Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Homeliën en discours arrow "Ik heb geen spijt van mijn leven"
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Homeliën en discours van Emilio Grasso 

 




"IK HEB GEEN SPIJT VAN MIJN LEVEN"

Preek, gehouden door don Emilio Grasso op de dag van de
50ste verjaardag van zijn priesterwijding in de parochie
Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)




U allen die mij goed kent, weet dat ik niet iemand ben van verjaardagen, en hierin ben ik heel weinig Paraguyaan.

Een verjaardag probeert de tijd stil te zetten, hem op een nauwkeurig punt van onze horizon te fixeren, zich meester ervan te maken en ons door middel van de herinnering te laten denken dat wij heersers over de tijd en mensen met een eeuwige jeugd zijn.

Verjaardagen scheppen vaak valse illusies en doen ons denken aan een verleden dat ons niet meer toebehoort.

Een van de eerste grote filosofen van de Oudheid, Heraclitus van Efeze, zei in een van zijn bekendste fragmenten dat "alles beweegt, alles stroomt, niets blijft onbeweeglijk en vast, alles verandert en wijzigt zonder uitzondering. Alles stroomt... Wij kunnen ons niet twee maal wassen in dezelfde rivier en men kan niet twee maal eenzelfde vergankelijke materie in dezelfde toestand aanraken"[1].

De wijsheid van de Bijbel waarschuwt ons dat de jaren van ons leven inspanning en teleurstelling zijn; zij gaan snel voorbij en wij vliegen weg (vgl. Ps. 90, 10). Duizend jaar zijn als de dag van gisteren die voorbij is, als een nachtwake in de nacht (vgl. Ps. 90, 4).

Wij lezen ook nog in de heilige boeken van God: "Onze naam wordt op den duur vergeten en niemand denkt dan nog aan wat wij gedaan hebben. Ons leven gaat voorbij als de laatste sporen van een wolk, het lost zich op als een nevel, die verdreven wordt door de stralen van de zon en bezwijkt voor haar gloed. Een vluchtige schaduw zijn onze dagen en ons einde is onherroepelijk, want het is bezegeld en niemand keert terug" (Wijsh. 2, 4-5).

Ongetwijfeld is deze visie op de tijd die voorbijgaat, een zeer zorgwekkende visie.

De mens wil niet dat de tijd voorbijgaat, dat niets zin heeft en dat er niets bestaat waaraan hij zich kan vastklampen. Dat alles ijl en ijdel, alles ijdel is (vgl. Pred. 1, 2).

Als alles stroomt, alles voorbijgaat, als alles sterft, is alles absurd en vervalt alles tot niets en het enige gevoel dat de mens kwelt, is walging, zoals de Franse filosoof Jean Paul Sartre een van zijn werken als titel gaf.

Walging is voor Sartre een gevoel dat zich van ons meester maakt, wanneer men de absurditeit van de werkelijkheid ontdekt.

Vandaag heeft men het gemakkelijk over "depressie", een woord waaronder vaak een ogenblik schuilgaat van ontgoocheling, het verlies van de zin van het leven, de ontdekking van de ijdelheid van alles wat wij hebben liefgehad en opgebouwd, waarvoor wij hebben gestreden en waarin wij hebben geloofd. Maar het is vooral het ogenblik waarop men ontdekt dat alles stroomt, alles voorbijgaat, alles sterft en wij niet willen dat onze dromen, onze plannen, ons leven sterven; wij willen niet dat wat de zin van ons leven is geweest, sterft.

De bekende Spaanse filosoof Miguel de Unamuno brengt in zijn boek Het tragisch levensgevoel dit diepe afwijzen van de dood en de tijd die onverbiddelijk voorbijgaat, heel goed tot uitdrukking. Wij kunnen spreken van een smeekbede die komt uit het diepste van deze filosoof, die echter heel goed hetgeen ieder van ons in zijn hart heeft, interpreteert.

Unamuno schrijft: "Ik wil niet sterven; ik wil het niet, en ik wil het niet willen; ik wil altijd leven, altijd, altijd, en ík wil leven, dit arme ik dat ik ben en voel nu en hier te zijn, en daarom kwelt mij het probleem van de duur van mijn ziel"[2].

In mijn jeugd, in de verre jaren '60 was dit het fundamentele probleem dat ik in mijn persoonlijke geschiedenis ontdekte.

Het ging erom mijn leven op het spel te zetten, waarbij ik alles wat ik had, zette op wie mij de overwinning op het kwaad en de dood beloofde.

Het geloof is een gave van God. Het is niet de vrucht van een menselijke redenering, ook als de rede het zoeken naar het geloof kan begeleiden en tegelijkertijd het geloof rekenschap van zichzelf kan en moet afleggen.

De heilige Anselmus spreekt van een geloof dat het verstand zoekt (fides quaerens intellectum) en een geloof dat verlicht blijft door het verstand (credo ut intelligam).

De ontmoeting tussen geloof en rede, tussen rede en geloof wat men een pastoraal van het verstand kan noemen heeft een van de belangrijkste spillen van mijn handelen vanaf mijn jeugd gevormd en doet dat nog.

Vandaag dank ik u allen voor uw aanwezigheid, die voor mij een onverwachte eer is die mijn schuld van liefde aan de geliefde stad Ypacaraí, het Departamento Central en heel Paraguay versterkt, dit land dat niet alleen in mijn hart staat geschreven, maar ook mijn hart is.

Toen ik jong was, zette ik alles wat ik had, op wie mij de overwinning beloofde op het kwaad en de dood, het was voor mij heel eenvoudig Jezus lief te hebben, de mens geheel voor de anderen die voor anderen sterft.

In deze visie vertegenwoordigde voor mij het priesterschap zoals ik zei in de homilie van mijn eerste mis de meest vooruitgeschoven loopgraaf: de priester, een andere Christus, die in de naam van Jezus de verspreide mensen bijeenbrengt en die als een Goede Herder bereid is met vreugde zijn leven te geven voor zijn kudde.

Zeer vaak vooral op de moeilijkste en donkerste ogenblikken van mijn leven, op de zwaarste ogenblikken, wanneer men onze zonde, onze zwakte, onze ellende ervaart...; en wanneer de meest geliefde personen in wie jij je vertrouwen had gesteld, aan wie jij je genegenheid had gegeven, op jij je hoop had gesteld, je in de steek laten en verraden...; wanneer deze gebeurtenissen je bestaan raken hebben ze mij gevraagd, of ik spijt had van mijn leven.

Nee... Nee... Nee. Ik heb geen spijt van mijn leven.

Ze kunnen mij alles afnemen. Ook de priesterlijke functie. Vandaag zijn de woorden van Job de mijne: "Naakt kom ik uit de schoot van moeder aarde, naakt keer ik daar terug. Jahwe geeft, Jahwe neemt, gezegend de naam van Jahwe" (Job. 1, 21).

Wie zal mij scheiden van de liefde van Christus? (vgl. Rom. 8, 35).

De heilige Augustinus stelde in zijn Belijdenissen, toen hij nadacht over de zin van de tijd, zich de vraag met betrekking tot de plaats van verleden en toekomst. En hij antwoordde: "Waar en hoe zij ook zijn, zij zijn alleen maar tegenwoordig"[3].

Als ze mij vandaag met betrekking tot de plaats vragen waar de dag van mijn priesterwijding is, antwoord ik met de heilige Augustinus: "Die is hier... Hier bij u... Hier in Ypacaraí... Wanneer ik naar u kijk...". Omdat, als die hier niet zou zijn, er geen plaats op aarde en in de hemel zou zijn waar hij zou kunnen zijn. Ik zou eenvoudigweg mijn verleden hebben gedood, mijn herinnering en, zoals de heilige Johannes Paulus II zei, zonder herinnering is er geen toekomst. Een heden zonder wortels en zonder hoop op een toekomst die verder gaat dan de dood, heeft geen duurzaamheid en stort in het niets.

Houdt moed, geliefde vrienden! Dank, dank aan allen voor alles. Ik heb u zeer lief.

Don Emilio Grasso


 (Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




[1] Vgl. G. Reale - D. Antiseri, Historia del pensamiento filosófico y científico, I. Antigüedad y Edad Media, Herder, Barcelona 1991, 42-43.

[2] M. De Unamuno, Del sentimiento trágico de la vida, Longseller, Buenos Aires 2004, 73.

[3] Augustinus, Belijdenissen, XI, 18, 23.



11/03/2017
 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis