictus XVI Arcangelo Tadini voorgehouden als model van de priester en hij heeft hem op 26 april 2009 heilig verklaard. Tadini, zo heeft de paus tijdens de homilie opgemerkt, is een "heilige priester, een heilige pastoor", zoals de heilige Pastoor van Ars, die "in zijn pastorale dienstwerk altijd de menselijke persoon in zijn totaliteit op het oog" had, "zijn parochianen hielp om menselijk en geestelijk te groeien"[1].
Het devies van deze nieuwe heilige, die leefde op de overgang van de 19e naar de 20ste eeuw, midden in de sociaal-economische tegenstellingen van de industriële ontwikkeling, was: Hartstochtelijke geliefden van God worden noodzakelijkerwijs hartstochtelijke geliefden van de mensheid".
Als een vastberaden man, met heldere ideeën, die niet verzuimde in zijn homilieën de waarheid van het evangelie te verkondigen, was Tadini ook gevoelig voor de moeilijkheden van de eenvoudige mensen, voor de inspanningen in de wereld van de arbeider en bekommerd om de evangelisatie ervan. Een priester dus die de boodschap van het evangelie wist te verbinden met de concreetheid van de wereld van de arbeider, met de profetische geest die hem tot onze tijdgenoot maakt, zoals de Heilige Vader onderstreept.
Wat Tadini kenmerkt, is het feit dat hij nooit zijn identiteit als priester op het tweede plan liet komen om zich bezig te houden met de ellende van de mens van zijn tijd. Hij predikte immers niet een denkbeeldige komst van het rijk Gods op aarde, maar het kruis van God dat alleen in staat is de vragen te beantwoorden die leven in het hart van de mensen die hij op scherpzinnige wijze vragen wist te stellen: "Willen jullie geen kruis? Wel, ziedaar het verval in de gezinnen, vader in onenigheid met zijn vrouw, een echtgenote die zich tegen haar man verzet, kinderen die doen waar ze zin in hebben; onder de volken anarchie, revolutie; zonder vijanden is men voortdurend in oorlog; in de overvloed ontbreekt het ons aan alles; in voorspoed klagen allen; er zijn duizend gemakken en niemand is tevreden; feesten eindigen in ruzie, vermaak in verwondingen..., wanneer het goed gaat, staat men te schreeuwen: men had het beter, toen men het slechter had" (homilie over Het heilige kruis).
Waar deze man de kracht en de liefde voor de mens vandaan haalde, waaruit hij deze vooruitziende blik van hem en zijn moed putte, wordt door de paus uitgelegd in de homilie ter gelegenheid van zijn heiligverklaring: "De heilige Arcangelo Tadini bracht lange uren in gebed door voor de eucharistie. ... Hij herinnert ons eraan dat wij allen door een voortdurende en diepe relatie met de Heer, vooral in het sacrament van de eucharistie, te onderhouden verder het zuurdeeg van het evangelie kunnen brengen in de verschillende bezigheden en op elk terrein van onze samenleving".
Tadini zei immers: "Weet u een plaats te vinden waar God zich op aarde meer verbergt dan in de eucharistie? Op geen enkele plaats is Hij zo verborgen als in de eucharistie. Omdat Hij elders een God is die wetten uitvaardigt, is Hij hier een Vader die lucht geeft aan zijn liefde; elders wil Hij gelovigen maken, hier is Hij gezeten om geliefden te hebben" (homilie over De eucharistie). In deze woorden openbaart zich de man die in de roulette van het leven de stoutmoedigheid heeft om alles te zetten op de eucharistie, op de relatie met de Christus.
De woorden van deze nieuwe heilige herhalend, gedreven door dezelfde hartstocht als hij, merkt de Heilige Vader op in dezelfde homilie van 26 april jl.: "Wat zou ons leven als christenen zijn zonder de eucharistie?".
Fundamentele vragen
Met het Wetboek van Canoniek Recht in handen vraagt men zich af of een verzameling wetten, zoals ons Wetboek, het nu juist heeft over dit type priester.
Het Wetboek zegt duidelijk dat "de taken van verkondiging, heiliging en bestuur" eigen zijn aan het gewijde ambt (can. 1008). Dit geldt voor de paus van Rome, "Herder van de gehele Kerk hier op aarde" (can. 331), voor de bisschoppen, die "in de Kerk tot Herders worden aangesteld" (can. 375 §1) met de taak te heiligen, te onderrichten en te besturen (can. 375 §2), maar ook voor de pastoor. Dezelfde functies komen hem toe, in samenwerking met andere priesters, omdat hij "de eigen herder" is van de parochiegemeenschap waarin hij de taak verricht van "verkondiging, heiliging en bestuur" (can. 519).
Door een zo veeleisende roeping ziet men zich derhalve geplaatst voor even zware eisen, die de priester ertoe brengen een leven te leiden in overeenstemming met het evangelie, en van hem een heilige levenswandel vragen.
Daarom waarschuwt Benedictus XVI ervoor de eisen van heiligheid en liefde niet te onderschatten, zoals hij heeft gedaan gedurende de chrismamis dit jaar, waar hij zich richtte tot de priesters van heel de wereld: "Geheel en al doordrongen zijn van de waarheid en zo van de heiligheid van God, dat betekent voor ons ook het veeleisende karakter van de waarheid accepteren; zich bij grote, evenals kleine zaken verzetten tegen de leugen, die op zo verschillende wijze aanwezig is in de wereld; de moeite van de waarheid accepteren, opdat haar diepste vreugde in ons aanwezig is ... Ware liefde is niet goedkoop, zij kan ook zeer veeleisend zijn"[2].
De paus laat niet na die medebroeders die aan het front van het priesterschap strijden, te bevestigen, noch het verborgen vuur opnieuw te ontsteken van anderen die worden beproefd door persoonlijke nederlagen, en stelt allen de fundamentele vraag: "Zijn wij werkelijk doortrokken van Gods woord? ... Houden wij ons innerlijk zo bezig met dit woord dat het werkelijk op ons leven een stempel drukt en ons denken vormt? ... Zijn misschien niet zeer vaak de overheersende opinies de criteria waaraan wij ons meten? Blijven wij misschien niet per slot van rekening steken bij de oppervlakkigheid van wat zich gewoonlijk aan de mens van vandaag opdringt?"[3].
Verontrustende vragen, die de priester, en iedere gelovige, confronteert met zijn geweten en om antwoorden vragen.
Bij een ontmoeting met de leden van de Congregatie voor de Clerus geeft de paus reeds een eigen antwoord, wanneer hij onderstreept dat het priesterambt alleen kan worden uitgeoefend, als men zich ervan bewust is dat "niemand zichzelf verkondigt of brengt, maar innerlijk en door middel van zijn eigen mensheid moet de priester zich er wel van bewust zijn een Ander te brengen, God zelf, aan de wereld. God is de enige rijkdom die tenslotte de mensen verlangen te vinden in een priester". Een dergelijke zending van de priester", zo gaat de paus verder, komt "in wezen" voort "uit de goddelijke intimiteit waarin de priester geroepen is ervaren te zijn, om met nederigheid en vertrouwen de aan hem toevertrouwde zielen te leiden naar dezelfde ontmoeting met de Heer"[4].
Maria Cristina Forconi
[1] Benedetto XVI, Proclamazione in piazza San Pietro di cinque nuovi santi (26 april 2009), op www.vatican.va
[2] Benedetto XVI, Santa Messa del Crisma nella Basilica Vaticana (9 april 2009), op www.vatican.va
[3] Benedetto XVI, Santa Messa del Crisma... (9 aprile 2009).
[4] Benedetto XVI, Discorso ai partecipanti alla Plenaria della Congregazione per il Clero (16 marzo 2009), op www.vatican.va
|
Maria Cristina Forconi, lid van de Gemeenschap Redemptor hominis, heeft het doctoraat summa cum laude behaald in kerkelijk recht bij de Pauselijke Universiteit Gregoriana (Rome), met specialisatie in jurisprudentie.
Haar publicatie: M. C. Forconi, Tu, solamente tu. Antropologia come fondamento dell'unità e dell'indissolubilità del patto matrimoniale, Editrice Pontificia Università Gregoriana, Roma 2004.
Zij is nu kerkelijke rechter bij de Diocesane Rechtbank te Roermond (Nederland) en bij de Interdiocesane Rechtbank eerste instantie te Gent - Diocesane zetel in Hasselt (België).
|
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
28/06/2010
|