Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Homeliën en discours arrow Homilie ter gelegenheid van de 130e verjaardag van de stichting van de stad Ypacaraí
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Homeliën en discours van Emilio Grasso 

 



HOMILIE TER GELEGENHEID VAN DE 130e
VERJAARDAG VAN DE STICHTING VAN DE STAD YPACARAÍ

13 september 2017

 



Mijn geliefde medeburgers van Ypacaraí,

Wij bevinden ons nogmaals in de kerk om de verjaardag van de stichting van onze stad te vieren.

Wij belijden niet allen hetzelfde geloof en als voor sommigen hetgeen wij vieren, een liturgische plechtigheid in de volle zin van het woord is, betreft het voor anderen alleen maar een civiele ceremonie waaraan zij deelnemen als teken van respect en broederschap, trouw aan een oude en gevestigde traditie die haar oorsprong heeft in de christelijke wortels van het volk van Paraguay.

Ik wil deze medeburgers bedanken voor hun nobele daad die zin geeft aan een gezonde scheiding tussen Kerk en staat.

De grondwet van de republiek volgt ongetwijfeld de principes van een gezonde scheiding tussen Kerk en staat.

Dit principe werd gedurende het Tweede Vaticaans Concilie plechtig bevestigd in de pastorale constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd, waar men de volgende passage vindt: "De staat en de Kerk zijn op eigen terrein onafhankelijk van elkaar en autonoom. Maar beide zijn zij, hoewel op verschillende titel, dienstbaar aan de persoonlijke en maatschappelijke roeping van dezelfde mensen. En dit dienstwerk zullen zij des te effectiever tot welzijn van allen uitoefenen, naarmate zij beide meer een gezonde onderlinge samenwerking tot stand brengen, met inachtneming van de omstandigheden van plaats en tijd" (Gaudium et spes, 76).

Ditzelfde principe vinden wij in artikel 24 van de grondwet van de republiek Paraguay, waar geschreven staat dat "de betrekkingen van de staat met de katholieke Kerk gebaseerd zijn op onafhankelijkheid, samenwerking en autonomie".

Onafhankelijkheid, samenwerking en autonomie betekenen niet scheiding (twee sferen die elkaar niet kennen en ieder hun eigen weg gaan in verschillende werelden), maar dat wil zeggen onderscheid, namelijk dat iedere sfeer zich volgens eigen principes beweegt. In deze zin "draagt de Kerk, gefundeerd op de liefde van de Verlosser, ertoe bij dat binnen de grenzen van een natie en tussen de naties onderling rechtvaardigheid en liefde wijd en zijd heersen. Door de evangelische waarheid te prediken en alle terreinen van menselijke activiteit te verlichten met haar leer en met het getuigenis dat christengelovigen afleggen, eerbiedigt en bevordert zij de politieke vrijheid en verantwoordelijkheid van de burgers" (Gaudium et spes, 76).

Op basis van het principe van een gezonde scheiding tussen Kerk en staat, waarin zowel de katholieke Kerk als de grondwet van de republiek Paraguay zich herkennen, begrijpt men de zin van deze viering ter gelegenheid van de verjaardag van de stichting van onze stad.

Ieder is in de sfeer van eigen bevoegdheid geroepen de stad van de mensen te bouwen, mensen die leven in gerechtigheid, waarheid, vrede, broederschap, vrijheid, die geen bandeloosheid is, of alles doen wat ik leuk vind, als bestond ik alleen, enige heer en meester van de aarde.

In zijn eerste encycliek Redemptor hominis leerde de heilige Johannes Paulus II dat "in onze tijd soms verkeerd wordt gedacht dat vrijheid een doel op zichzelf is, dat iedere mens vrij is, wanneer hij haar gebruikt, zoals hij wil, en dat het noodzakelijk is hiernaar te streven in het leven van het individu en de maatschappij. Vrijheid is integendeel alleen maar een grote gave, wanneer wij haar bewust weten te gebruiken voor alles wat het ware goede is" (nr. 21).

Welnu, iedere keer dat wij het hebben over vrijheid, kunnen wij haar niet scheiden van waarheid en verantwoordelijkheid.

Een vrijheid die zich niet verantwoordelijk zou stellen voor het zoeken naar de waarheid en die niet zou handelen volgens het voorschrift van de waarheid, zou veranderen in een slavernij van onze slechtste hartstochten en tegelijkertijd in een meedogenloze strijd tussen verschillende hartstochten.

Op deze wijze zou de stad veranderen in een plaats waar de wet van het oerwoud heerst, niet alleen de wet van de sterkste, maar ook van de grootste egoïst en het grootste booswicht.

Het is de waarheid, de hartstocht voor de waarheid die ons vrij maakt (vgl. Joh. 8, 32).

In zijn encycliek Veritatis splendor spreekt de heilige Johannes Paulus II over de relatie tussen vrijheid en waarheid: "Geheel anders echter zo zegt de paus staan bepaalde ... theorieën die aan ieder individu afzonderlijk of aan sociale groeperingen het vermogen toekennen te beslissen over goed en kwaad: de vrijheid van de mens zou in staat zijn 'waarden te creëren' en zou voorrang hebben op de waarheid, en wel zó dat de waarheid zelf als een schepping van de vrijheid gezien zou kunnen worden. Deze laatste zou derhalve aanspraak maken op een dergelijke morele autonomie, die praktisch zou neerkomen op haar absolute soevereiniteit" (nr. 35).

Deze nauwe relatie tussen vrijheid en waarheid roept ons allen op tot het ontdekken van een eigen persoonlijke verantwoordelijkheid, een verantwoordelijkheid die wij aan niemand kunnen delegeren en die wij niet op wie dan ook kunnen laten neerkomen.

Dit vraagt om een lang educatief proces en een overeenkomst tussen de verschillende instellingen die op dit gebied werkzaam zijn.

Daarom is het tegelijkertijd een onderscheid tussen de instellingen zelf nuttig, een onderscheid dat geen verwarring is, waar een instelling om haar taak af te schuiven ernaar streeft te fuseren met een andere, in een mengsel waar alles aan allen toebehoort en tegelijkertijd niets aan niemand.

Er mag echter ook geen scheiding zijn, waar de weg en de inspanning van een instelling worden verwoest door het werk van een andere.

Daarom nogmaals, het is belangrijk de wijsheid naar voren te halen van de grondwet van de republiek Paraguay, die naar aanleiding van de relaties tussen Kerk en staat en de stad is met haar autoriteiten de eerste en fundamentele cel van de staat spreekt over onafhankelijkheid en autonomie, maar ook spreekt over samenwerking.

Wanneer wij het bij een relatie van onafhankelijkheid, autonomie en samenwerking hebben over waarheid, hebben wij het ongetwijfeld niet over de Waarheid die men herkent met het licht van het geloof.

Om elkaar te ontmoeten moeten wij in een stad werken op gemeenschappelijk terrein, en dit gemeenschappelijk terrein is niet het geloof, maar de rede.

Dit licht van de rede is "in staat de mens de juiste richting bij zijn vrij handelen te wijzen" (Veritatis splendor, nr. 43).

Daarom leg ik veel nadruk op een pastoraal van de intelligentie, de vrijheid, de waarheid, de persoonlijke verantwoordelijkheid.

Wij moeten ons bevrijden van een onkritisch denken, van een anoniem en onpersoonlijk taalgebruik, waarbij wij als papagaaien die niet redeneren, alles wat anderen zeggen, herhalen, en dit zeggen ze, omdat een industrie van het denken ten dienste van consumisme en gemakkelijk gewin je alles wat zij wil, laat herhalen.

Heden ten dage "verdienen bepaalde vormen van vrijheid deze naam niet en moet men erop letten de vrijheid te verdedigen tegen bepaalde vervalsingen van een ander type. De consumptiemaatschappij deze overdaad aan voor de mens niet noodzakelijke goederen kan bijvoorbeeld in zekere zin een misbruik van de vrijheid zijn, wanneer een steeds meer onverzadelijk zoeken naar goederen niet onderworpen is aan de wet van de rechtvaardigheid en de maatschappelijke liefde. Een dergelijk beoefenen van het consumisme veroorzaakt een beperking van de vrijheid van de ander" (Johannes Paulus II, Boodschap voor de 24e Wereldvrededag, 1 januari 1981).

Een grote transnationale industrie van het onkritische denken is die van de maatschappelijke netwerken.

Een van de grootste semiologen van onze tijd, Umberto Eco, zei: "De sociale media geven het recht van spreken aan legioenen imbecielen die eerst na een glas aan de bar spraken zonder de collectiviteit te schaden en aan wie het zwijgen werd opgelegd. Nu hebben zij hetzelfde recht van spreken als een winnaar van de Nobelprijs. Het is de invasie van imbecielen" ("Corriere della Sera", 11 juni 2015, 27).

Het probleem van het gebruik van de maatschappelijke netwerken werpt een van de grootste ethische, maatschappelijke en politieke kwesties van onze tijd op, kwesties die de verschillende instellingen verstandig en moedig onder ogen moeten zien, omdat wij hier te maken hebben met een van de grootste uitdagingen in de relatie tussen waarheid en vrijheid.

Wij mogen het monopolie van de communicatiemiddelen, dat in naam van een vrijheid die in werkelijkheid een ontkenning is van de ware vrijheid, verandert in een monopolie van de gewetens, niet in handen laten van hen die de economische macht hebben.

Een ander probleem dat wij heden gewaar worden en dat zal ook een grote kwestie worden in de verandering van onze stad Ypacaraí is "een mateloze en ongeordende groei van veel steden, die van het standpunt van de gezondheid bezien onleefbaar zijn geworden, niet alleen door de vervuiling die het gevolg is van de uitstoot van giftige stoffen, maar ook door de chaos in de steden, de problemen in het vervoer en de visuele en akoestische vervuiling. Veel steden zijn grote inefficiënte structuren die overmatig veel water en energie verbruiken. ... Het past niet dat bewoners van deze planeet steeds meer leven omgeven door beton, asfalt, glas en metaal zonder fysiek contact met de natuur" (Laudato si', 44).

Vanaf het begin heb ik voor ogen gehouden dat een homilie ter gelegenheid van de stichting van de stad zich tot allen moet richten, gelovigen en niet-gelovigen, en een terrein moet vinden voor gemeenschappelijke dialoog.

Dit terrein is het geweten van ieder van ons en het gemeenschappelijk welzijn van alle burgers.

Het Tweede Vaticaans Concilie zegt: "In het diepst van zijn geweten ontdekt de mens een wet die hij zichzelf niet stelt, maar waaraan hij moet gehoorzamen en waarvan de stem die hem steeds weer oproept om het goede te beminnen en te doen en het kwade te vermijden, op het juiste moment doorklinkt in de oren van zijn hart: doe dit, vermijd dat" (Gaudium et spes, 16). En "de trouw aan het geweten is de band van de christenen met de overige mensen bij het zoeken naar de waarheid en bij de waarachtige oplossing van zoveel morele problemen die zowel in het privéleven als in het maatschappelijk bestel rijzen. Hoe meer dus een juist geweten de overhand heeft, des te meer verwijderen personen en groepen zich van de blinde willekeur en leggen zij zich erop toe zich te conformeren aan de objectieve normen van de moraliteit" (Gaudium et spes, 16).

Alleen uitgaande van de stem van het vrije en bevrijde geweten van ieder, kan er een respectvolle en vruchtbare dialoog ontstaan tussen Kerk en stad, een dialoog ten dienste van het algemeen welzijn en vooral met een keuze bij voorkeur voor de armsten, de in de steek gelatenen, de behoeftigen, de gemarginaliseerden.

De Kerk biedt als bevoorrechte plaats waar men in het leven van zoveel burgers de dageraad van de dag en de zonsondergang ontdekt, vandaag aan de stad Ypacaraí de grootste gave aan die zij heeft: de gave van haar geloof dat haar laat zeggen dat het leven niet de vrucht is van toeval, van een complex van toevallige omstandigheden, maar de belangeloze gave van een Liefde die ons al voor onze conceptie had liefgehad. Een Liefde die alleen maar ons authentieke en eeuwige geluk wil.

Wij allen zijn op weg, maar wij kennen niet allen de richting waarin onze reis is georiënteerd.

Het probleem van de waarheid, dat het probleem van de werkelijk is en niet van een schijn die met het onverbiddelijk verstrijken van de tijd verdwijnt, is een probleem dat alle mensen aangaat.

"Zowel in het Oosten alsook in het Avondland kan men een weg traceren die in de loop van de eeuwen in toenemende mate tot de ontmoeting en de confrontatie met de waarheid geleid heeft. Een weg die zich anders kon het immers niet binnen de horizon van het zelfbewustzijn van de menselijke persoon heeft ontvouwd: hoe meer de mens de werkelijkheid en de wereld leert kennen, des te beter leert hij zichzelf kennen in zijn uniciteit, terwijl bij hem steeds indringender de vraag naar de betekenis van de dingen en van het eigen bestaan opkomt. ... Overigens toont ons een eerste blik op de geschiedenis van de Oudheid duidelijk dat in verscheidene streken van de aarde met heel verschillende culturen, op hetzelfde ogenblik dezelfde grondvragen opduiken die de gang van het menselijk bestaan karakteriseren: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan en waar ga ik heen? Wat zal er na dit leven zijn?" (Fides et ratio, 1).

Nogmaals met dank aan de heer burgemeester, alle autoriteiten van onze stad en mijn dierbare medeburgers bied ik namens de Kerk, de mooie bruid van de gekruisigde en verrezen Heer, aan de Heer deze heilige eucharistie aan, die een "proeve van eeuwigheid in de tijd is. ... Goddelijke en transcendente tegenwoordigheid, gemeenschap met het eeuwige, teken van 'doordringing tussen aardse en hemelse stad'" (Johannes Paulus II, Algemene audiëntie, 25 oktober 2000).


Laten wij allen van de stad Ypacaraí samen het beeld vormen van
de Stad van de hemel zelf!

 


Ereburger van de stad van Ypacaraí


(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



22/09/2017
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis