web agency
testata
  Home   De Gemeenschap   Uitdiepingen   Contact   Italiano   Español   Français  
Home arrow Getuigen uit Noord-Europa arrow Pater Valentinus, het zalig “Paterke van Hasselt”
Hoofdmenu
Home
Wie wij zijn
Waar wij werkzaam zijn
Onze missieposten
Mail ons
Archief Actualiteiten
Activiteiten
Studiecentra
Publicaties
Leven van de missies - Paraguay
Kennismaking met kerkelijk recht
Uitdiepingen
Reflecties
Uit het leven gegrepen
Focus België/Nederland
Interviews
Getuigen uit Noord-Europa
Missionaire en spirituele profielen
Thema’s van Spiritualiteit
Kennismaking met het godgewijde leven
Missiologie voor iedereen
Leven van de missies - Kameroen
Het tijdschrift "Missione Rh"
Photo gallery
Hulpmiddel
Zoeken
Sitemap
Het is toegestaan artikels
die op deze site
verschijnen te kopiëren
slechts in hun volheid
en met als bronvermelding
www.missionerh.it.
banner1.jpg

| Afdrukken |
 


PATER VALENTINUS,
 
HET ZALIG "PATERKE VAN HASSELT"


Vaak heb ik over Pater Valentinus van Hasselt horen spreken, een religieus die zeer bemind is vooral door eenvoudige mensen die hem al als heilig hebben beschouwd van vóór 9 novemberPater Valentinus van Hasselt 2003, toen hij zalig werd verklaard. De interesse om iets meer te weten over deze zalige is in mij echter ontstaan sinds een buurvrouw van mij, die aan kanker lijdt en een heel moeilijk familieleven achter de rug heeft, om haar laatste lijdensweg met groot geduld en zielskracht te dragen, het graf van het Paterke, zoals ze hem liefdevol noemt, regelmatig bezoekt.

Korte levensbeschrijving

Pater Valentinus werd te Tongeren geboren op 17 november 1828 als vijfde kind van het kroostrijke gezin Paquay-Neven. Zijn ouders, die diepgelovige mensen waren, lieten hem onmiddellijk dopen en hij kreeg de naam Jan-Lodewijk die voor zijn familie "Lowieke" werd.

Hij zat op het college van Tongeren en in 1845 ging hij naar het seminarie van Sint-Truiden. "Deze jaren zijn voor Lowie van groot belang geweest. Met grote ijver heeft hij zich op zijn studie toegelegd. Maar met niet minder ijver heeft hij zich gevormd naar geest en hart"[1]. Hij trad in het noviciaat van Tielt bij de minderbroeders op 3 oktober 1849 en daar kreeg hij de kloosternaam Valentinus.

Hij ontving de priesterwijding op 10 juni 1854 en hij werd door zijn oversten naar Hasselt gezonden waar hij drie jaar lang bleef.

Zijn nieuwe bestemming werd Tielt, waar hij slechts één jaar verbleef. De Hasselaren hadden namelijk een petitie naar de Provinciaal gestuurd om Pater Valentinus terug in Hasselt te krijgen. De Provinciaal stemde daarmee in en P. Valentinus mocht naar Hasselt terugkeren. Daar bleef hij tot aan zijn dood op 1 januari 1905.

Het klooster als plaats van heiligheid

Bij het lezen van zijn levensgeschiedenis heeft men de indruk dat wij te doen hebben met een persoon die bijzonder begaafd was zowel op menselijk als op geestelijk vlak. Enkele getuigen beschrijven hem al sinds zijn kinderjaren als een tweede St.-Jan Berchmans[2].

In zijn parcours van het christelijk leven vinden wij terug wat in zijn tijd gebruikelijk was in de religieuze praktijk van de meeste christenen en jongeren van zijn leeftijd. Wat maakt zijn leven dan zo uniek dat de Kerk hem ons als voorbeeld wil stellen? Wat maakt dat zijn leven zo bijzonder is dat hij als een lichtend voorbeeld kan voorgesteld worden voor de Kerk in België en, in het bijzonder, in Hasselt?

Het antwoord op deze vragen vinden we in zijn diepe wens om heilig te worden, een trouwe leerling van Christus, een priester naar het hart van God en een apostel van de barmhartigheid, zoals Johannes Paulus II zei in zijn homilie tijdens de viering van de zaligverklaring.

De plaats waar deze wens verwezenlijkt kon worden was het klooster. Hijzelf zegt in een homilie aan enkele zusters dat hij zich bij zijn intrede in het klooster had voorgenomen heilig te worden. "En eenmaal zal het wel uitkomen of wij woord gehouden hebben. Laat ons intussen maar doorwerken met veel moed in het lijf en veel vertrouwen op God. Dan zullen wij er zeker komen. Wij moeten mannen van één stuk zijn, en die doen niets ten halve"[3].

Voor hem is het heel duidelijk dat iemand die naar het klooster gaat met een ander inzicht dan om heilig te worden, de grootste gek van de wereld is[4].

Deze overtuiging liet hem toe de evangelische raden op een heroïsche wijze te beleven en hij werd een voorbeeld voor zijn medebroeders en zijn geestelijke kinderen. Enkele persoonlijke kenmerken die we in zijn leven aantreffen, zijn soms wat moeilijk te begrijpen, ook voor godgewijden, als wij de spiritualiteit van zijn tijd en de franciscaanse  spiritualiteit niet voor ogen houden. Maar het zijn juist deze persoonlijke kenmerken die hem uiteindelijk uniek maken in de heiligheid en in zijn persoonlijk antwoord op de goddelijke roeping. Daarom lijkt het me heel belangrijk in zijn leven binnen te treden met empathie, om de elementen te begrijpen die ons, over de tijd en de specifieke spiritualiteit heen, vandaag nog mogen leiden op de weg van de heiligheid die zo sterk werd aanbevolen door het Tweede Vaticaans Concilie.

Verbondenheid met God

Een fundamenteel kenmerk in het leven van Pater Valentinus is dat hij altijd de tijd vindt om bij zijn God te zijn, door het bidden van de rozenkrans, door een schietgebed, de kruisweg of gewoonweg door te gaan knielen voor het tabernakel, vooral na zoveel uren in de biechtstoel te hebben doorgebracht. Zelden bracht hij boeken en geschriften mee wanneer hij retraites ging prediken. Aan wie hem eens vroeg of hij niet te snel zijn homilieën voorbereidde,De biechtstoel van Pater Valentinus antwoordde hij dat wanneer iemand iedere dag aan de eeuwige waarheden denkt, hij heel gemakkelijk weet over welk onderwerp hij moet spreken. Tijdens zijn retraites zag men hem regelmatig in het gebed verzonken voor het Allerheiligste Sacrament. Vandaar uit nam hij de stof voor zijn uiteenzettingen[5].

Dit gesprek met God ging gewoon door in de ontmoetingen met de boetelingen die talrijk naar zijn biechtstoel kwamen, alsook in het gemeenschappelijk leven en in het dagelijks toevertrouwen van zijn eigen leven in de handen van zijn oversten. Hij geloofde namelijk vast dat de wil van God zich door hen openbaarde.

De gehoorzaamheid is de grootste taak van een religieus en Pater Valentinus beleefde die gehoorzaamheid met zulk een radicaliteit dat hij zelfs de toestemming aan zijn overste vroeg om te mogen sterven[6]. Wanneer hij nog op het seminarie was, schreef hij juist over de gehoorzaamheid dat ze "de hoogste grootheid van de mens is, want de grootste vrijheid van de mens openbaart zich juist in de gehoorzaamheid. Door zijn wil te onderwerpen aan die van een ander laat de mens een van de meest verheven gevoelens van het hart blijken. Door de gehoorzaamheid toont de mens dat hij zichzelf kent, dat hij zijn nietigheid beseft"[7].

In het verhaal van zijn leven blijft men geraakt door de vele uren die hij in de biechtstoel doorbracht. Mensen van alle sociale standen en met alle soorten zonden waren overtuigd dat hij op hen in zijn biechtstoel zat te wachten[8]. Het belang van zijn trouwe en hardnekkige toewijding aan de verzoening van de zondaars met God kunnen we terugvinden in de woorden van Paus Benedictus XVI, die in zijn Brief naar aanleiding van de opening van het Jaar van de Priester, "de betekenis en de schoonheid van de sacramentele boetedoening" onderstreepte, als een "intieme eis van de eucharistische aanwezigheid" en hij schrijft nog: "De Priesters mogen er zich nooit bij neerleggen dat hun biechtstoel niet bezocht wordt, noch zich ertoe beperken de aversie van de gelovigen tegen dit sacrament vast te stellen"[9].

Aan de christenen drukte Pater Valentinus op het hart om iedere dag de communie te gaan ontvangen[10]. Het is belangrijk eraan te herinneren dat Paus Pius X de dagelijkse communie slechts in 1910 heeft ingevoerd, met het decreet Quam singulari Christus amore, waarin hij aanbeveelt vaak, indien mogelijk iedere dag, te communie te gaan.

Wij kunnen zonder twijfel zeggen dat de enige bekommernis van Pater Valentinus was al degenen met wie hij in contact kwam naar zijn God te brengen, omdat hij wenste dat allen in Hem gered zouden worden, in de eeuwigheid. Als hij geroepen werd om bij een stervende te waken of om troost aan een zieke te brengen, dan ging hij meteen, zonder een minuut te verliezen. Dag en nacht was zijn leven helemaal voor de anderen.

Leer van Pater Valentinus

Wat kunnen het leven en het voorbeeld van het Paterke van Hasselt ons leren opdat hij het bisdom Hasselt, waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht en waar hij heeft gewerkt aan de opbouw van deze plaatselijke Kerk, vandaag, méér dan 100 jaar na zijn dood, zou kunnen verrijken?  

Het centrum van het leven van Pater Valentinus ligt buiten hemzelf: hij is op God gericht. Daarom blijft hij gewoon vóór het Allerheiligste Sacrament, knielt en bidt, omdat hij gelooft en erkent dat de Zoon van God, die zijn leven voor ieder mens heeft gegeven, in die nederige gedaanten aanwezig is.

Hij bidt bijna ononderbroken tot de Maagd Maria met het rozenkransgebed. Sinds eeuwen wordt dit gebed als het ‘gebed van de armen' beschouwd, van degenen voor wie God beter te bereiken is door het hart dan door het verstand.

P. Valentinus geeft voedsel aan zijn parochianen door de dagelijkse verkondiging van het Woord van God, wat hij met groot enthousiasme deed, en door commentaar te geven op het Evangelie dat hij zo goed als van buiten kende en dat hij begrijpelijk maakte voor degenen die naar hem luisterden. Hij kon tot het hart en tot het verstand van de mensen spreken door een goede verbinding te maken tussen het Evangelie en alles wat het dagelijks leven van mannen en vrouwen van zijn tijd betrof. Ofschoon het woord "inculturatie" in zijn tijd niet bekend was, heeft hij dat wat deze term betekent in praktijk gebracht door zelf het Woord te beleven in zijn eigen leven en door het communicatiemiddel te vinden dat hem met God, met zijn gemeenschap en met zijn volk verbonden hield.

Een erg belangrijk element van zijn leven is het sacrament van de biecht waardoor hij de vele mensen die zich aan zijn geestelijk vaderschap hebben toevertrouwd, naar de weg van de heiligheid heeft geleid. 

Het voorbeeld van Pater Valentinus, in het bijzonder in ons land waar het sacrament van de verzoening in onbruik is geraakt, spoort leken, religieuzen en priesters aan om de weg van de heiligheid in te slaan en zich te verzoenen met God en met de mensen. Door in zijn eigen leven het mysterie van de verlossing aan te tonen, spoort het Paterke van Hasselt ons aan om onze eigen armoede en onze nood aan barmhartigheid en heil te erkennen.

Lucia Ferrigno



[1] R. Moonen, Leven van de dienaar Gods P. Valentinus Paquay 't heilig Paterke van Hasselt, Vice-Postulaat - Minderbroedersklooster, Hasselt 1991, 18.
[2] Cfr. R. Moonen, Leven van de dienaar..., 113.  De heilige Jan Berchmans s.j. werd op 12 maart 1599 te Diest (België) geboren en stierf op 13 augustus 1621 te Rome. Zijn heiligheid bestaat niet in grote daden, maar in het zich ten dienste te stellen van God en van het Evangelie en in het ‘het gewone' te doen met liefde.
[3] R. Moonen, Leven..., 28-29.
[4] Cfr. R. Moonen, Leven..., 28.
[5] Cfr. R. Moonen, Leven..., 104 e 106.
[6] Cfr. R. Moonen, Leven...,  208.
[7] R. Moonen, Leven..., 72.
[8] Cfr. R. Moonen, Leven..., 94.
[9] Benedictus XVI, Brief aan het begin van het Jaar van de Priesters naar aanleiding van de 150ste "dies natalis" van Johannes Maria Vianney (16 juni 2009), in www.vatican.va
[10] Cfr. R. Moonen, Leven..., 119.

23/09/09

 
< Vorige   Volgende >
Website van de Gemeenschap Redemptor hominis.
Kerkelijke realiteit aan het einde van de jaren '60 gesticht in Rome door de priester Emilio Grasso.

web agency