|
LEES HET EERSTE DEEL VAN HET ARTIKEL
JOZEF CARDIJN (2)
Intuïties
De beweging gaat internationaal
De eerste Romebedevaart van de JOC/KAJ in 1929 markeert de internationalisering van de beweging. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog hebben Frankrijk, Zwitserland, Portugal, Spanje, Hongarije en Canada ook al een JOC-organisatie. Maar de grote, wereldwijde expansie van de JOC vindt plaats in het decennium na het einde van de oorlog, dat de geboorte van de JOC in Latijns-Amerika aankondigt.
In 1945 organiseert Cardijn een internationaal bureau en het jaar daarna, uitgenodigd op de eerste pan-amerikaanse zitting van de assistenten van de JOC te S. Jose, Costa Rica, begint hij op 64-jarige leeftijd een ronde van drie maanden die hem van Montreal naar Santiago in Chili leidt. Het gaat om zijn eerste intercontinentale reis, afgewisseld met belangrijke reizen in Europa, die hem in contact brengt met de meeste Derdewereldlanden.
De kleine onderpastoor van Laken is uitgegroeid tot een wereldpersoonlijkheid: na de eerste audiëntie bij Pius XI gaat er geen jaar voorbij zonder dat hij naar Rome terugkeert. Vier opeenvolgende pausen hebben hem advies gegeven.
Tijdens de voorbereiding van het Tweede Vaticaans Concilie vroeg Johannes XXIII hem om lid te worden van de commissie die met de problemen van het apostolaat belast was. Cardijn volgt de eerste drie zittingen van het Concilie vanaf de tribune van de deskundigen, maar bij de vierde zitting neemt hij als concilievader deel. Op de brief van monseigneur Cardijn aan de Paus, waarin hij verzoekt om ontheven te worden van zijn taak als internationale assistent, antwoordt de Paus met het gegeven Cardijn tot het kardinalaat te verheffen. Cardijn sterft op een zachte manier, na vier weken ziekte, op 24 juli 1967 in Leuven.
Intuïties
Cardijn heeft nieuwe perspectieven geopend voor de pastoraal en het apostolaat.
Aan de ene kant richtte hij de pastoraal naar de te evangeliseren wereld, waardoor hij de weg vrijmaakte voor de missionaire vernieuwing die een kenmerk zal worden van de katholieke Kerk in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Aan de andere kant introduceerde hij in het apostolaat het idee van een plan dat volledig opgenomen wordt in de globale realiteit van het dagelijkse leven van de leken, in het bijzonder van de jongeren. Het was zijn overtuiging dat de enige manier om het geloof en de moraal te behouden van de jonge arbeiders - die voor het grootste deel van de week ondergedompeld waren in een ontkerstende en corrupte werkomgeving - niet was om ze voor een paar uur te verzamelen en hun het christelijke ideaal te prediken, maar om ze tot hun broeders te zenden en die te veroveren door woorden en vooral door daden.
Cardijn durfde te denken in de termen van de massa, en zo ging hij vooraf, sinds de jaren 1920, aan wat een van de meest beminde theorieën zal worden van het hedendaagse denken. En dit alles zonder te vergeten dat deze massa bestaat uit echte mensen, die behandeld moeten worden als vrije mensen in het respect van hun persoonlijkheid.
Drie waarheden domineren en verlichten het denken en het handelen van Cardijn: een waarheid van het geloof, een waarheid van ervaringen, een pastorale waarheid.
Een waarheid van het geloof: de waardigheid van de kinderen Gods
Van alle eeuwigheid heeft God, met een geschenk van zijn oneindige liefde, ieder jonge arbeider voorbestemd om deel te nemen in zijn natuur, in zijn liefde, in zijn geluk. Hij heeft besloten om zichzelf te geven, om te communiceren met hen, hen te laten leven van zijn leven, hen te verlichten met zijn waarheid, hen te laten delen in zijn koninkrijk. De jonge werknemers zijn geen machines, zijn geen dieren, zijn geen slaven. Zij zijn kinderen, medewerkers en erfgenamen van God. Dit is hun enige en ware bestemming, de bron van alle rechten en van alle plichten. Deze bestemming mag niet gesplitst worden, aan de ene kant van het eeuwige lot en aan de andere kant van het tijdelijke lot zonder onderlinge beïnvloeding. Deze fundamentele waarheid ligt aan de basis van de JOC.
Een waarheid van ervaring: vertrekken vanuit het echte leven
Het leven en de feitelijke bestaansomstandigheden van de jonge arbeiders zijn in grote strijd met hun eeuwige en tijdelijke bestemming. Wij moeten de moed hebben om goed naar de werkelijkheid te kijken, haar niet te ontvluchten, niet op te houden haar te observeren. We moeten kijken naar de hemel, maar tegelijkertijd onze voeten op de grond houden, op deze aarde, waar de wreedheid van de levensvoorwaarden meedogenloos is. Men moet bewust zijn van de leeftijd, van de arbeidsvoorwaarden, van de invloed van het milieu, van de problemen van de toekomst, problemen die men vaak tegemoet treedt in afzondering, verwaarlozing en onervarenheid.
Een pastorale waarheid: protagonisten van het eigen lot
Alleen een autonome organisatie van de jonge arbeiders kan dit probleem oplossen. Er bestaat geen externe oplossing. De oplossing is niet te vinden in de geestelijkheid, in de ouders, in de leerkrachten, onder de industriëlen, in de openbare machten. Al deze factoren zijn nuttig, maar kunnen niet optreden in de plaats van de jonge arbeiders zelf. Het gaat om een persoonlijke onderneming, eigen aan elke en alle werknemers. Het is hun probleem. Natuurlijk kunnen de systemen belemmeren of ondersteunen, maar een regime, hoe perfect ook, is niet genoeg. Om de verandering van de werkelijkheid te verwezenlijken zijn mensen nodig, een menselijk handelen, een menselijke verworvenheid. Alleen een organisatie van jonge arbeiders die als doel het bereiken van hun lot heeft, kan dit essentieel en vitaal probleem oplossen.
Maurizio Fomini
(Wordt vervolgd)
22/07/2011
|