Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Kennismaking met het godgewijde leven ▸ arrow Kennismaking met het godgewijde leven/7. Hij gooide zijn mantel over hem heen
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Kennismaking met het godgewijde leven/7



HIJ GOOIDE ZIJN MANTEL OVER HEM HEEN

Roeping en doorgeven van het charisma


"Elia liep op hem af en gooide zijn mantel over hem heen" (1 K 19, 19).

Met deze woorden drukt de bijbel de roeping van Elisa uit, toen de profeet Elia hem tot zijn dienst riep. Later, toen de profeet verdwenen was, nadat hij ten hemel werd opgenomen in een wagen van vuur, "raapte hij de mantel van Elia op die gevallen was" (2 K 2, 13).Elia in de woestijn

De roeping komt voor de volgeling niet voort uit een eenvoudige menselijke daad, maar uit een keuze. Zij komt altijd "uit den hoge"; zij is niet gebaseerd op menselijke, morele of intellectuele kwaliteiten, maar op het mysterie van genade en vrijheid in de dialoog tussen God die roept en de mens die antwoordt.

Het geroepen zijn tot het religieuze leven kan nooit overwogen worden in het licht van een eenvoudige lezing van het eigen hart of van de ontwikkeling van de eigen talenten en aspiraties. Het wordt niet geboren uit de spontane overeenstemming tussen menselijk gevoel en goddelijke wil, tussen natuurlijke kwaliteiten en evangelisch project waartoe iemand geroepen is.

Vaak zijn de religieuze gemeenschappen ertoe geneigd in hun pastoraal de onrust van de keuze in de kandidaten te dempen door hen te overtuigen van hun "positiviteit", alsof de roeping een simpele menselijke verwezenlijking zou zijn, waarin de talenten en de competenties van eenieder erkend worden.

In de roeping is er daarentegen steeds een zekere wanverhouding tussen de beslissing, die helemaal niet rustgevend is, en de keuze van de persoon in kwestie, van wie gevraagd wordt zichzelf en zijn eigen leven te schenken.

Uit deze wanverhouding wordt duidelijk dat de roeping een initiatief van God is, gebaseerd op zijn genade en nooit volledig te vergelijken met de gaven van de persoon. De roeping gaat veel verder; zij overtreft die gaven; ze vereist soms het onmogelijke; zij is niet evenredig met de loutere krachten van het individu[1].

Er bestaat geen "algemene" roeping tot het godgewijde leven in het algemeen en vervolgens, enkel daarna, de roeping tot een specifiek charisma en tot een bepaalde religieuze familie. Zo bestaat er evenmin een abstracte roeping tot het huwelijk, maar wel de roeping de verbondenheid met een concrete en beminde persoon permanent te maken.

Men kan de religieuze familie niet kiezen door in een telefoongids te zoeken of de Gouden Gids te doorbladeren om te vinden wat het best past bij de eigen smaak.Afrikaanse zusters

De roep om Christus te volgen is steeds een uitnodiging tot het bewandelen van een concrete evangelische weg; het is tegelijkertijd een oproep deel te nemen aan een charisma dat door de genade die aan de Stichter verleend werd, wordt overgedragen op hen die uitgenodigd worden eraan deel te nemen.

De ontwikkeling van de stichtingservaring

Voorheen zagen we hoe, uit het impact van het charisma van de Stichters op het leven van de eerste volgelingen, de stichtingservaring geboren wordt die erop gericht is de identiteit van de nieuwe religieuze familie te kenmerken.

De gave van de aanvangsperiode, gedurende het leven van de Stichter en zijn relatie tot de eerste groep, vormt het fundamentele gelaat van de nieuwe familie van godgewijd leven. In de interactie tussen de leden is er een ontwikkeling die deel heeft aan het charisma van de Stichter dat erdoor verrijkt wordt. Dit krijgt vorm en wordt uitgezuiverd in zijn essentiële lijnen, en brengt zo het charisma van het instituut tot stand.

Zo wordt de ervaring van de Geest die de Stichter ondervond "doorgegeven aan de eigen volgelingen om door hen beleefd, bewaakt, verdiept en ontwikkeld te worden, steeds in overeenstemming met het voortdurend groeiende Lichaam van Christus"[2].

Het evangelisch project van de Stichter wordt aanvaard door de volgelingen, die zich omvormen tot de persoonlijke getuigen ervan; het wordt belichaamd, verdiept en verder ontwikkeld. Het wordt omgevormd tot een spirituele reisweg, tot een bijzondere manier om in relatie te treden met Christus, die de dimensies van hun leven en hun apostolaat kenmerkt.

Het gaat om het charismatisch patrimonium dat de religieuze families zijn geroepen om te beschermen en verder te verspreiden, als een rijkdom voor heel de Kerk[3].

Collectief charisma en persoonlijke verantwoordelijkheid

De prioritaire zending van de religieuze familie zal niet bestaan in het realiseren van enkele werken of het ontwikkelen van sommige activiteiten, maar wel - via die werken en activiteiten - in het getuigen en het belichamen van het gelaat van Christus, waartoe zij door het ontvangen charisma op een bijzondere manier zijn kunnen doordringen.

Ten onrechte denkt men soms dat "charisma" zoveel betekent als "spiritualiteit" of "apostolische zending" van de instelling. Integendeel, het is het charisma - gave van de Geest - dat, bij wie het aanvaardt, een antwoord opwekt dat zich zal uitdrukken in een spiritualiteit, in een apostolaat, in een levensstijl en ook in structuren van organisatie en bestuur, die geschikt zijn om te leven en de gave door te geven.

Al deze elementen zijn het product van het menselijk antwoord op het charisma, en zijn niet "onverschillig" in hun specifieke vormgeving. Het is inderdaad niet hetzelfde het godgewijde leven te beleven als benedictijn of als franciscaan, als zoon van de heilige Benedictus of van de heilige Ignatius.

In het leven van de religieuze familie moet elk element ontwikkeld worden in overeenstemming met de gave, en voortdurend aangepast worden aan de tijden en de plaatsen. Als het waar is dat het charisma dat werd opgewekt door de Geest, niet verandert doorheen de tijd, is het eveneens waar dat er telkens weer vernieuwde uitdrukkingen en modaliteiten moeten opgenomen worden om dat charisma trouw te beantwoorden.St. Bernardus van Clairvaux en St. Benedictus

De trouw aan het charisma van de Geest komt niet tot uitdrukking in het bewaren van gewoontes, van devote handelingen en evenmin van apostolische afspraken, maar in een dynamiek die steeds creatief is en steeds verankerd is in de bron van zijn beginfase.

De Geest kan de Geest niet tegenspreken. De trouw aan de Geest die het charisma van de Stichter heeft opgewekt, staat toe het nauwkeurig aan te geven en te verrijken in het charisma van de stichting, het levend en actueel te maken in de tijd, door het handelen van allen die ertoe geroepen zijn om met hun persoonlijke bijdrage eraan deel te nemen.

Het charisma vormt zich om tot een realiteit die leeft in de geschiedenis, doorheen leefregels en constituties, die het geïnstitutionaliseerde geheugen ervan vormen en die de publieke, sociale en kerkelijke dimensie ervan tot uitdrukking brengen.

Het charisma is nooit een "museumstuk" of iets dat aangetroffen kan worden in de archieven van de instellingen. Het is daarentegen een realiteit die leeft in de personen en is opgedragen aan elk lid, en niet alleen aan de Oversten of de Algemene Kapittels.

Elk lid is niet alleen verantwoordelijk voor de eigen roeping, maar tegelijk ook voor de ontwikkeling of de "vertraging" van het charisma in de geschiedenis. Het gaat nooit eenvoudigweg om het gehoorzamen aan enkele leefregels of aan een levensdiscipline, wel om het persoonlijk opnemen van dit charisma op een volwaardige, creatieve en bewuste manier[4].

Silvia Recchi



________________________

[1]
Vgl. A. Cencini, Guarda il cielo e conta le stelle. Il sogno dell'animatore vocazionale oggi, Paoline, Roma 2000, 29-35.

[2]  Mutuae relationes, 11.
[3] "Daarom verdedigt en steunt de Kerk het eigen karakter van de verschillende religieuze instellingen. Het eigen karakter brengt eveneens een bijzondere stijl van heiliging en apostolaat mee.... Om diezelfde reden is het noodzakelijk in de actuele omstandigheden van culturele evolutie en kerkelijke vernieuwing, de identiteit van elke instelling zodanig te verzekeren, dat het gevaar kan vermeden worden van de onnauwkeurigheid waarmee de religieuzen zich plaatsen in het leven van de Kerk op een vage en ambigue manier, zonder voldoende rekening te houden met de handelswijze die eigen is aan hun karakter", Mutuae relationes, 11.
[4] "Ieder lid van de Gemeenschap Redemptor hominis zal ervoor zorgen de geest en de doeleinden van de Gemeenschap trouw te bewaren door op ontvankelijke, actieve en persoonlijke wijze de identiteit en het eigen charisma van de Gemeenschap zelf te verwerkelijken en te ontwikkelen. Van deze trouw van de leden zal immers de vruchtbaarheid van heel hun handelen afhangen: doordat dit de volle uitgroei van de Gemeenschap mogelijk maakt, draagt het bij tot de opbouw van het Ene Lichaam van Christus", Statuten van de Gemeenschap Redemptor hominis, art. 85.





16/04/2010

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis