|
LEES HET EERSTE DEEL EN HET TWEEDE DEEL VAN HET ARTIKEL
GEZUSTERS IN HET MARTELAARSCHAP (3)
Heilige Maria Amandina en heilige Maria Alfonsina
Laten we even wijzen op enkele kenmerken, in het leven van Adolfina en Amandina, die hen op een bepaalde manier heeft verenigd en één gemaakt, voordat zij elkaar ontmoetten in hun religieuze gemeenschap.
Zeker was het lijden het kenmerk van beiden: in de vroege jeugd, verliezen beiden hun moeder en daarom worden beiden opgenomen in adoptiegezinnen. Onder die mensen ervaren ze solidariteit en christelijke goedheid.
Door lijden en eenzaamheid sluiten deze jonge meisjes zich niet op in een afgezonderde wereld. Integendeel, dit alles maakt hen klaar in openheid naar de andere, en tot gebaren van vrijgevigheid tegenover hun leeftijdgenoten. Bijvoorbeeld, Amandina gaf een deel van haar middagmaal graag aan kansarme kinderen[1]. Deze situatie moedigt ze beiden aan om de moeilijkheden te trotseren en hun verantwoordelijkheden op te nemen in de opbouw van hun leven. Om de moeilijke economische situatie van de familie die hen ontvingen niet te belasten, gaan ze werken in een fabriek (Adolfina) of bij de zusters in Sint Truiden (Amandina).
Ze worden beiden opgeleid in Instituten van zusters, waar ze misschien zijn beginnen dromen van de uiteinden der aarde. In feite, kiezen ze beiden voor een missionair instituut en met een overgrote vreugde vertrekken ze op missie naar China.
Adolfina zegt tegenover het beeld van een gemartelde missionaris niet bang te zijn voor het martelaarschap: "Zelfs als ik in stukken gesneden zal worden, ga ik rechtstreeks naar de hemel" en vol vreugde voegt ze eraan toe: "Ik zal aan iedereen een stukje van mijn overwinningspalm geven"[2].
Één hart en één ziel
Vijftien dagen voor haar dood schreef Amandina: "In China voel ik me altijd gelukkig en elke dag bedank ik de goede Jezus die me een plaats bood in de missies. Ik kan zeggen dat ik hier zo gelukkig ben als, voor zover het op deze aarde mogelijk is. Hier zijn we met zeven, maar onder ons zeven vormen we één hart en één ziel"[3]. Deze haar zo eenvoudige uitdrukking brengt ons terug naar de ervaring van de eerste Kerk in Jeruzalem, model van een gemeenschap waarin de liefde van de gekruisigde en opgestane Christus wordt beleefd.
De kern, en misschien ook het geheim van het succes van hun missie in China, ligt in die woorden van Amandina. Tezelfdertijd, geeft deze uitdrukking ons de typische trinitaire dimensie van de missieopdracht van de Kerk. In de eenheid van deze kleine gemeenschap, in de verscheidenheid van taken die ieder van hen uitvoert, leeft dezelfde Geest van Liefde.
Amandina was verantwoordelijk voor de leiding van de medische post, waar de zieken naartoe stroomden. Hier vonden ze niet alleen de geneesmiddelen en de nodige ondersteuning, maar ook een zuster die altijd klaar stond, met haar glimlach, om een woord van troost te spreken. Omwille van haar goed humeur kreeg zij de bijnaam van 'de Zuster die altijd lacht, Zuster Immer-blij'[4].
Adolfina, van haar kant, deed haar best om, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, en vaak zelfs tot in de stille uren van de nacht, in dienst te staan voor iedereen. Haar volgzaamheid was voorbeeldig. Haar Overste schreef: "Zuster Maria Adolfina zorgt voor de keuken. Zij is een ziel die zich laat vormen, een van die zusters die echt toegewijd zijn aan God, en die altijd bereid zijn om te gehoorzamen"[5].
In hun gemeenschapsleven toont hun voorbeeld aan dat de broederlijke uitwisseling van de vijf zusters onder elkaar in eendracht en harmonie gebeurt in het uitvoeren van de taken die de Overste hun toewees. Daarom durven we zeggen dat, zoals in de Drie-eenheid alles wat tot de Vader behoort ook tot de Zoon behoort omwille van een proces van perichorese, zo ook, op een analoge wijze, alles wat tot Adolfina behoort, ook tot Amandina behoort en andersom.
Toen de vervolging van christenen door de Boksers reeds was begonnen, komen zij tot de uiteindelijke beslissing samen te blijven naast de armsten wel wetend dat dit gebaar hen hun leven zal kosten.
Conclusie
In de homilie bij gelegenheid van hun heiligverklaring zei Johannes Paulus II nog een keer dat de missionarissen, mannen en vrouwen, "hun land verlieten en probeerden in de Chinese realiteit binnen te gaan en de kenmerken ervan met liefde aannamen, in het verlangen om Christus te verkondigen en dat volk te dienen. Hun graven liggen daar, als het ware om aan te duiden dat ze definitief aan China toebehoren, een land dat zij, ondanks hun menselijke beperkingen, echt hebben liefgehad en waaraan ze hun energie hebben besteed"[6].
In een individualistische maatschappij als de onze, waar het hebben en de schijn belangrijker zijn dan het zijn en de authenticiteit, wordt het steeds moeilijker om degenen te begrijpen die in hun levenskeuze willen volharden tot het einde toe en liever willen sterven dan de gekende Liefde te verloochenen. Amandina en Adolfina zijn een voorbeeld van deze volharding en radicaliteit. Toen de tijd gekomen was om tot het einde te gaan, aarzelden ze geen moment en besloten ze daar te blijven waar de Heer hen had gezonden.
Het lijkt me dat er op deze twee heilige martelaren de woorden van toepassing zijn die uitgesproken werden door Paus Benedictus XVI in zijn preek van 15 augustus over de Maagd Maria: "Heel het leven is een beklimming, heel het leven is meditatie, gehoorzaamheid, vertrouwen en hoop zelfs in de duisternis; en heel het leven is deze 'heilige haast' die weet dat God altijd de prioriteit is en er in ons leven niets anders is om haast voor te maken".
Hun voorbeeld leert ons dat wij altijd terug moeten keren naar de kern van het christelijk geloof waar de 'dingen van God' steeds op de eerste plaats staan. Daarom zijn hun leven en hun martelaarschap - samen met het offer van zovele heiligen en martelaren van Azië, als zodanig verklaard of onbekend - vandaag een "bron van 'geestelijke rijkdom en een krachtig middel voor evangelisatie'. ... Zij zijn de leraren, beschermers en roem van de Kerk in Azië bij haar evangelisatieopdracht" (Ecclesia in Asia, 9).
Lucia Ferrigno
[1] Vgl. J. Vos, Onze vlaamsche missie-patrones de gelukzalige Maria-Amandina van het Heilig Hart. Paulina Jeuris van Schakkebroek (Herk-de-Stad) Franciscanes-Missionarisse Van Maria. Gemarteld in China, den 9en Juli 1900, Brems, Herk-de-Stad 1946, 27.
[2] L. Verschueren, Een Nederlandse martelares. De zalige Maria Adolphine. Franciscanesse Missionarisse van Maria, Urbi et Orbi, Amsterdam 1946, 14.
[3] J. Vos, Onze vlaamsche missie-patrones..., 117.
[4] J. Vos, Onze vlaamsche missie-patrones..., 111.
[5] L. Verschueren, Een Nederlandse martelares..., 19.
[6] Johannes Paulus II, plechtige ceremonie van de heiligverklaring van 123 lichtgevende getuigen van het Evangelie. Augustinus Rong Zhao en 119 begeleiders martelaren doen eer aan het edele Chinese volk (1 oktober 2000), in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XXIII/2, Libreria Editrice Vaticana 2002, 504.
16/01/2010
|