web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Kennismaking met kerkelijk recht arrow Kennismaking met kerkelijk recht (11). Het goddelijk recht
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
bannerrh3nl.jpg

| Afdrukken |


Kennismaking met kerkelijk recht/11  



HET GODDELIJK RECHT



In een van de voorafgaande bijdragen hebben wij naar aanleiding van can. 22 van het Wetboek van Canoniek Recht verwezen naar het goddelijk recht, als naar het erfgoed van normen die onontbeerlijk zijn voor de Kerk en iedere gedoopte die een gemeenschap met haar vormt. Wij zullen hier trachten dieper in te gaan op de betekenis ervan, essentieel om de juridische structuur van het volk Gods en dus het canoniek recht, dat wij onderzoeken, te begrijpen.

"Volgens de theologie en de klassieke canonistiek bestaat het positieve goddelijke recht in een reeks normen, gesteld door het goddelijk gezag. Zij vormen de vaste en onveranderlijke kern van de kerkelijke ordening"[1].

Can. 22 verduidelijkt inderdaad dat ten opzichte van de bepalingen van het goddelijk recht geen enkele andere menselijke wet als hoger kan worden beschouwd[2]. De Kerk behoudt zich daarom voor om die juridische principes die de staat toepast, kritisch te toetsen om te verifiëren of deze duidelijk hiermee in tegenstellig zijn.

Thomas MoreIn de geschiedenis van de Kerk is dit een precieze aanwijzing geweest voor wie, zoals Thomas More, onthoofd in 1535 in Engeland voor hoogverraad, omdat hij zich had verzet tegen de beslissingen van de koning, met zijn leven heeft betaald voor trouw aan de wetten van de Kerk en het consequent volgen van het eigen geweten. Wij hebben hier de woorden die hij richtte tot zijn vrienden en de hofdignitarissen die probeerden ‘hem tot rede te brengen' om hem de doodstraf te besparen: "Hier zijn wij, mijn waarde heren, op een punt aangeland dat er iemand is die durft te maken en te verwoesten, zich superieur te achten boven iedere goddelijke en menselijke wet al naar gelang hoe hij 's morgens geluimd opstaat. ... En ik, mijn waarde heren, erken in alle zaken die mijn geweten betreffen, geen andere heer dan God!"[3]. Uit deze passage van Thomas More blijkt duidelijk de belangrijke plaats die het goddelijk recht voor de Kerk inneemt.

Het goddelijk recht "hoort tot het wezen van de Kerk, dat ons is gegeven door de openbaring, en brengt de wil van haar Stichter tot uitdrukking"[4]. De basis waarop het steunt, is derhalve de bijzondere relatie die Christus verenigt met de Kerk, die Hij als hoofd heeft gesticht, en met ieder lid van het volk Gods, dat Hij heeft geroepen om deel ervan uit te maken. Hij wijst de Kerk de weg die zij moet afleggen om Hem te volgen en om zijn heilsplan met betrekking tot de mensheid te delen. De Kerk ontvangt om met Christus verbonden te blijven van haar kant de uitdrukking van zijn wil, die haar onvervreemdbaar erfgoed wordt. De definitie van goddelijk recht is kortom het totaal van de normen die Christus voor de Kerk heeft vastgesteld, die haar leven en de wijze van organisatie regelen, aangezien zij de structuur van gemeenschap is die op haar terrein de gedoopten verenigt, die een persoonlijke band met Hem hebben.

Wanneer eenmaal is vastgesteld wat het goddelijk recht is, zal men moeten bepalen welke wetten of principes het omvat. Vóór alles geeft het gehoor aan de verordeningen die Christus zelf heeft gegeven op het ogenblik van de stichting van de Kerk, zoals die tot ons zijn gekomen door middel van de Schrift en de apostolische traditie.

Op de tweede plaats zijn erin vervat de wetten die voortkomen uit het sacramentele leven en de bijzondere gaven van de Heilige Geest, de charisma's en ambten, die de relaties regelen tussen de leden van de Kerk en haar vorm geven als gemeenschap. "Deze twee categorieën van elementen vormen hetgeen de traditionele leer positief goddelijk recht heeft genoemd, er rekening mee houdend dat de afkondiging ervan heeft plaatsgevonden door middel van de openbaring. Op de derde plaats zijn er de principes en normatieve eisen die gebaseerd zijn op de waardigheid van de menselijke natuur, d.w.z. op het natuurrecht. ... De traditionele leer spreekt over dit laatste element als over het goddelijk natuurrecht, aangezien de afkondiging hiervan plaatsvindt door middel van de menselijke natuur en de kennis ervan binnen bereik van de gezonde rede ligt"[5]. Deze ethisch-juridische principes, geworteld in de natuur van de mens, vormen het erfgoed van zijn waardigheid en worden meer in het algemeen de fundamentele rechten van de mens genoemd, zoals onze paus niet nalaat met kracht te beklemtonen: "De fundamentele rechten van de mens worden niet geschapen door de wetgever, maar staan geschreven in de natuur zelf van de menselijke persoon"[6].

Wanneer het kader van het goddelijk recht is bepaald, is het noodzakelijk vast te  stellen dat daaruit de kerkelijke (positieve) wetten voortkomen die het leven van de Kerk als zichtbare gemeenschap regelen, steeds echter binnen de grenzen en het voor verbetering vatbaar zijn van de mensheid, die, zoals wij hiervoor hebben gezegd, een van de twee dragende elementen is van de kerkelijke structuur. De twee componenten, de goddelijke en de menselijke, ook op juridisch terrein identificeren zou betekenen de werkelijkheid van de Kerk niet begrijpen, die dynamisch is, omdat zij altijd is gericht op een ontwikkeling, een totale bevrijding, een vervolmaking hiervan. Daarom moet ook het kerkelijk recht gezien worden als geprojecteerd op het goddelijk recht, dat er de vervulling van is.

Deze twee samenstellende gedeelten duidelijk van elkaar scheiden zou ertoe leiden dat men het mystieke aspect van de Kerk in de schaduw stelt, omdat het einddoel waarop de canonieke wetten zich richten, ook al betreffen zij de relaties tussen concrete personen, uitstijgt boven het reguleren van welk maatschappelijk agglomeraat dan ook, om uiteindelijk de Kerk te helpen de wil van Christus te volbrengen, om te leven in een nauwe relatie van vriendschap, vertrouwen en liefde met Hem en van wederzijdse naastenliefde met alle leden van het volk Gods, om een gemeenschap te bouwen van geloof en liefde.

In het eigen bestaan als christen en in dat van de Kerk een dergelijke structuur bewaren wordt dus essentieel en gaat uit boven iedere juridische verbintenis, zoals ons can. 22 laat begrijpen.

Maria Cristina Forconi

(Vertaald uit het Italiaans door Drs.H.M.G. Kretzers)




[1] A. Montan, Basi sacramentali dell'ordinamento canonico, in AA. VV., La legge per l'uomo. Una Chiesa al servizio... Verzorgd door E. Cappellini, Ed. Rogate, Roma 1980, 69.
[2] De tekst van can. 22 is de volgende: "Burgerlijke wetten waarnaar het recht van de Kerk verwijst, dienen in het canoniek recht met dezelfde gevolgen onderhouden te worden, in zover ze niet in strijd zijn met goddelijk recht en tenzij iets anders door het canoniek recht voorzien wordt".
[3]
L. Desiato, Il coraggio si chiama Thomas More. Sotto il segno dell'Acquario, Ed. Paoline, Alba 1974, 143.
[4] G. Ghirlanda, Diritto canonico, in Nuovo Dizionario di diritto canonico, Ed. San Paolo, Cinisello Balsamo (MI) 1993, 351.
[5]
P.J. Viladrich, El derecho canónico, in Catedráticos de Derecho canónico de Universidades Españolas, Derecho canónico, Pamplona 1974, I, 52, cit. in C.R.M. Redaelli, Il concetto di diritto della Chiesa. Nella riflessione tra Concilio e Codice, Glossa Libreria Editrice, Milano 1991, 199.
[6] De paus: "I diritti fondamentali vengono da Dio, non dallo Stato", in http://www.repubblica.it/2005/i/sezioni/esteri/paparatzinger/diritt/diritt.html (15 oktober 2005).

  



22/09/2011
 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency