Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Kennismaking met het godgewijde leven ▸ arrow Kennismaking met het godgewijde leven/10. Alleen wie rijk is, kan arm zijn
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend



Kennismaking met het godgewijde leven/10




ALLEEN WIE RIJK IS, KAN ARM ZIJN

De paradox van de godgewijde armoede



"... omwille van u is Hij arm geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u rijk zou worden door zijn armoede." (2Cor 8, 9).

De godgewijde personen zijn geroepen dit dynamisme van de armoede van de Heer na te bootsen en er getuigenis van af te leggen in hun leven.

De diepe dimensie van de armoede van de Heer ("omwille van u is Hij arm geworden") zou men niet kunnen begrijpen zonder eerst zijn rijkdom te beklemtonen, als eniggeboren Zoon van de Vader, aan wie alles gegeven is ("terwijl Hij rijk was"). Men zou de betekenis van zijn armoede niet vatten zonder de reden en de zin ervan te bevestigen ("opdat u rijk zou worden door zijn armoede").

Het mysterie van de armoede van God

Jezus is "de Arme", niet omdat Hij niets bezit, maar omdat Hij, vanuit de rijkdom die de Zoon bezit in de schoot van de Drievuldigheid, alles geschonken heeft, toen Hij mens werd onder de mensen om hen tot de goddelijke werkelijkheid te verheffen. Hij schonk zijn hemel, zijn zaligheid, zijn tijd, zijn woord, zijn lichaam en bloed, en zijn Vader.

De armoede van God, in Christus, openbaart zich aan ons net zo immens als de mateloosheid van zijn rijkdom die volheid van leven, van zijn en van hebben is.

De Schepper van hemel en aarde, Hij van wie alles afhangt en die alles bezit, beleeft een onpeilbaar mysterie van armoede. Hoewel Hij oneindig rijk is, schenkt Hij zich volledig weg, zelfs in die mate dat Hij in de menswording, het lijden en de dood van de Zoon, afstand doet van de voorrechten van zijn eigen goddelijkheid.

In het licht van de kenosis van Jezus openbaart zich aan ons, in het hart van de oneindige rijkdom van God, het mysterie van zijn armoede.

De verbintenis in armoede te leven moet voor de godgewijde personen steeds een weerspiegeling zijn van dat mysterie. Daarom is het vóór alles een eschatologische daad, een bevestiging van geloof, in de lijn van de waarden die de relatie bepalen tussen de mens en God, in Christus die arm is want Hij is weggeschonken en is altijd in relatie tot de Vader.

De roeping van God voor alle mensen is altijd een roeping om "zich te verrijken", om deel te nemen aan de volheid van zijn leven.

De godgewijde armoede voert een nieuw begrip van armoede in, nl. de armoede waarvan de Heer getuigenis aflegde. In navolging van Hem vereist ze steeds een te schenken "rijkdom".

Het klinkt paradoxaal, maar enkel wie rijk is, kan arm zijn[1]. De godgewijde armoede is inderdaad niet eenvoudigweg het ontbreken aan bezit, maar wel geschenk, toezegging aan de roeping van God die ons oproept deel te nemen aan het charismatisch project van een religieuze familie.

Buiten dat perspectief, waarin armoede het teken is van de gave en van de gemeenschap, blijft zij enkel een onterende realiteit, vrucht van ontbering, onderdrukking en onrecht waartegen we ons moeten verzetten.

Armoede die bestreden en omarmd moet worden

Hoe moet deze contradictie begrepen worden?

De verbintenis in godgewijde armoede te leven is moeilijk te verkopen in een door sociologische armoede gekenmerkt milieu. Ze moet eerst van vele misverstanden ontdaan worden. In het midden van gebrek wordt armoede niet als een waarde gezien, maar als synoniem van ongeluk, onzekerheid, menselijke en sociale marginalisatie.

Welk is het profetisch signaal van de godgewijde armoede in een milieu van menselijke en sociale onderontwikkeling?

De getuigenis van armoede die gemeenschappen van godgewijd leven in die contexten bieden, wekt niet zelden wantrouwen op. De roepingen die afkomstig zijn van vele jonge Kerken, in sociologisch arme gebieden, vatten niet gemakkelijk de zin van de godgewijde armoede, wegens het verschil dat bestaat tussen hun levensniveau in de instituten en de menselijke en sociale situaties van afkomst.

Vaak wordt het religieuze leven synoniem van sociale promotie, omdat het een voldoende garantie van veiligheid en welzijn biedt. Het materiële en culturele leven van de kandidaten wordt beter en de onzekerheden van hun bestaan worden minder. Uiteindelijk komt het engagement om in godgewijde armoede te leven dikwijls als een onwaarheid over.

De uitdagingen die de sociologische situaties van armoede stellen aan de eisen van de godgewijde armoede zijn niet onbelangrijk. Hierover wordt weinig gezegd in de documenten van de kerkelijke overheid, die meestal hun aandacht richten op de uitdagingen die komen uit de samenlevingen van welvaart, genotzucht en consumptiedrang.

De godgewijde armoede eist, ten opzichte van de sociologische armoede, een humane en spirituele tocht, om de armoede die ervaren werd als rampspoed, om te vormen tot een herontdekte armoede als evangelische zaligspreking. Het vraagt tegelijkertijd een zeer groot engagement om de situaties van ellende om te vormen, en te strijden tegen elke vorm van materiële nood en onderontwikkeling[2].

De "nieuwe" notie van armoede die door de Heer werd beleefd, roept de armen zelf op tot bekering, opdat ze hun bestaan laten bepalen door de evangelische eisen: inderdaad, niet de onzekerheid en het gebrek aan goederen maken hen "zalig", maar wel de fundamentele houding tegenover die eisen.

De christelijke roeping vraagt steeds om de onderontwikkeling te boven te komen, de ellende te bestrijden, vooruitgang te bewerken, zich te "verrijken", om in staat te zijn te schenken en zijn bezittingen te delen met de broeder.

Het leven in navolging van Christus zou niet echt zijn, als het niet gebaseerd zou zijn op een engagement dat in staat is een dynamiek van integrale menselijke ontwikkeling te scheppen. God in zijn leven ontmoeten betekent steeds rijker worden. De leden van gemeenschappen van godgewijd leven zijn geroepen zich "te verrijken" en "rijkdom voort te brengen", in de meest ruime, materiële, culturele en spirituele zin, door ten volle de eigen talenten te laten renderen ten dienste van het charismatisch project van hun religieuze familie. Enkel die houding maakt de gelofte van armoede authentiek: een armoede die het wegschenken van zichzelf inhoudt, van wat men is, van wat men heeft voortgebracht en van wat men bezit.

De ellende van de armen, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden, kan helpen een diep theologisch aspect van het engagement tot godgewijde armoede te herontdekken, verder dan elke ideologie en sociologische interpretatie. Ze doet inzien dat de evangelische armoede zich niet eenvoudigweg beperkt tot een relatie met de materiële goederen, en evenmin toeneemt omwille van een gebrek daaraan. De godgewijde armoede wordt daarentegen concreet in relatie tot de beleefde solidariteit, tot de gedeelde goederen, tot het wegschenken van zichzelf.

Een dieper begrip

Het theologisch bewustzijn van de problemen van de hedendaagse wereld heeft er, mede door de ontwikkeling van de sociale leer van de Kerk, toe bijgedragen de visie van de godgewijde armoede te bevrijden van een zuiver individuele, ascetische en aan normen gebonden dimensie, uitsluitend gebaseerd op de persoonlijke ontbering en op een hele reeks toegelaten of verboden goederen.

De Kerk heeft de gemeenschappen van godgewijd leven uitgenodigd tot een diepere, communautaire, historische, profetische en solidaire visie, en heeft ze daardoor op een nieuwe manier betrokken in het licht van hun eigen stichtingscharisma's en van de noden van de hedendaagse mens. In de godgewijde armoede zijn niet alleen de materiële goederen, maar ook de culturele, spirituele en intellectuele waarden gerelativeerd ten opzichte van de eisen van het Evangelie, beleefd volgens het evangelisch project van de instituten.

Naast de persoonlijke coherentie van de leden en een vlijtig leven dat het overbodige afwijst, zijn de religieuze gemeenschappen ook geroepen om het eigen charismatisch patrimonium te laten renderen, opdat de godgewijde armoede een profetisch signaal in onze tijd zou zijn[3].

Zoals eerder vermeld, moet de armoede van de godgewijde personen, in de situaties van sociologische ellende, de uitdaging aangaan de armoede die ervaren wordt als ontbering en behoeftigheid, om te vormen in een armoede die als gave herontdekt wordt.

In de welvaartmaatschappij is de uitdaging even moeilijk: getuigen dat God niet het resultaat is van een vervreemdende projectie van de menselijke geest, voorbestemd om te verdwijnen - aldus sommige filosofen - indien de noden van de mensheid opgelost zouden geraken. In het hart van de wereldwijde markt die aan alle noden voldoet, getuigt de godgewijde armoede van het gratuite van de liefde, van de waardigheid en de vrijheid van de mannen en vrouwen die hun eigen leven wegschenken in navolging van Christus, en die de logica verwerpen die de diepste eisen van het menselijke opoffert op het altaar van de grootste economische winst.

Silvia Recchi





________________________

[1]
Vgl. het perspectief van het boek van D. Nothomb, Comme un trésor caché... Essai sur la pauvreté évangelique, Éd. Téqui, Paris 1993.

[2] Vgl. S. Recchi, Seguire il Cristo povero e la sfida delle culture, in "Consacrazione e Servizio" 47/6 (1998) 37-48.
[3] "In de armoede zullen de leden ernaar streven gelijkvormig te worden aan Christus de Heer door zich van zichzelf te ontdoen om zich alleen te laten verrijken door God. Armoede is samen delen van goederen en onderlinge eenheid van hart. Het is arbeidzame soberheid, solidair zijn met de Lazarus die in de geschiedenis leeft en aan onze deur blijft aankloppen. Ze houdt in dat de armen, te midden van wie de Gemeenschap werkzaam is, voor haar een oriënteringspunt zullen betekenen waarmee ze geconfronteerd wordt, en van waaruit ze naar zichzelf en naar haar eigen keuzes kijkt." Statuten van de Gemeenschap Redemptor hominis, 10.





04/06/2010
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis