LEES HET EERSTE DEEL VAN HET ARTIKEL
"Het eeuwige leven is een
ontmoeting met vrienden" (2)
Interview met Kardinaal Tomás Špidlík *
Ø Wanneer en hoe wordt de relatie met Christus zichtbaar?
De relatie met Christus is geen catechismus, een andere wet betreffende Christus. Men moet doen, zoals Dostojevski in zijn romans. Hij noemt Christus nooit, hij spreekt over de mens en laat zien waar de mens buiten Christus terechtkomt. Dat is het geval met De gebroeders Karamazov. Hoe eindigt de oude Karamazov, geheel vrij in zijn seksleven? Gedood door zijn onechte zoon. Iwan, de rationalist, wordt ten slotte gek. Dimitri, de libertijn, eindigt in een gevangenis in Siberië. Alleen Aljosja, die zich met Christus identificeert, kan doen wat hij wil, en hij verwoest niets. Wat hier is gezegd, heeft ook implicaties voor de missio ad gentes. Aan het Istituto Orientale in Rome, waar ik les gaf, meldde zich eens een boeddhistische non. Zij studeerde vergelijkende godsdienstwetenschappen in Zwitserland. Zij wilde met mij spreken over de christelijke mystiek. Alles wat zij zei over de mystieke christelijke schema's, kende zij min of meer uit het bestuderen van de boeddhistische godsdienst. Zij wilde het verschil weten tussen christendom en boeddhisme. Ik vroeg haar op mijn beurt wat zij wilde bereiken, wanneer zij bad. Haar antwoord was vanzelfsprekend: "De eenwording met God". Het antwoord op mijn volgende vraag, namelijk of iemand ook de volmaakte eenwording met God in dit leven ooit had bereikt, was zo mooi dat ik het liet afdrukken in "L'Osservatore Romano": "Dat is het verlangen van alle mensen, van alle godsdiensten" - zei ze - "maar in dit leven heeft niemand ooit de volmaakte eenwording met God bereikt". Welnu, wij christenen geloven in de persoon van Jezus Christus. In Hem zijn God en mens volmaakt verenigd, daarom komt ons gebed tot stand door middel van Jezus Christus. Dat is het verschil tussen boeddhisten en christenen. De christelijke waarheid bestaat dus niet voornamelijk uit het leren van een andere leer, maar vooral uit het geven van betekenis aan hetgeen de mensen verlangen in hun hart. Hoe meer de mens zich in Jezus Christus met God verenigt, des te meer mens wordt de mens.
Ø Wie u kent, weet dat u de persoon stelt boven systemen, vriendschap boven grote theorieën. Zou u ons deze overtuigingen van u nader kunnen uitleggen?
Men moet de persoon koesteren. De persoon is een liefdesrelatie. Het eerste niveau is vriendschap. Alle stichters van religieuze ordes hadden vrienden. Niet dat zij al vanaf het begin eraan dachten een instituut te stichten: Franciscus de franciscanen, Ignatius de jezuïeten. En ook niet dat zij zich verplicht voelden om een regel te schrijven als om hun eigen leven te verdedigen. Nee, zij hadden vrienden om zich heen en om het gemeenschapsleven enigszins te reguleren schreven zij een regel als uitdrukking van hun vriendschap. Ik geef een voorbeeld. Een student van het Amerikaans college in Rome wilde maar steeds niet op tijd komen voor het gemeenschappelijk gebed. Hij was altijd te laat. Hij zei: "Ik ben geen nummer, geen robot die op commando begint te bidden, wanneer de bel gaat. Dit gebruik is zo vernederend dat ik mij daar niet aan kan houden". Er werd hem gezegd: "Ben je hier gekomen om in een hotel te verblijven of om onder vrienden te zijn?". Ziedaar, vrienden willen samen bidden, dus komen zij overeen dat het gebed op een bepaald uur begint. Men bidt niet, omdat om 12 uur de bel gaat, maar omdat men met vrienden wil bidden. Dan begint de regel betekenis te krijgen. Ook Jezus had vrienden. En zijn vrienden vertelden wat Jezus hun had geleerd. Vervolgens kwamen zij tot de conclusie dat het beter was iets op schrift te zetten, anders zou men het risico lopen alles te verliezen wat zij hadden gezien en gehoord. Zo ontstonden de evangelies. Aan het begin is men niet uitgegaan van dogma's, maar van de ervaring van de apostelen met Jezus. Vervolgens draaide men de werkwijze om: men ging uit van dogma's om af te dalen naar het leven. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft gelukkig het perspectief omgekeerd. Het stelt dat de Kerk op de eerste plaats mysterie is en vervolgens sacrament. Niet het tegenovergestelde. Eerst leeft men en vervolgens tracht dit leven zich goed te verwoorden. Dit heeft o.a. de oecumene mogelijk gemaakt.
Ø Uw visie op het geloof steunt op een fundamentele spil van het christelijke geloof: het mysterie van de Drieëenheid. In welke zin verandert dit mysterie wezenlijk onze relatie met God en de mensen, ook binnen een religieuze gemeenschap?
Men moet zich de vraag stellen of men moet uitgaan van de natuur of van de persoon. Als men zegt "Ik geloof in één God", en daar zijn de Vader, de Zoon en de Geest, dan benadrukken wij de eenheid van de natuur. Dan is het aantal personen niet belangrijk: of het er drie of vier of vijf zijn, is van weinig belang. Kant zei dat hij niet begreep wat het mysterie van de Drieëenheid voor het concrete leven kon betekenen. Als het grootste mysterie van het christelijk geloof niets voor het leven betekent, dan hebben wij werkelijk een probleem. Ons geloof verklaart: ik geloof in één God de Vader. Deze Vader heeft een Zoon en de Heilige Geest doet begrijpen hoe de drie personen zich verenigen in één natuur. Dit is het symbolum van de Kerk. Op het Tweede Vaticaans Concilie werd in Lumen gentium onder druk van kardinaal Suenens de definitie van Kerk als "lichaam van Christus" vervangen door "volk Gods". De bisschoppen mopperden, omdat men die paulinische uitdrukking niet kon vervangen, aangezien zij zo goed de eenheid onderstreepte. De ledematen van het lichaam zijn echter geen personen. De definitie "volk Gods" benadrukt daarentegen de personen die de Kerk vormen. Zij onderstreept de collegialiteit, de wederzijdse dialoog in vrijheid, die vervolgens samenvloeit in de eenheid van de Kerk. De Kerk is een weerspiegeling van de Drieëenheid, persoonlijke relaties komen dus vóór structuren. Welnu, het reflecteren over de Drieëenheid leert ons dat ook wij onder ons mensen vrije relaties hebben. Wij moeten echter ook weten dat een vrijheid zonder relaties leidt tot egoïsme. Hetzelfde geldt voor het religieuze leven. Als men geen vriendschap schept tussen leden, vindt de tragedie plaats die eigen is aan zoveel religieuze huizen: men leeft samen en men kent elkaar niet, er sterft iemand en men treurt niet over hem. Men leeft als in een hotel. Ik wil geen namen noemen, maar ik ben eens in een religieus huis binnengekomen waar nog enkele oude religieuzen waren. Ieder had zijn eigen ijskast, zijn televisie... Ik heb mij afgevraagd: wat blijft er over van het religieuze leven, als men leeft, zoals in een echt hotel? Zeker, die religieuzen doen niemand kwaad. Maar ook als men leeft in een hotel, doet men niemand kwaad. Kortom, men kan niet spreken van religieus leven, van gemeenschapsleven. Het religieuze leven is geconcipieerd als een kleine Kerk: als de Kerk geen contacten, geen relaties heeft, is het geen Kerk, is het geen sacrament van eenheid. Hetzelfde geldt voor het religieuze leven. Op deze wijze verstaan, verraadt het zijn roeping en brengt het zeker niet vriendschap en broederlijke gemeenschap tot uitdrukking.
(door Maurizio Fomini)
* Dit interview is verschenen in "Missione Redemptor hominis" n. 73 (2005) I-IV.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
(Wordt vervolgd)
14/04/2010
|