web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Interviews arrow Het eeuwige leven is een ontmoeting met vrienden” (3)
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
gemeenschap-rh1.jpg

| Afdrukken |


LEES HET EERSTE EN HET TWEEDE DEEL VAN HET ARTIKEL  
 


"HET EEUWIGE LEVEN IS EEN

ONTMOETING MET VRIENDEN" (3)


Interview met Kardinaal Tomás Špidlík *


Ø         Het model van alle volmaaktheid is Christus, maar een gids die ons leidt om dit ideaal te benaderen vindt men niet in boeken of handboeken over hoe men moet handelen: het is veeleer de historische en concrete ervaring van geestelijk vaderschap.

Ja, eens was de gids naar Christus de geestelijke vader. In onze dagen en juist in de Kerk is de figuur van het geestelijke vaderschap op het tweede plan geraakt. Dit is een groot verlies. Ik bewijs dit altijd historisch. In het Russisch monnikendom was er aanvankelijk een tijd van grote bloei. In de vijftiende eeuw volgde hierop een diep verval. Vervolgens kwamen de figuren van twee grote hervormers naar voren. De eerste was Jozef van Volokolamsk, een traditionalist. Hij predikte dat het verval de vrucht was van de veronachtzaming van alles wat de Stichters en de Heilige Vaders hadden overgeleverd en hij stelde een terugkeer voor naar een strenge observantie van de bronnen.

De tweede hervormer was Nil Sorskij, een progressist. Rondom hem bloeide de beweging van de hysichasten. Hij beweerde dat het verval te wijten was aan het feit dat men overeenkomstig oude schema's wilde leven, terwijl de wereld was veranderd. Daarom moest men zich aanpassen aan de tijden. Wie van de twee heeft succes gehad? De geschiedenis laat zien dat beiden het hebben gehad voor twee of drie generaties en vervolgens zag men weer een diep verval.

De werkelijke vernieuwing van het monnikendom heeft plaatsgevonden met de starets, de grote geestelijke vaders. Waarom?

Omdat de geestelijke vader niet alleen de wet kent, maar ook de persoon. De moralist kent de wet perfect, maar niet het hart. De geestelijke vader leest daarentegen het hart van de persoon. Het geestelijke vaderschap is niet gebonden aan het bedienen van de sacramenten of iets bijzonders. Het geestelijke vaderschap is een gave van de Geest en verwijst naar het goddelijke vaderschap. Ik zeg dat wij, mensen van de Latijnse Kerk,  het credo hebben vervalst, niet met het filioque, maar met een komma. Wij zeggen: Ik geloof in één God, de almachtige Vader. Het eerste artikel is daarentegen: Ik geloof in één God Vader. Dat wil zeggen: ik geloof in het goddelijk vaderschap. Inderdaad, geloven in God is eigen aan alle godsdiensten. Dat deze God Vader is, is echter alleen iets van de christenen. Het leven dat leidt naar het goddelijk vaderschap, gaat niet via de wet, ook al was die nog zo volmaakt, maar via het vaderschap van geestelijke leidsmannen, mannen vol van de Heilige Geest. De Kerk heeft geestelijke vaders nodig. Het is niet waar dat de mensen niet willen luisteren. De mensen zijn op zoek naar een woord van leven.

Ø         Kunt u ons zeggen wat voor unieks de ervaring van de "missio ad gentes" kan bijdragen aan het christelijk bestaan?

De kwestie is ons geloof, omdat het goede vanzelf groeit. Toen ik naar Rome kwam, in de jaren vijftig, was er het probleem van India. Men zocht wanhopig missionarissen om die Kerken aldaar in leven te houden. Nu gaat de stroom in omgekeerde richting en komen de Indiërs naar Europa. Het zaad heeft de kracht om in zichzelf te groeien. Het goede groeit. Een Italiaanse socialist die mij vroeg "Zegt u mij eens, zijn priesters beter dan wij?", antwoordde ik: "Nee, als ik dat zou zeggen, zou ik een farizeeër zijn. Ik heb één voordeel"- voegde ik eraan toe - "wanneer ik zondig, geloof ik dat God vergeeft. Jullie geloven integendeel alleen maar in de gerechtigheid. Ik ben in het voordeel, omdat ik geloof in de vergeving van de zonden. Jullie geloven daarentegen in de wraak van de Staat".

Kunnen laten zien dat wij iets te bieden hebben. In staat zijn reacties van mensen op te wekken die zeggen: wanneer ik bij jullie ben, dan voel ik mij goed. Ik zou bij jullie willen zijn. Niet omdat jullie een betere leer hebben dan de anderen. Die lees ik in de boeken. Maar omdat ik mij bij jullie goed voel. Wanneer iemand mij vraagt waarom ik ervoor heb gekozen bij de jezuïeten in te treden, antwoord ik dat ik niets heb gekozen. Ik ben bij de jezuïeten terechtgekomen van pure ellende, omdat de universiteiten in mijn land waren gesloten. Dit zou, zoals sommigen denken, de betekenis van de roeping kunnen verminderen. Ja, de opmerking kan juist zijn. Maar eenmaal bij de jezuïeten, heb ik geconstateerd dat ik er op de juiste plaats was en heb ik erin toegestemd te blijven. Toestemmen veronderstelt een grotere vrijheid dan kiezen. Zeggen: 'ik kies' is geen garantie voor een werkelijke keuze. Het kan een gril zijn, iets van voorbijgaande aard. Ontdekken dat jij dankzij God op de juiste plaats bent en erin toestemt er te blijven, is daarentegen zeker een keuze. Om derhalve terug te komen op het verhaal van de betekenis van de zending: de eerste missionaris is God, niet ik. God is het die van de mensen houdt en hen roept. Ik moet de tekenen lezen, zien hoe Hij hen roept. Hij kan hen op zoveel manieren roepen. Aanvankelijk kan Hij hen roepen met een taak, vervolgens op een andere wijze, totdat zij de juiste plek vinden.

Ø       U onderstreept altijd de belangrijkheid van het hart. Waarom?

Toen ik het boek schreef over het hart, over Theophanes de Kluizenaar, was de censuur er nog niet klaar voor om het te publiceren. Ik werd beschuldigd van Slavisch sentimentalisme. Vóór de publicatie in het Frans ging er veel tijd voorbij. Nu wordt dit boek in het Italiaans gepubliceerd door de Libreria Editrice Vaticana en de secretaris zelf van het vroegere Heilig Officie heeft het op het Orientaals Instituut gepresenteerd.

Aanvankelijk was er veel wantrouwen, omdat men mij zei dat ware rationaliteit het uitoefenen van de wil, het beoefenen van de ascese en het toepassen van de prudentie impliceert. Het hart paste niet binnen deze categorieën. "L'Osservatore Romano" publiceerde vervolgens de presentatie van mijn inleiding op het boek. In 1985 schreef de paus mij een brief waarin hij zijn waardering uitte voor het feit dat ik de rijkdom van de oosterse spiritualiteit in heel de Kerk had geïntroduceerd. Een van de eersten die mij feliciteerde, was de patriarch van Constantinopel. Ook de patriarch van Moskou toonde mij zijn vriendschap door mij een gouden medaille te schenken voor wat ik had geschreven. Wat is dan het hart? Het hart staat voor de mens in zijn totaliteit, in al zijn relaties. Het leven veronderstelt het geheel van de mens, de harmonieuze samenwerking van alle vermogens, en deze komt het beste tot uitdrukking in de term "hart". Met andere woorden: het hart is de persoon. Zoals de bijbel het zegt: jij bent precies, zoals je bent in je hart.

Ø        Eminentie, u kent de gemeenschap "Redemptor hominis" bijna vanaf het begin van haar religieuze tocht. Als u de essentie van onze religieuze ervaring zoudt willen omschrijven - en het ontkennen hiervan zou leiden tot verlies van eigen identiteit -, waaraan zoudt u ons dan willen herinneren?

Jullie zijn nu juist begonnen bij het goddelijk vaderschap, het geestelijke vaderschap. Jullie moeten verdergaan op deze weg, anders vervalt men tot legalisme. Ik citeer hier graag ter vergelijking een uitdrukking van Chiara Lubich: "Altijd Focolare, alleen maar Focolare". Organisatie, wet, activisme kunnen de Focolare niet doen verdwijnen, de plaats waar het charisma van de Focolarini ontstaat.

Jullie weg is die welke jullie zijn opgegaan sinds de jaren van de Borgata. Aan jullie de taak deze te gaan tot het einde toe.


 

(door Maurizio Fomini)


*
Dit interview is verschenen in "Missione Redemptor hominis" n. 73 (2005) I-IV.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

17/04/2010
 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency