Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Interviews arrow Interviews/4. Het kloosterwezen, ziel van de missie van de Kerk
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend
 

Interviews/4 

HET KLOOSTERWEZEN,

ZIEL VAN DE MISSIE VAN DE KERK

Interview met bisschop Johannes Paulus Gibertini,

Bisschop-emeritus van Reggio Emilia-Guastalla

 

  • * Monseigneur, u bent een benedictijnse Monnik én Bisschop. U stond vele jaren aan het roer van de Kerk van Reggio Emilia-Guastalla. Hoe hebt u deze twee aspecten van uw leven met elkaar weten te verzoenen? En welke positieve effecten, meent u, heeft uw monnik-zijn aan het leven van de Kerk die u als Herder hebt bestuurd, gegeven?


         Die twee aspecten, namelijk de innerlijkheid en het pastorale leven, worden op een wonderbare wijze behandeld in een document van het Tweede Vaticaans Concilie, nl. Perfectae caritatis.

Het document herinnert ons eraan dat er in de Kerk vele instituten bestaan die zich aan diverse apostolaatswerken wijden. Zij bezitten verschillende gaven overeenkomstig de genade die hen geschonken is: de gave van het dienstbetoon, de gave van de lering voor het onderricht, de gave van het opwekkend woord, de gave om met mildheid uit te delen, de gave om met blijmoedigheid de barmhartigheid te bewijzen (vgl. Rom 12, 5-8) (vgl. Perfectae caritatis, 8).

Deze instellingen kennen hun bestaansrecht in het feit dat Jezus Christus zijn leerlingen in de wereld heeft gezonden met de woorden: "Ga, en maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en leer hen alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb" (Mt 28, 19-20). Daarom, zo gaat het document verder, moet het religieuze leven van de leden met de apostolische geest doordrenkt worden (vgl. Perfectae caritatis, 9), namelijk de geest van het zichzelf geven aan de anderen, zich opofferen voor de anderen, opdat de religieuzen op de eerste plaats aan hun roeping beantwoorden. Een roeping die hen voorhoudt om Christus te volgen en Christus in al zijn ledematen te dienen. De Kerk is geroepen om te evangeliseren.

Houd er echter rekening mee, dat in het evangelie van Marcus, toen Jezus de twaalf uitkoos, Hij vooral wilde dat zij met Hem zouden zijn en zouden gaan prediken (vgl. Mc 3, 14). "Met Hem zijn": ziehier het primaat van elke roeping, zowel van missionaris als van monnik.

Het contemplatieve leven kan ook worden beleefd in de eenzaamheid, in de stilte, in het gebed, enz. Het monastieke leven, vooral in de geest van St.-Benedictus, heeft echter ook een andere zeer belangrijke karakteristiek, nl. die van het gemeenschapsleven. Ik ben benedictijn. Ik heb de kloosterlucht sinds mijn puberteit ingeademd; een leven van gebed, met die prachtige liturgieën, van broederschap rond de Abt die Jezus Christus vertegenwoordigt, en vervolgens het gemeenschapsleven.

Het kloosterleven van de benedictijnen had prachtige momenten rond de jaren 1000, 1200, 1300. Ons klooster van Parma werd in het jaar 800 gesticht. Het heeft in de vorige eeuw haar duizendjarige bestaan gevierd. Paus Benedictus XVI die veel van het monastieke leven houdt, heeft de weg van dat gouden tijdperk opnieuw afgelegd; van de vier beroemde abten van Cluny, van de heilige Bernardus en de Cisterciënzers, en van de Olivetanen later: alle monastieke ervaringen die ongeveer rond die tijd zijn ontstaan.

Waarom dat? Omdat wij de ontmoeting met de Absolute, met het bovennatuurlijke, met de Heer nodig hebben. De mens is pas gelukkig wanneer zijn hart voldaan is. En het hart van de mens is niet voldaan wanneer het naar de aardse dingen gericht is. We zijn gemaakt voor God. Door Hem werden wij geschapen en tot Hem zijn we bestemd.

Het monastieke leven doet deze oproep, op een eminente wijze.

Daarna werd ik uit het klooster weggehaald. Ik had daar niet aan gedacht. Ik werd Bisschop gewijd en naar Sardinië gezonden. Meerdere malen zei kardinaal Martini dat het noodzakelijk is dat af en toe een monnik bisschop wordt, als een oproep tot innerlijkheid, als een herinnering aan het gevaar van de aanhoudende versnippering, van de overdreven activiteit die de intimiteit met God verstikt.

De Paus komt vaak terug op dit begrip. In de chrismamis van dit jaar heeft hij tot de priesters gezegd dat men vooral zichzelf moet voeden, want men geeft in verhouding tot wat men ontvangt. De mensen die naar de priester luisteren, beseffen namelijk of hij een priester is die leeft in Gods aanwezigheid of integendeel gewoon een leraar of een organisator van liefdadigheidsprojecten is.

Van mijn kant heb ik in mijn bisschoppelijke ministerie getracht om voorrang te geven aan het gebed, aan de vereniging met God.

Daarom wilde ik dat tijdens de sterke liturgische momenten alle priesters van de stad, alsook de seminaristen, in de kathedraal van Reggio Emilia aan de vespers op zondag, die eindigden met de eucharistische zegen, samen deelnamen. Het ging om een teken van broederschap en van gemeenschappelijk gebed. Een teken dat een belangrijke impuls gaf aan alle pastorale activiteiten van de week.

Een Kerk die slechts apostolisch werk zou doen, en zich uitsluitend aan activiteiten zou wijden, zou de Kerk van Christus, de Kerk van Pinksteren, niet zijn.

Zowel de monnik, de christen als de missionaris moeten mensen van gebed zijn. Niet alleen een liturgisch en gemeenschappelijk gebed, maar ook een gebed van persoonlijke intimiteit met de Heer. Een leraar van het innerlijke leven die grote impuls heeft gegeven aan het monastieke leven en die de door de Paus vaak wordt geciteerd, was Dom Columba Marmion. Met zijn werken, o.a. Christus leven van de ziel en Christus ideaal van de monnik, ontwikkelde hij zeer goed het 'christocentrisme' dat uitgedrukt wordt in de regel van St.-Benedictus: alles is op Christus gericht.

In feite moeten we niets vóór de liefde van Christus plaatsen: het is omwille van de liefde van Christus dat men arm wordt; het is omwille van de liefde van Christus dat men aan de Abt, in wie we Jezus Christus zien, gehoorzaamt; het is omwille van de liefde van Jezus dat men, samen met de medebroeders, de liefde, de nederigheid en het geduld beleeft; het is omwille van de liefde van Christus dat men voor de zieke broeder zorgt, in wiens gelaat we Jezus zelf zien.

Het kloosterleven van de benedictijnen is niet in zichzelf opgesloten. Er is ook het pastorale werk, maar men moet dit doen als een dienst, want dan is het verlangen van de monnik om naar het klooster terug te keren waar hij God op een intiemere wijze ontmoet en waar hij Hem altijd blijft zoeken.

Als Monnik en Bisschop heb ik twee aspecten van het religieuze leven en de pastorale zorg met elkaar moeten verzoenen. Zelfs als Bisschop heb ik altijd een halve dag per week voor een verblijf in een klooster of in een religieuze instelling vrijgemaakt, om op krachten te komen, omdat ik gekozen heb om Monnik te zijn. Dan heb ik ingestemd met het voorstel van anderen om Bisschop te zijn. En wanneer de Paus mijn ontslag aanvaard heeft en ik dus Bisschop-emeritus van Reggio Emilia-Guastalla werd, kon ik kiezen om naar een instituut te gaan, ook in de buurt van de stad, en van daar uit mijn taken in verband met mijn nieuwe functie uit te voeren. Maar ik koos ervoor om naar ons klooster in Parma terug te keren, waar ik ook meerdere jaren Abt was. Juist omdat mijn leven hier is, in het gebed en in het gemeenschapsleven onder de benedictijnse regel.
 

  • * Wat is nu in de relatie tussen "monnikendom" en "missie" belangrijk om te benadrukken?

Vandaag de dag is er een ernstige ziekte die verspreid is - een beetje overal - nl. de afwezigheid van God. Men leeft zonder God. De priester, net als elke christen die in de missie werkt, moet proberen om mensen aan deze essentiële aanwezigheid in het leven op te roepen, en dit om de God die we in de geloofsbelijdenis vieren, dichterbij te laten voelen.

De priester moet in zijn leven tonen dat het primaat aan God toebehoort. God beminnen boven alles; en pas dan komt de liefde tot de naaste. U kunt de twee termen niet omkeren.

Hoe kan men dat doen? Door het gebed, de verhouding met God te behouden. De aanwezigheid van de monniken is van vitaal belang in de Kerk. Hoewel zij geen directe apostolische werken uitvoeren, toch zijn ze de ziel van de evangelisatie. De missionaris die werkt en die in beslag wordt genomen door de vele problemen, moet zich ook terugtrekken, net als de monniken, om met God in Zijn aanwezigheid te staan, in een persoonlijke dialoog die leven geeft aan alles wat hij doet en alles vernieuwt.

Bovendien, beste Sandro, weet ik nog goed dat je me na uw priesterwijding in Kameroen schreef, om me te zeggen dat je voor jouw voorbereidingsretraite juist naar een klooster van de cisterciënzers was gegaan.

De monnik, hoewel hij heel zijn leven in contemplatie doorbrengt, kan de broeders die lijden in de wereld niet vergeten; op deze manier moet de missionaris de innerlijkheid beleven.

De keuze van de Heilige Theresia van Lisieux tot patrones van de missies betekent dit juist: het kloosterleven is de ziel van de missie van de Kerk.

Indien echter de missionaris gaat, spreekt en zelfs de mooiste dingen maakt, maar dat alles niet weet terug te brengen naar de Ene, blijft zijn apostolaat leeg, vruchteloos, en de mensen worden dat gewaar.

Hoe meer men de geest van het monastieke leven beleeft, des te meer is men missionair; hoe actiever men in de missie is, des te meer voelt men de behoefte zich terug te trekken en alleen te staan met zijn Heer, die hem heeft gezonden. En in deze zin wordt de missionaris in zekere zin een 'monnik', in de zin van 'alleen staan' in de aanwezigheid van de Heer. 

 

  • * Volgens u, die altijd zo alert bent op de tekenen des tijds, vooral in dit post-christelijke tijdperk, welke bijdragen kan het kloosterleven in zijn geheel leveren aan de evangeliserende activiteit van de Kerk, in verband met de uitdagingen zoals de secularisatie, het relativisme, de uitsluiting van God uit het leven van de mens?

Het kloosterwezen leidt de mens naar de diepste levensvragen, naar de nood die de mens heeft van God. Ook al doen de monniken niets speciaals - ik denk vooral aan de kloosterinstellingen - hun aanwezigheid laat vragen stellen, hun biddende stilte roept de mens op om de aandacht niet te richten op wat vergankelijk is, maar verder te zoeken, en zich niet voldaan te voelen door de waarden die de wereld hem aanbiedt.

In plaats van antwoorden te geven, stelt het kloosterwezen pertinente vragen aan de mens over zijn bestaan, over het waarom van de dingen.

Ook in de missie is het monnikendom niet opgeroepen om de lokale geestelijken of missionarissen te vervangen. De monnik beleeft zijn leven en dit spreekt voor zich, zonder zelfs de behoefte van veel woorden. Denken we aan de martelaren van Algerije. Hun stille aanwezigheid was als een directe verkondiging van de Heer. Ze werden vervolgd en gedood omdat ze 'stoorden', net als degenen die expliciet en publiekelijk de Verrezen Heer verkondigen.

Het kloosterwezen kan ook nuttig zijn om er af en toe monastieke lucht te gaan inademen. In sommige bisdommen bestaat deze tendens: de oproep om naar een klooster te gaan om samen met de communiteit te bidden. Dat betekent een terugkeer naar de bronnen van een geleefde liturgie. Dan kan men op één of andere manier weerstand aan de uitdagingen van afleiding en leegte bieden. Dan kan men de kracht om in een geseculariseerde wereld aanwezig te zijn vinden en levensmodellen bieden die in overeenstemming zijn met het evangelie.

Sandro Puliani

 

Mgr. Johannes Paulus Gibertini, Bisschop-emeritus van het bisdom Reggio Emilia-Guastalla, werd geboren in Ciano d'Enza (RE) in 1922. Hij trad in het benedictijnse klooster van San Giovanni van Parma in 1935 in. Op 12 augustus 1945 werd hij tot priester gewijd. Het werd gezonden naar Sardinië voor de oprichting van het klooster van San Pietro di Sorres in 1955 en werd vervolgens in 1979 als Abt verkozen van het klooster San Giovanni van Parma.

Benoemd tot Bisschop van Ales-Terralba (Oristano) op 23 maart 1983, werd hij op 25 april 1983 tot Bisschop gewijd door Kardinaal Sebastiano Baggio.

Hij leidde het bisdom Reggio Emilia-Guastalla van 1989 tot 1998.



06/09/2010
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis