Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Interviews arrow Interviews/10. Inculturatie in de context van interculturaliteit
sito ufficiale

  ¡PAS OP! DEZE WEBSITE IS EEN ARCHIEF - KLIK HIER OM NAAR DE NIEUWE WEBSITE OVER TE GAAN

 
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Interviews/10

 

INCULTURATIE IN DE CONTEXT

VAN INTERCULTURALITEIT


In gesprek met de secretaris van
de
Pauselijke Raad voor de Cultuur



Barthélemy Adoukonou is in 1942 in Benin geboren. In de jaren zeventig leerling van de toenmalige professor Joseph Ratzinger in Regensburg, is hij een vooraanstaand vertegenwoordiger van de Afrikaanse theologie. Op 3 december 2009 is hij benoemd tot secretaris van de Pauselijke Raad voor de Cultuur.

Mgr. Adoukonou heeft in 1970 in Benin de "Sillon Noir" gesticht, een beweging die reflecteert over de inculturatie, met het doel de authentieke waarden van de Afrikaanse cultuur opnieuw te vinden, daarbij steunend op de "intellectuelen van de gemeenschap". Dit zijnde Afrikaanse wijzen, bewaarnemers van het culturele erfgoed van een gemeenschap, voor de inculturatie van het geloof en om een authentieke Afrikaanse theologie te scheppen, waarbij de traditionele cultuur wordt gezuiverd met als filter het kruis.

Mgr. Barthélemy Adounokou heeft in Yaoundé deelgenomen aan het pan-Afrikaans Congres van de Katholieke Leken met een toespraak over "Jezus Christus in het gebied van Afrika: prioriteiten, problemen en uitdagingen van de evangelisatie in Afrika vandaag". Wij hebben hem ontmoet op het Congres en hebben hem enkele vragen gesteld waarop hij met grote bereidwilligheid heeft geantwoord.

 

       

* U bent secretaris van de Pauselijke Raad voor de Cultuur, de eerste Afrikaan die met deze taak is belast. Uw decasterie is in het leven geroepen voor de dialoog tussen geloof en culturen om de evangelisatie van de culturen en tegelijkertijd de inculturatie van het geloof mogelijk te maken. Wat zijn de standpunten die naar voren komen, en de perspectieven voor het werk tegenover de grote culturele veranderingen van onze tijd?

De Pauselijke Raad voor de Cultuur heeft vandaag drie grote perspectieven voor het werk en de inzet tegenover de grote uitdagingen van de hedendaagse cultuur.

Er is vóór alles het perspectief dat voortkomt uit de culturele stroming van de moderniteit en de postmoderniteit. Vanuit dit standpunt trachten wij te verwezenlijken wat de "voorhof van de heidenen" wordt genoemd. De Kerk wil om zo te zeggen uit de "tempel" komen om al degenen te ontmoeten die tot deze "voorhof" zijn gekomen. Er is een ruimte in de tempel van Jeruzalem waartoe de niet-gelovigen toegang hebben zonder er echter in te slagen de drempel over te gaan om de tempel te betreden. Dan is de Kerk bereid om naar buiten te treden, naar de atheïsten toe te gaan die openstaan voor de transcendentie. De theologische grondslag van deze houding vinden wij in de Brief aan de christenen van Efeze, waar Christus niet alleen een einde maakt aan iedere vorm van haat in zijn lichaam zelf, maar ook iedere scheidingsmuur neerhaalt, dus ook de muur die de Kerk scheidt van de culturen; de Kerk treedt met Christus naar buiten, die zich op het Kruis boven allen heeft verheven om Joden en heidenen tot zich te trekken, opdat allen één nieuwe mens zijn. In dit perspectief gaan wij de dialoog aan met de atheïsten die openstaan voor de dimensie van de transcendentie.

Maar zij zijn er niet alleen: een tweede benadering wil ook de onverschillige en ook cultureel agressieve atheïsten in overweging nemen. Hun leggen wij het probleem voor van een onverdraagzame monocultuur in het westen voor, die is ontstaan uit de diepe breuk tussen cultuur en geloof, waarbij de waarden van het laatste worden vergeten, als eindpunt van de beweging van de Verlichting. Wij stellen hun de vraag met welk recht de menselijke rede God pretendeert uit te sluiten.

Binnen de Verenigde Naties zelf zeggen wij dat deze monocultuur die God uitsluit, ook autoritair een visie op de mens, een politiek en economisch totalitarisme wil opleggen; over wat voor een authentieke democratie zou men dan kunnen spreken? In naam van de gelovigen van iedere categorie trachten wij het probleem van de transcendente waarden die de culturen bezielen, aan de orde te stellen. De Verenigde Naties bestaan overigens voor 80% uit naties die leven in culturen die gegrondvest zijn op religieuze waarden en men kan niet allen een visie en een rechtspraak opleggen die hen op willekeurige wijze uitsluit.

Daar waar de menswetenschappen en de sociale wetenschappen de culturen beroven van de verwijzing naar God en naar transcendente waarden, stellen wij dat er geen geloof is zonder cultuur, noch cultuur van historisch bekende volkeren zonder een religieus fundament.

Iedere cultuur komt voort uit religieuze waarden waarvan een volk als concrete persoon leeft; deze persoon treedt in relatie met een andere persoon van een gemeenschap, met andere volkeren die eveneens worden gekenmerkt door een religieuze openheid. Zo bevinden wij ons in een context van interculturaliteit die verder gaat dan het eenvoudige multiculturalisme als het naast elkaar bestaan van culturen.

De Kerk is nu juist ontstaan uit een werkelijkheid van interculturaliteit; met Pinksteren heeft zij zich geopend voor alle volkeren: Perzen, Arabieren, bewoners van Mesopotamië ... ieder begrijpt de wonderen van God in zijn eigen taal.

Op het ogenblik dat wij met de globalisering vandaag te maken hebben met een proces van culturele homogenisatie, moet men zich afvragen hoe wij geweld, ongerechtigheid vermijden ten opzichte van de naties zonder stem, de zwakste en armste die vervolgens het belangrijkste aantal zijn. Men heeft niet het recht anderen de eigen visie op de mens en de eigen modellen op te dringen, omdat men rijker en sterker is.

De Pauselijke Raad voor de Cultuur heeft tenslotte een derde benadering die de cultuur die door de moderne communicatietechnologieën, zoals internet, wordt vertegenwoordigd, aanpakt. Wij bevinden ons hier immers niet eenvoudigweg tegenover nieuwe instrumenten van communicatie, maar tegenover een nieuwe cultuur die daardoor in het leven is geroepen en die de cultuur van de jongeren is. De jongeren leven vandaag in deze ruimte en wij moeten ons afvragen hoe wij aan hen het evangelie kunnen doorgeven en de continuïteit van de culturele waarden kunnen garanderen.

Ik heb samenvattend de grote lijnen geschetst waarlangs de Pauselijke Raad voor de Cultuur zich heeft ingezet voor concrete projecten. Een hiervan is het "Forum Geloof, cultuur en ontwikkeling", te beginnen bij de Kerk in Afrika; het Forum wil een immens laboratorium van interculturaliteit zijn dat de dialoog tussen de culturen die vanuit religieuze waarden leven, mogelijk maakt. 

* Excellentie, uw briljante toespraak tot het pan-Afrikaans Congres van de Katholieke Leken heeft een overzicht gegeven van de uitdagingen op het Afrikaanse continent voor de verkondiging van Jezus Christus. Wat zijn juist met betrekking tot de Afrikaanse cultuur, waarvan u een bijzonder gekwalificeerde vertegenwoordiger bent en op het terrein waarvan u bijzonder actief bent, de perspectieven die u waarneemt?    

Met betrekking tot de Afrikaanse cultuur kunnen wij vandaag niet het probleem van de inculturatie, dat ongetwijfeld een fundamentele noodzaak en vereiste is, aan de orde stellen zonder ook het probleem van de interculturaliteit aan te orde te stellen.

Toen in Hongkong in 1993 de toenmalige kard. Ratzinger zijn beroemde voordracht hield, gaf hij reeds de fundamentele termen van het probleem aan: "inculturatie" en "interculturaliteit".

De Pauselijke Raad voor de Cultuur werkt vanuit een perspectief waarbij de twee uitdrukkingen niet worden gebruikt in termen van een alternatief, maar wij moeten spreken van inculturatie in een context van interculturaliteit.

Inculturatie veronderstelt dat men in dialoog treedt met de andere cultuur om naar de ander te luisteren, uitgaande van het diepste van de eigen spirituele en religieuze identiteit. De waarden van waarheid die bestaan en de culturen van binnenuit bezielen, openen ze voor elkaar, doen ze in dialoog treden, zonder geweld, in een dimensie van interculturaliteit.

Inculturatie en interculturaliteit vullen elkaar dus aan.

Daarom zouden wij willen dat er op het niveau van de SCEAM [Symposium van de Bisschoppenconferenties van Afrika en Madagascar] een instantie komt die verantwoordelijk is voor het heroverwegen in Afrika van de cultuur in al haar dimensies, daarbij onze universiteiten en ook het volk Gods van het continent uitnodigend aan dit werk hun bijdrage te leveren. Ik heb al 42 jaar geleden de zogenaamde Sillon Noir-beweging gelanceerd [sillon = vore; het is de naam van de beweging die in het leven is geroepen voor de inculturatie van het geloof in Afrika, opdat de culturele erfenis van de Afrikaanse mens wordt opgenomen in het erfgoed van de Kerk, n.v.r]. Deze culturele inzet moet voortduren. De Sillon Noir is de mêwihwendo, in de zin van het Latijnse colere, bebouwen, cultus, bebouwing; de term heeft de drievoudige betekenis van een materieel, agrarisch werk, van bebouwing en werk van de geest, als opening naar de transcendentie.

Wij moeten ervan overtuigd zijn dat de Kerk in Afrika niet alleen maar arm is wat geld en economische middelen betreft, maar vooral cultureel arm; wij moeten op dit vlak dus haar helpen. Wij moeten ten opzichte ervan de "obool" van de cultuur betalen door ieder mogelijk initiatief in deze richting te ontplooien met seminars en activiteiten aan de universiteiten om een brede discussie op te zetten, om over zichzelf opnieuw na te denken en in dialoog te treden met al wat men doet en zegt in de wereld.



(Verzorgd door Silvia Recchi)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




08/10/2012

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis