Kennismaking met kerkelijk recht/12
EEN NOODZAKELIJKE VERDUIDELIJKING
Kanttekeningen bij de bedieningen
van het lectoraat en het acolitaat
Wanneer men de website bezoekt van het bisdom Ciudad del Este, dat ook berichten plaatst betreffende het leven in het diocesaan seminarie San José, stuit men op uitdrukkingen die men vanuit terminologisch standpunt bezien zou kunnen omschrijven als uiterst onnauwkeurig.
Wij doelen hier op het bericht van 17 augustus 2011 "Seminaristen van het diocesaan seminarie zijn met de soutane ingekleed", waarin men schrijft: "Afgelopen zaterdag, 6 augustus, zijn 35 seminaristen van het eerste jaar filosofie met de soutane ingekleed en hebben de eerste tonsuur ontvangen. ... Dit zijn de eerste lagere wijdingen die seminaristen krijgen die de Kerk ontvangt als leden van de clerus, als clerici. ... Bovendien heeft afgelopen donderdag, 30 juni, en vrijdag, 1 juli, ... de rector van het diocesaan seminarie het ambt van ostiarius en lector aan de leerlingen van het grootseminarie San José verleend. Tijdens deze plechtigheid heeft de rector van het seminarie onderstreept dat het noodzakelijk is de heilige ambten te ontvangen gedurende de weg van de roeping die de kandidaat voor het priesterschap aflegt"[1].
Wij hebben meermalen gewezen op de risico's die men loopt bij het gebruiken van een terminologie die vanuit het standpunt van het canoniek recht gezien onnauwkeurig is. Men kan immers nutteloze verwarring stichten, die, als zij niet tijdig wordt gecorrigeerd, zou kunnen leiden tot afkeurenswaardige vormen van polarisatie en de aandacht zou kunnen afleiden van de essentiële punten waar het leven van de Kerk en in dit geval van het seminarie San José om draait. Het seminarie staat immers midden in de Kerk.
Laten wij proberen het gebruik van de juiste termen vast te stellen door de terminologie te analyseren.
Bedieningen en geen "lagere wijdingen" meer
Verwijzen naar de "lagere wijdingen" als etappes op de weg naar het ontvangen van de heilige wijding is expliciet teruggaan naar Het Wetboek van Canoniek Recht van 1917, dat bij can. 949 de verschillende lagere wijdingen van acoliet, exorcist, lector en ostiarius opsomt.
Het Wetboek van Canoniek Recht van 1983 bij can. 1035 §1 gebruikt deze terminologie niet meer, maar spreekt over "bedieningen"; bovendien wordt bij dezelfde canon, bij §§ 1-2, gespecificeerd dat deze bedieningen zijn teruggebracht tot die van het lectoraat en het acolitaat.
Het is goed erop te wijzen dat de bedieningen van lector en acoliet niet het uitsluitende voorrecht zijn van de clericus, maar ook kunnen worden uitgeoefend door een leek, zoals can. 230 bepaalt[2]. Deze lekenbedienaren, ingesteld met het Motu proprio Ministeria quaedam van Paulus VI (15 augustus 1972) geven niet a fortiori toegang tot de heilige wijding, die alleen plaatsvindt met het ontvangen van het diaconaat, zoals hetzelfde Ministeria quaedam verduidelijkt[3].
Het is belangrijk hier erop te wijzen dat het vigerende Wetboek van Canoniek Recht bij can. 1009 §1 slechts drie wijdingen opsomt, het episcopaat, het presbyteraat en het diaconaat, met als bron Lumen gentium en zich zo losmaakt van het "thomistische septenarium" waarin can. 949 van het Wetboek van Canoniek Recht van paus Pius en paus Benedictus is verankerd[4]. Bovendien specificeert het huidige Wetboek van Canoniek Recht dat men "clericus" wordt met de diakenwijding. Men krijgt dus de clericale staat alleen met het diaconaat[5].
Om tot een beter begrip te komen van de terminologie die wordt gebruikt door het vigerende Wetboek van Canoniek Recht herhalen wij de woorden van een autoriteit op het gebied van het canoniek recht, de overleden kard. Urbano Navarrete, die samen met prof. Francisco Javier Urrutia een commentaar samenstelde, de vrucht van een studieweek over het nieuwe Wetboek van Canoniek Recht, gehouden aan de Katholieke Universiteit van Caracas. Wij citeren er een passage uit die schittert van helderheid: "Paulus VI schafte de lagere wijdingen en het subdiaconaat af. Met dit afschaffen werd de wetgeving betreffende de lagere wijdingen zeer vereenvoudigd. Tegenwoordig zijn de wijdingen: het diaconaat, het presbyteraat en het episcopaat, zoals can. 1009 zegt. Met het afschaffen van de lagere wijdingen en het subdiaconaat stelt men een heel duidelijk criterium vast dat rechtstreeks is gebaseerd op het sacrament van hen die tot de clerus behoren, dat wil zeggen degenen die tot de hiërarchie, de dienst van de Kerk zijn geroepen, ten opzichte van de andere gelovigen. De scheidingslijn is het diaconaat. Vroeger was dat de tonsuur, een totaal bijkomstige factor, die geen theologisch fundament had; tegenwoordig stelt men als demarcatielijn het diaconaat"[6].
Wat de kerkelijke kleding betreft in het vigerende Wetboek van Canoniek Recht, "stelt can. 284 de plicht vast voor alle clerici, behalve voor de permanente diakens (can. 288), een passende kleding te dragen, dat wil zeggen anders dan de kleding van een leek, als teken van hun toewijding aan God en van hun openbaar ambt. ... Nadere bepalingen worden overgelaten aan de normen die worden gesteld door de bisschoppenconferentie en aan de legitieme gewoonten"[7]. Ook in het geval van kerkelijke kleding is het onjuist te spreken over een lagere wijding die wordt verleend "aan de seminaristen die de Kerk opneemt als leden van de clerus"; zij zou het ontvangen van het diaconaat kunnen aangeven, waardoor de kandidaten voor het priesterschap daadwerkelijk deel gaan uitmaken van de clericale staat.
Aan het einde van deze terminologische uiteenzetting blijkt duidelijk dat in het vigerende Wetboek van Canoniek Recht men niet meer spreekt over "tonsuur", noch over "lagere wijdingen", noch over het "ambt van ostiarius".
Dynamische trouw aan de Kerk
Het risico dat men loopt door nog vast te blijven houden aan een terminologie en aan vormen die verbonden zijn met het Wetboek van Canoniek Recht van 1917 is dat men procedures wil bewaren die geen betekenis meer hebben; deze houding is gevaarlijk evenals de progressieve houding die iedere traditie afwijst door de grens van gezond evenwicht te overschrijden die het Wetboek van Canoniek Recht van '83 heeft gezocht door trouw in nieuwheid en nieuwheid in trouw met elkaar te verbinden. Zoals de apostolische constitutie Sacrae disciplinae leges duidelijk naar voren heeft gebracht bij het afkondigen van het nieuwe Wetboek van Canoniek Recht, heeft vernieuwing van kerkelijke wetten een doel dat verder gaat dan bijkomstigheden, "opdat deze, steeds met behoud van de trouw jegens haar Goddelijke Stichter, naar behoren zouden overeenkomen met de heilszending die haar is toevertrouwd ... in de hoop dat in de Kerk een nieuwe discipline opbloeit"[8].
Stil blijven staan bij een dergelijke canonieke kwestie komt voort uit het respect jegens een instelling, zoals het seminarie San José, dat van de trouw aan de Kerk en haar traditie de pijlers heeft gemaakt waarop men heel het werk van de vorming van de jongeren die kandidaat zijn voor het priesterschap, dient te grondvesten. Door echter vast te blijven houden aan een vorm of een term die, met gebruikmaking van een uitdrukking van kard. Navarrete, men zou kunnen definiëren als "bijkomstig, die geen theologisch fundament heeft", wekt men de indruk zich krampachtig te blijven vastklampen aan een ondertussen dood verleden, en dit doet hieraan geen recht. Met dergelijke preciseringen wil men alleen maar een bijdrage leveren aan duidelijkheid om een even nutteloze als gevaarlijke polarisatie te vermijden omtrent niet wezenlijke elementen, die niet een uitdrukking zijn van trouw aan de traditie van de Kerk, maar een blijk van een traditie die zeker haar tijd heeft gehad.
Maria Cristina Forconi
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
|
Maria Cristina Forconi, lid van de Gemeenschap Redemptor hominis, heeft het doctoraat in canoniek recht summa cum laude verworven onder leiding van kard. Urbano Navarrete aan de Pauselijk Universiteit Gregoriana met als specialisatie jurisprudentie. Haar publicatie: M. C. Forconi, Tu, solamente tu. Antropologia come fondamento dell'unità e dell'indissolubilità del patto matrimoniale, Editrice Pontificia Università Gregoriana, Roma 2004. Zij is nu kerkelijke rechter bij de Diocesane Rechtbank te Roermond (Nederland) en bij de Interdiocesane Rechtbank eerste instantie te Gent - Diocesane zetel in Hasselt (België).
|
[1] http:/www.diocesiscde.org/index.php/noticias/1451-alumnos-del-seminario-diocesano-reciebieron-imposicion-de-sotana
[2] Vgl. Il Codice di diritto canonico commentato. Verzorgd door de redactie van Quaderni di diritto ecclesiale, Ancora Editrice, Milano 2001, 244; vgl. P.A. Bonnet, Ministero (Ministerium), in Nuovo Dizionario di diritto canonico. Verzorgd door C. Corral Salvador - V. De Paolis - G. Ghirlanda, Edizioni San Paolo, Cinisello Balsamo (MI) 1993, 695.
[3] Vgl. U. Navarrete - F.J. Urrutia, Nuevo Derecho Canónico. Presentación y comentario. Coordinador: C. Pastore, Publicaciones ITER, Caracas 1987, 201.
[4] Vgl. Il Codice di diritto canonico commentato..., 825.
[5] Vgl. Ghirlanda, Ordine sacro (Ordo sacer), in Nuovo Dizionario di diritto canonico..., 738.
[6] U. Navarrete, - F.J. Urrutia, Nuevo Derecho Canónico..., 200-201.
[7] G. Ghirlanda, Chierico (Clericus), in Nuovo Dizionario di diritto canonico..., 160.
[8] Johannes Paulus II, Apost, const. Sacrae disciplinae leges (25 januari 1983), in Il Codice di diritto canonico commentato..., 57.67.
20/10/2011
|