Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Interviews arrow Interviews/5. Het is niet voldoende kennis over te dragen. Interview met kard. Grocholewski
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Interviews/5

 

HET IS NIET VOLDOENDE KENNIS OVER TE DRAGEN


Interview met kard. Grocholewski




Kard. Zenon Grocholewski is in 1939 in Polen geboren en sinds 1999 prefect van de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding. Ter gelegenheid van de viering van de 20e verjaardag van het Katholiek Instituut van Yaoundé/Katholieke Universiteit van Centraal-Afrika, heeft hij verbleven in de hoofdstad van Kameroen van 15 tot 18 december 2011. Wij hebben hem gevolgd bij zijn talrijke ontmoetingen en officiële bezoeken op de drie campussen van de Katholieke Universiteit en het Grootseminarie van de Onbevlekte Ontvangenis van Nkolbisson. Buiten zijn officiële optredens om hebben wij hem enkele vragen gesteld, waarvan wij voor onze lezers een samenvatting bieden.  

 

* Eminentie, het is voor onze academische instelling een bijzondere eer voor de eerste keer de prefect van de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding onderdak te mogen bieden. Als docent van de afdeling Canoniek Recht van onze Universiteit zo ik u allereerst hulde willen brengen als een eminent canonist. Ik zou dan ook graag willen weten wat uw algemene indruk is over de huidige "gezondheid" van de katholieke universiteiten.

Ik ben inderdaad hoogleraar Canoniek Recht geweest aan de Pauselijke Gregoriana-Universiteit en jaren gewerkt bij de Hoogste Kerkelijke Rechtbank van de Apostolische Signatuur. Bij de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding sta ik aan het hoofd van een werkelijk ministerie van de opvoeding voor de hele Kerk; dit ministerie wordt geconfronteerd met de menselijke, maatschappelijke en culturele situaties van heel de wereld. De bevoegdheid van de Congregatie strekt zich uit over verschillende sectoren, waaronder de seminaries, de universiteiten en faculteiten van kerkelijke studie, zoals die worden gereguleerd door de constitutie Sapientia Christiana van 1979 en waar de gewijde vakken zoals theologie, canoniek recht, kerkgeschiedenis etc. worden onderwezen, en de universiteiten, de scholen en de katholieke instituten die afhankelijk zijn van de constitutie Ex Corde Ecclesiae van 1990.

Er zijn meer dan 1500 katholieke universiteiten op de wereld, sommige zijn zeer indrukwekkend, zoals die in Belo Horizonte, in Brazilië, met 70.000 studenten. Katholieke universiteiten worden overal gewaardeerd; zij bevinden zich in veel landen, ook in die landen welke een christelijke minderheid hebben. In Taiwan bijvoorbeeld, waar slechts 1% van de bevolking katholiek is, zijn er wel drie katholieke universiteiten met 50.000 studenten. Ons decasterie houdt zich bovendien bezig met de katholieke scholen, die op ongeveer 200.000 worden geschat, met een bevolking van 45 miljoen leerlingen; zij zijn aanwezig in alle geografische streken, ook daar waar geen godsdienstvrijheid is. Katholieke scholen hebben een aanzienlijk vermogen om een antwoord te geven op de opvoedkundige dringende noden van de verschillende culturele contexten.

De laatste tien jaar is er een groei van 4 miljoen leerlingen op deze scholen geweest. Overal wordt het katholiek onderwijs gewaardeerd vanwege zijn kwaliteit en is het in staat aanzienlijk bij te dragen aan de vereisten van de verschillende landen. Een katholieke universiteit moet, evenals welke school met een katholieke identiteit dan ook, niet alleen kennis overdragen, maar ook een integrale vorming van de menselijke persoon garanderen. De studenten moeten hun capaciteiten en competenties ontwikkelen, maar tegelijkertijd gevormd worden om deze ten dienste te stellen van het algemeen welzijn. Voor een efficiënt opvoedkundig plan moet een katholieke universiteit bij het verschaffen van de noodzakelijke kennis wezenlijk streven naar de integrale vorming van de mensen; iedere wetenschappelijke benadering moet gepaard gaan met de zorg voor een morele betrokkenheid die eigen is aan een christelijke visie. Het is steeds noodzakelijk kennis met geweten te verbinden.

* U hebt verschillende reizen gemaakt op het Afrikaanse continent, waarvan u de uitdagingen en de problemen kent. Welke boodschap richt u vooral tot Afrika?

Ik ben in Angola, Kenia, de Democratische Republiek Kongo geweest en nu ben ik Kameroen. Ik ben ervan overtuigd dat Afrika grote potenties en enorme rijkdommen heeft om door te geven, alles hangt af van de mensen en hun vastberadenheid deze ten dienste te stellen van anderen. Het opvoedkundig plan van de katholieke universiteiten is altruïstische persoonlijkheden te vormen, die geen aanspraak maken op kennis voor hun eigen exclusieve belang, maar in staat zijn deze vrucht te doen dragen ten dienste van hun land en hun volk. Om deze reden onderstreep ik altijd dat het niet voldoende is kennis over te dragen, maar dat men de menselijke persoon moet vormen. Dat is ook voor Afrika de grote uitdaging, mensen te vormen die voor het gemeenschappelijk welzijn, voor hun land, voor de mensheid werken. De grootsheid van de mens is in de christelijke visie die van zich geven, anderen dienen. De opvoeding moet van deze waarden doordrongen zijn. Laten wij niet vergeten wat de Heilige Vader heeft gezegd in de encycliek Caritas in veritate, dat wil zeggen dat het grootste geschenk dat wij de anderen kunnen aanbieden de Christus is. Christus heeft ons de mens geopenbaard, Hij heeft ons geleerd te dienen en hoe te dienen. Dit is ook mijn wens voor Afrika.

Eminentie, dank u.

(Verzorgd door Silvia Recchi)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)







16/02/2012 
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis