web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Kennismaking met het godgewijde leven arrow Kennismaking met het godgewijde leven (4). Sporen van de Drievuldigheid in de geschiedenis
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
Het is toegestaan artikels
die op deze site
verschijnen te kopiëren
slechts in hun volheid
en met als bronvermelding
www.missionerh.it.
gemeenschap-rh3.jpg

| Afdrukken |
 

Kennismaking met het godgewijde leven/4



SPOREN VAN DE DRIEVULDIGHEID

IN DE GESCHIEDENIS

In één van de meest betekenisvolle en originele beweringen van de apostolische richtlijn van de Vita consecrata, spreekt Johannes Paulus over het godgewijde leven als "een van de tastbare sporen die de Drie-eenheid in de geschiedenis heeft achterlaten opdat de mensen met nostalgisch verlangen de fascinerende schoonheid van God zouden kunnen kennen"[1]. Het is een uitspraak die soms onopgemerkt blijft, terwijl ze juist veel dieper dan andere uiteenzettingen de waardigheid van dit leven, beschouwd als een van de sporen van de Drievuldigheid in de geschiedenis, tot uitdrukking brengt.

In hun spreken over het godgewijde leven hebben de documenten van het kerkelijke Leergezag steeds in het bijzonder zijn christologische dimensie aangehaald, d.w.z. de bijzondere relatie die het godgewijde leven verbindt met het navolgen van het leven van de Heer. Zonder afbreuk te doen aan de zienswijze die voorhoudt dat Christus het centrum en de fundamentele zin van dat leven vertegenwoordigt, heeft de apostolische Exhortatie zich ook willen verdiepen in haar trinitaire dimensie. Nog eerder dan een imitatie van het aardse bestaan van de Zoon van God, is het godgewijde leven een weerspiegeling van de drievoudige relaties die, via dit godgewijde leven, hun eigen sporen in de geschiedenis van de mensen achterlaten om hen op te wekken tot de goddelijke schoonheid.

Belijdenis van de Drievuldigheid

In het vorige artikel van deze rubriek hebben we gesproken over de charismatische dimensie van het godgewijde leven. De betekenis ervan wordt verder uitgediept, wanneer men ervan uitgaat dat de evangelische raden, waarvan de aanvaarding, volgens de verscheidenheid van de charisma's, haar specifieke eigenheid vormt, een "gave" en een afspiegeling zijn van de Drievuldigheid. Zij onthullen inderdaad de relaties tussen de goddelijke personen zelf[2].

Hun aanvaarding door de leden van de religieuze ordes is, eerder dan een "morele" weg met welbepaalde gedragsregels te worden, een belijdenis en een openbaring van het trinitaire leven.

Het mysterie van de eenheid-drievuldigheid van God vormt, samen met dat van zijn menswording in Jezus Christus, het centrum van ons geloof. Nochtans zijn we er weinig mee vertrouwd na te denken over de pastorale consequenties, operatief en praktisch, die hieruit voortvloeien voor het christelijk leven in het algemeen en voor de godgewijde personen in het bijzonder.

We mogen inderdaad niet vergeten dat het trinitaire leven, waarin persoon en gemeenschap, identiteit en relatie op een volmaakte wijze gerealiseerd zijn, en waarin de eenheid en het verschil bestaan zonder enige verwarring, een werkelijkheid is die niet alleen beschouwd maar ook nagevolgd moet worden[3].

Sporen van gemeenschap...

Het godgewijde leven wordt daarom beschouwd als een van de concrete "sporen" die de Drievuldigheid in de geschiedenis nalaat, omdat ze een aspect van het intieme leven van God zichtbaar maakt.

Dat leven is wezenlijk gemeenschap, tot stand gebracht door de relatie en de gave tussen de goddelijke personen, een model voor heel de Kerk.

De gemeenschap in de Kerk is niet geschapen door de hiërarchie, noch door het volk; ze wordt niet opgelegd van bovenaf en komt ook niet van onderuit. Ze is niet programmeerbaar, noch te bereiken als doel van om het even welke strategie. Zij is gave, contact met het trinitaire leven en gemeenschappelijke deelname eraan.

Aan godgewijde personen is ze gegeven als een bijzondere roeping[4], en ze eist dat de leden van de gemeenschappen haar actief aanvaarden in het wederzijds beluisteren, in het afwijzen van elke houding van onverschilligheid en gebrek aan verantwoordelijkheidszin tegenover de medemens ("Ben ik soms de bewaker van mijn broer?", Gen 4, 9) of van houdingen vol zelfgenoegzaamheid ("Het oog kan niet zeggen tot de hand: 'Ik heb je niet nodig'. Evenmin mag het hoofd zeggen tot de voeten: 'Ik heb jullie niet nodig'", 1Co 12, 21).

Bovendien mag de gemeenschap - juist omdat ze een beeld is van de verhoudingen binnen de Drievuldigheid - zich niet enkel voeden met de horizontale relaties die bestaan uit aandacht voor de broeder of de nood van de broeder; deze relaties houden immers het risico in de gemeenschappen om te vormen tot gesloten groepen of tot zuiver filantropische organisaties. De gemeenschap heeft steeds nood aan de transcendentie tot de ander en de verwijzing naar een "derde"[5].

Uit de liefde tussen de Vader en de Zoon voortkomt de Heilige Geest, de "derde" persoon van de Drievuldigheid, die leeft in de Vader en de Zoon. Op dezelfde manier geldt dit voor de leden van de gemeenschap: de "derde" die borg staat voor hun transcendentie, is precies deze Geest die hen, door middel van de persoon en de projecten van de Stichters, verenigd heeft in een religieuze familie, met een gemeenschappelijke evangelische weg. Dat elk individu zich persoonlijk, vrij, verantwoordelijk en trouw daaraan hecht, is de voorwaarde voor de gemeenschap tussen de leden en voor haar uitstraling naar de buitenwereld.

... en van communicatie

Vrucht van de gemeenschap is de communicatie, die haar eigen model vindt in de zelfcommunicatie van God in Christus. Communiceren is steeds geven, gemeenschappelijk maken, met anderen delen wat eigen is, en bereid zijn om van de ander te ontvangen. Binnen de gemeenschappen is men niet altijd in staat op die manier te communiceren, en dit vervormt hun gelaat en bedreigt daardoor de geloofwaardigheid van hun apostolisch handelen.

De "communicatie" wordt verstoord wanneer we de broederlijke dialoog ontvluchten, wanneer de parresia, (d.w.z. de evangelische openheid en vrijheid), ontbreekt, of ook wanneer we in onze handelingen toegeven aan medeplichtigheid, hypocrisie en onverschilligheid, of  de waarheid over onszelf en over de anderen niet onder ogen zien.

Een authentieke communicatie komt niet tot stand dankzij de performance van de techniek; het vereist daarentegen steeds een houding vol nederigheid en de erkenning dat we schuldenaars zijn, dat we voor ons leven van de ander afhangen[6], maar ook dat we de rijkdom bezitten van een liefde die we kosteloos ontvangen hebben, die we moeten doorgeven. Het is boven alles de erkenning dat de communicatie mogelijk is dankzij Hem die, om te kunnen communiceren, zozeer naar ons is afgedaald, dat hij ons op het kruis zijn liefdespassie getoond heeft.

Silvia Recchi

 


[1] Vita consecrata, 20.
[2] "De diepste betekenis van de evangelische raden wordt geopenbaard als men de relatie ervan ziet met de heilige en heiligmakende Drie-eenheid. Deze raden vertolken immers de liefde van de Zoon voor de Vader in de eenheid van de Geest. Door het beoefenen van deze raden beleeft de godgewijde mens op heel intense wijze het trinitair en christologisch karakter dat het hele christelijke leven kenmerkt" (Vita consecrata, 21).
[3] "De Gemeenschap wordt opgebouwd naar het beeld van de Drie-eenheid" (Statuten van de gemeenschap  Redemptor hominis, 6).
[4] "Van de godgewijde personen wordt gevraagd ware deskundigen op het gebied van de onderlinge eenheid te zijn" (Vita consecrata, 46).
[5] Vgl. E. Bianchi, Comunione, in Le parole della spiritualità. Per un lessico della vita interiore, Rizzoli, Milano 1999, 190-191.
[6] Vgl. E. Bianchi, Comunicazione, in Le parole della spiritualità..., 185-187.



 

Silvia Recchi, lid van de Gemeenschap Redemptor hominis, behaalde het doctoraat in de Politieke Wetenschappen, en vervolgens het doctoraat Summa cum laude in Kerkelijk Recht aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit, met een thesis over het godgewijde leven. Zij doceert aan de Katholieke Universiteit van Centraal-Afrika (Yaoundé - Kameroen) als Directrice-emeritus van het Departement Kerkelijk Recht. Zij is juridisch adviseur van de Conferentie van Algemene Oversten van Kameroen en van de ACERAC (Vereniging van de Bisschoppenconferenties van Centraal-Afrika). Zij is vertegenwoordigster van Afrika in de Internationale Genootschap "Kerkelijk Recht en Cultuur". Zij is lid van de redactie van het tijdschrift "Quaderni di diritto ecclesiale" en auteur van de commentaar bij de canons over de Instituten van het godgewijde leven in de Codice di Diritto Canonico Commentato (in opdracht van de redactie van "Quaderni di diritto ecclesiale"), Ancora, Milaan 2004.

Ze publiceerde veel artikels in gespecialiseerde tijdschriften van Kerkelijk Recht en godgewijd leven.



05/01/2010 
 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency