|
Deze bijdrage die we aan onze lezers in drie afleveringen voorstellen, is een vrije aanpassing van het artikel van E. Grasso, De jeugd: spiegel van de Kerk. De Belgische jongeren in de analyse van de toespraken van Johannes Paulus II, verschenen in E. Grasso, Aanzet tot denken. De jongeren: kritisch geweten van de Kerk, Studiecentrum Redemptor hominis, Genk 1997, 9-16.
Ofschoon het artikel enkele jaren geleden geschreven werd, blijft het de moeite waard het weer te lezen dank zij de actualiteit van de daarin behandelde thema's.
|
DE JEUGD: SPIEGEL VAN DE KERK (1)
De Belgische jongeren in de analyse van de toespraken van paus Johannes Paulus II
Tijdens zijn bezoek aan België in 1985 spreekt Paus Johannes Paulus tot de Belgische jongeren[1]. Aan het begin van zijn toespraak legt hij een verband tussen jongeren en de Kerk en hij toont aan hoe dit verband hermeneutisch verstaan kan worden. "De ervaring van de jeugd - zo zegt de paus - is een unieke rijkdom. De Kerk kijkt met sympathie en hoop naar jullie; zij is zich ervan bewust, dat de toekomst van jullie afhangt. Door jullie ziet zij ook zichzelf en haar opdracht in de wereld"[2].
In deze woorden zien wij hoe er sprake is van een hermeneutische cirkel. In relatie tot de wereld van de jongeren, een relatie van geven en nemen, ontdekt de Kerk niet alleen de bron van haar toekomst maar ook de plaats waar zij tot zichzelf komt om haar zending in de wereld beter te verstaan.
De Kerk zal niet alleen rekening moeten houden met het Woord van God, maar ook met de wereld en in het bijzonder met de wereld van de jongeren. In deze wereld kan zij, zoals in een spiegel, zien wie zij is en wat haar relatie met deze wereld is.
In deze spiegel van de Kerk ziet Johannes Paulus II, op grond van dit verklarende principe, drie eisen die in onze specifieke historische context worden gesteld aan de Kerk in België.
De moed om "openlijk voor zichzelf en voor andere sociale groepen te spreken"[3]
Het gaat in het bijzonder om de moed om over het verschijnsel van de marginalisering te spreken, dat de paus aanduidt met de termen "uitsluiting, afwijzing, breuk". Dit is een expliciete verwijzing naar de parresía, een kenmerkende deugd van het christelijk handelen. Deze bestaat erin zich openhartig en zonder bijbedoelingen uit te drukken. Dat kan verwondering wekken, maar ook scheiding of zelfs vervolging oproepen. Dit spreken met durf en moed wijst erop dat de toekomst van de mens niet in het teken staat van angst voor het oordeel, maar in het teken van vertrouwen, van openheid voor God en van hoop[4].
Het "verruimen van de eigen blik en het openen van het eigen hart voor de dramatische en wijdverbreide ellende, die miljoenen mannen en vrouwen van de wereld treft"[5]
In gesprek met Limburgse studenten had Johannes Paulus II de jongeren herinnerd aan de oproep om "een echte, diep christelijke liefde" te verspreiden. Een liefde "die de maatschappij kan omvormen en vernieuwen door in de plaats van onrechtvaardigheid, uitbuiting en tweedracht, te streven naar rechtvaardigheid, eerbied voor de medemens en vrede"[6].
Deze blik overstijgt de grenzen van de ruimte en gaat ook over de grenzen van de tijd heen. In de zogenaamde postmoderne tijd die gekenmerkt wordt door een zwak en fragmentarisch denken, een denken op korte termijn, is de paus niet bang om op te roepen tot het nastreven van grote idealen, tot een krachtig denken. Hij gaat daarbij veel verder dan het tastbare aspect hiervan. "Plant jullie toekomstig leven", zegt Johannes Paulus II, wanneer hij zich richt tot een groep Vlaamse studenten, "als een leven in liefde, een deelneming aan de opbouw van een maatschappij die de mensheid bij de overgang van het tweede naar het derde millennium de vaste hoop kan schenken op een echte beschaving van de liefde"[7].
Evenals de Kerk doorbreekt de wereld van de jongeren de verstikkende cirkel van het geestelijke narcisme[8] door een derde term in de ik-jij dialoog te voeren. Deze derde term is ook de toetssteen voor een relatie van het ik-jij-type: zij komt zo tot zichzelf en opent zich voor een transcendente dimensie. Evenals de Kerk verbreken jongeren het verstrikt raken in eigen problemen, wat niet tot volwassenheid leidt, door een diep medelijden te hebben met de mensen (misereor super turbas).
Alleen daardoor gaan de horizonten open van een wereld die gebukt gaat onder de complexen van een klein belegerd fort of van een nostalgisch verleden (laudator temporis acti).
Door medelijden te hebben met de mensen wordt de Kerk vooruitgestuwd naar de Christus die komt en ervoor zorgt dat de Kerk niet stil, statisch en onbeweeglijk blijft bij de beschouwing van een hemel die niet spreekt. Men kan de levende, uit de doden opgewekte Christus alleen ontmoeten, wanneer men uit zichzelf treedt en naar het Galilea van de volkeren gaat, waarheen Hij voorgaat[9].
De ervaring van uitsluiting, afwijzing en breuk, waaronder jongeren lijden, is dezelfde ervaring die de Kerk beleeft
Zij beleeft het op haar pelgrimstocht te midden van interne en externe rampspoed en moeilijkheden, te midden van de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God[10].
Deze ervaring van marginalisering en uitsluiting vraagt om een antwoord, waardoor het mogelijk wordt zich los te maken van passiviteit, onmacht en een gevoel van nutteloosheid.
Emilio Grasso
(Wordt vervolgd)
[1] De toespraken van de Paus worden geciteerd overeenkomstig de Insegnamenti di Giovanni Paolo II, I-XVII, Libreria Editrice Vaticana 1979-1996.
[2] De passages die in dit artikel letterlijke citaten bevatten en in een voetnoot niet vermeld worden zijn genomen uit: Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië en Brussel te Namen (18 mei 1985), in Insegnamenti VIII/1, 1500-1510.
[3] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1500-1501.
[4] Vgl. H. Schlier, παρρησια, Theologisches Wörterbuch zum Neuen Testament, Begründet von G. Kittel, V, Stuttgart 1954, 869-884.
[5] Johannes Paulus II, Ontmoeting met de jongeren van Wallonië..., 1501.
[6] Johannes Paulus II, Tot Belgische studenten (10 april 1982), in Insegnamenti, V/1, 1159.
[7] Johannes Paulus II, Tot katholieke studenten in Vlaanderen (6 april 1985), in Insegnamenti, VIII/1, 924.
[8] Vgl. de voordracht van G. Danneels: Het 'geseculariseerde' Europa evangeliseren, in Secularisatie en evangelisatie in het huidige Europa. Zesde symposium van de bisschoppenconferenties van Europa, Rome, 7-11 oktober 1985, in "Archief van de Kerken" 41 (1986) 226-249.
[9] Vgl. Mt 4, 15; Mt 28; Hnd 1, 11.
[10] Vgl. Lumen gentium 8.
28/11/09
|