Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Kennismaking met het godgewijde leven ▸ arrow Kennismaking met het godgewijde leven/13. In het hart van de Kerk
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Kennismaking met het godgewijde leven/13

 

IN HET HART VAN DE KERK

Het godgewijde leven behoort tot

het wezen van de Kerk

 


Is het godgewijde leven een structuur van de Kerk, of gewoonweg een structuur in de Kerk?

Deze vraag is helemaal geen woordenspel. Rond deze vraag ontwikkelde zich op het Tweede Vaticaans Concilie een heel levendig, maar moeilijk debat.

Terwijl men aan de tekst van de Dogmatische Constitutie van de Kerk Lumen gentium  werkte, kreeg een speciale commissie de opdracht een hoofdstuk over 'de Religieuzen'[1] op te stellen, en in het geheel van de tekst op te nemen. Maar de meerderheid van de Concilievaders boden hiertegen veel weerstand. Zij opteerden voor één hoofdstuk over 'De universele roeping tot heiligheid in de Kerk'.

De reden voor deze oppositie lag niet enkel op pastoraal vlak. De betrokken Concilievaders vreesden dat een speciaal hoofdstuk over het religieuze leven de indruk zou wekken dat de roeping tot het beleven van de evangelische volmaaktheid uitsluitend voorbehouden was aan één categorie gelovigen, namelijk de 'religieuzen'. Bovendien waren er ook argumenten van oecumenische aard. De protestantse broeders zouden zich niet kunnen terugvinden in dit hoofdstuk. De protestanten zijn er immers van overtuigd dat een leven volgens de evangelische raden geen stevige bijbelse grondslag heeft.

Toch kwam de belangrijkste theologische tegenwerping voort uit de doctrinaire visie dat de hiërarchische structuur de enige fundamentele structuur is van de Kerk en dat die zo door God gewild is. Die opvatting is gebaseerd op het sacrament van de wijding waardoor de gelovigen in twee essentiële categorieën ingedeeld zijn: de gewijde bedienaren en de gewone gelovigen. Volgens deze opvatting is het religieuze leven niet noodzakelijk voor het bestaan van de Kerk. Het maakt ook geen deel uit van haar essentiële structuur. Het zou eerder gaan om een structuur die in de loop van de geschiedenis ontstaan en door het kerkelijk recht gecreëerd[2] is.

Een diepere visie op de Kerk

Laten wij de beide termen uit de inleidende vraag ("structuur van de Kerk of structuur in de kerk") eens terug opnemen. De meeste Concilievaders antwoordden dat het religieuze leven geen 'zuil' is waarop het 'huis' van het volk van God steunt. Het is enkel een zuil die als versiering dient en die het huis mooier maakt. Ook zonder het religieuze leven wordt de Kerk voldoende ondersteund om te kunnen bestaan. Deze visie leidde de Concilievaders tot de conclusie dat het geen zin had om het religieuze leven in de Constitutie Lumen gentium afzonderlijk te behandelen. Want de Constitutie had als eerste doel te omschrijven welke de constituerende structuur van de Kerk is.

De spanning en onzekerheid rond dit probleem die dit conciliair debat kenmerkten, liepen zo hoog op dat de Synode zich verplicht zag om de directe tussenkomst van de Paus Paulus VI in te roepen. De uiteindelijke resolutie bepaalde dat het hoofdstuk 'over de Religieuzen' - het huidig hoofdstuk VI van de Constitutie Lumen gentium[3] - in de dogmatische Constitutie werd opgenomen.

Deze optie heeft een grote draagwijdte. Inderdaad, voor het eerst bepaalde een oecumenisch Concilie dat het godgewijde leven behandeld moet worden als deel van een Constitutie over de Kerk. Tot dan toe hadden de Concilies het slechts opgenomen in documenten met een disciplinair karakter en behoorde dus niet tot de doctrine zelf. Het Tweede Vaticaans Concilie nam het op in de doctrine over de Kerk door het in relatie te brengen met het leven van Christus en de Kerk.

Op zichzelf heeft dit feit een ecclesiologische betekenis zonder voorgaande. Het Concilie verwierp het standpunt van de Concilievaders die zich ertegen verzet hadden dat het hoofdstuk over 'De Religieuzen' zou opgenomen worden in het Conciliedocument. Zij waren immers van oordeel dat het religieuze leven niet behoorde tot de fundamentele structuur zelf van de Kerk. Het Conciliedocument bevestigt echter dat het religieuze leven een constituerend element is van haar charismatisch-institutionele structuur. Je kunt de Kerk niet indenken zonder gelovigen die zich tot de beleving van de evangelische raden verbinden. Zo beleven zij immers die levensvorm die de Heer zelf koos en aan zijn leerlingen voorstelde.

Het Concilie nam een standpunt in waarbij het godgewijde leven gezien wordt vanuit een theologisch perspectief, in het licht van het mysterie van de Kerk. Daardoor werd het religieuze leven uitgetild boven het louter ascetische en moreel perspectief. Het mag niet enkel gezien worden als dienst voor een persoonlijk leven van volmaaktheid of in functie van het apostolaat van de Kerk.

Een zuil die het huis ondersteunt

De voornaamste ecclesiologische bevestiging van Lumen gentium is zonder weerga: "Aldus blijkt de levensstaat, die op de professie van de evangelische raden berust, wel niet tot de hiërarchische structuur van de Kerk, maar toch onbetwistbaar tot haar leven en heiligheid behoren"[4].

Het bijwoord 'onbetwistbaar'[5], dat ondanks hevige tegenstanden in de tekst werd opgenomen, wil die visie als onbetwistbaar voorop stellen waarbij het leven volgens de evangelische raden een structurerend element is van de Kerk zelf. Het volgt niet uit haar hiërarchische karakter dat berust op de organisatie van haar verschillende functies en ministeries. Het vloeit wel voort uit de visie op haar intiem leven, vanuit het mysterie van de gemeenschap binnen de Drievuldigheid en vanuit het antwoord tot heiligheid aan haar Stichter waartoe de Kerk geroepen is.

Hoewel het Concilie een standpunt innam dat zonder gelijke is, kreeg het toch niet de kans om zich op een adequate manier te ontwikkelen. De oorzaak hiervoor ligt in het moeilijke debat en de weerstand die wij al eerder vermeldden. Later wordt het in het theologisch denken wel onderwerp van een diepere studie. Zo gezien kan de exhortatie Vita consecrata gezien worden als de uitkomst van een reflectie gedurende 30 jaar over dit standpunt, en van de evolutie waardoor deze reflectie gekarakteriseerd werd.

Wat met betrekking tot ons onderwerp in deze exhortatie bevestigd werd, is bijzonder expliciet. Het attesteert namelijk dat het Concilie er acte van genomen heeft dat "de beoefening van de evangelische raden onweerlegbaar behoort tot het leven en de heiligheid van de Kerk. Dit betekent dat het godgewijde leven, dat vanaf het eerste begin bestaat, nooit in de Kerk zal kunnen ontbreken, omdat het een wezenlijk en onvervangbaar element daarvan is en het wezen van de Kerk tot uitdrukking brengt. De opvatting over een Kerk die alleen uit gewijde bedienaars en leken zou bestaan, beantwoordt dus niet aan de bedoelingen van haar goddelijke Stichter..."[6]. 

Het godgewijde leven ligt in het hart zelf van de Kerk besloten en het drukt haar diepe wezen uit. Het gaat om een zuil die op charismatische manier "het huis" van het volk van God ondersteunt. Het is dus niet enkel een element van versiering. Het is daarom belangrijk - zoals het Conciliedecreet Ad gentes over de missionaire activiteit van de Kerk ook bevestigt - dat het godgewijde leven tot stand gebracht wordt van bij de periode van de inplanting van de Kerk. Het godgewijde Leven is niet alleen een kostbare en allernoodzakelijkste hulp voor haar missionaire activiteit. Door de intiemere toewijding aan God in de Kerk openbaart het godgewijde leven ook de intieme natuur van de christelijke roeping. Het geeft haar een dieper verstaan. En in de rijkdom van haar gaven stelt zij ook het mysterie van Christus en Zijn zending tegenwoordig[7].

 

Silvia Recchi

 

________________________

[1] Het woord heeft in de Conciliedocumenten een heel brede betekenis, en slaat op alle vormen van godgewijd leven.
[2] Vgl. V. De Paolis, Ecclesialità della vita consacrata, in Periodica de re canonica, 82 (1993) 581ss.
[3] Vgl. M. Schoenmackers, Genèse du chapitre 'De Religiosis', de la constitution dogmatique sur l'Eglise 'Lumen gentium', Rome 1983.
[4] Lumen gentium, 44.
[5] Het oorspronkelijk woord in het Latijn is "inconcusse" dat betekent ook "onbetwistbaar", "onwrikbaar".
[6] Vita consecrata, 29.
[7] Vgl. Ad gentes, 18



02/08/2010
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis