|
LEES HET EERSTE DEEL VAN HET ARTIKEL
"GELOVEN IS ALTIJD EEN UITDAGING..." (2)
De Kerk en de jongeren in Nederland
Luisteren naar jongeren die vragen stellen
Op 14 mei 1985 kwam paus Johannes Paulus II, na de misviering op het vliegveld van Maastricht, in Amersfoort aan, de laatste etappe van zijn reis in Nederland. Op het sportveld van het Ter Eem-college, waar 4000 jongeren verzameld waren, antwoordde de paus, nadat hij naar de vragen en de verwachtingen had geluisterd die door een vertegenwoordiger van de jongeren verwoord werden, op de gestelde vragen met een toespraak[1].
Bij de analyse van deze toespraak lijkt het ons belangrijk de volgende punten naar voren te brengen die bij een theologische overweging van de relatie Kerk-jongeren belangrijk zijn:
1. "De Kerk heeft zichzelf niet uitgevonden. Zij weet dat zij de vrucht is van een uitvinding van de liefde van Christus. Daarom is zij er alleen op bedacht de wil van haar Heer zorgvuldig te bewaken en met de bijstand van de Geest steeds beter te begrijpen, om ten volle de heilbrengende doeleinden hiervan te verwezenlijken tot welzijn van de mensheid"[2].
Het belangrijke punt is hier de relatie tussen zorgvuldig bewaken en steeds beter begrijpen. Bewaken en begrijpen vormen de twee polen van een spanning en een voortdurende en niet te onderdrukken dialectiek in het bestel van de pelgrimerende Kerk.
Bewaken en begrijpen vormen een eenheid met deze onophoudelijke spanning, die gericht is op de volheid van Gods waarheid[3]. Alleen deze grondslag geeft betekenis aan de Kerk zelf. Zij bewaakt door te begrijpen en zij begrijpt door te bewaken. Zij begrijpt onder andere "ex intima spiritualium rerum quam experiuntur intelligentia"[4], dat wil zeggen ‘een op ervaring berustend begrip dat zich baseert op wat beleefd wordt'.
Welnu, de Kerk, die in haar schoot zondaars bergt en tegelijkertijd heilig is en altijd behoefte heeft aan zuivering, kan bij haar pelgrimstocht - die duurt tot de wederkomst van de Heer - boetedoening en vernieuwing nooit verwaarlozen[5]. Zij is "door Christus opgeroepen tot deze onafgebroken hervorming, die zij als menselijke en aardse instelling voortdurend nodig heeft"[6].
Dit stelt Johannes Paulus II in zijn toespraak in Amersfoort: "De Kerk zal altijd een jonge Kerk moeten zijn. Zij moet zich van dag tot dag vernieuwen, zich voortdurend bekeren. Zij moet antwoord geven op de vragen van deze tijd"[7].
2. De Kerk kan zeker antwoord geven op actuele kwestie wanneer zij in contact treedt met degene die vragen stelt. Ze mag zich niet in zichzelf opsluiten, niet van mening zijn dat zij eens en voor altijd elk geschil tussen Christus Jezus en de mensen opgelost heeft.
In een verhelderend hoofdstuk van het fundamentele boek "Vraie et fausse Réforme dans l'Eglise" spreekt Congar over de behoefte aan hervormingen ten opzichte van de verleiding een «synagoge» te worden. Hij spreekt over het risico dat de Kerk loopt om zich vast te klampen aan verworven en erkende vormen en niet langer de roep te verstaan naar nieuwe behoeften en nieuwe ontwikkelingen op grond van het evangelie[8].
Aan dit risico ontkomt men alleen wanneer men een relatie aangaat met wie vragen stelt: op deze manier wordt men er immers door hem toe aangespoord om "de verleiding van de synagoge" te weerstaan[9].
Welnu, jongeren stellen van nature vragen. "Als jonge mensen geen vragen meer stellen, zijn zij geen jonge mensen meer"[10]. Daarom zegt de paus "zeer dankbaar" te zijn voor het feit dat hij zoveel vragen gekregen heeft[11].
En zich tot de Nederlandse jongeren richtend, roept de paus met kracht uit: "Jullie moeten het kritische geweten van de maatschappij blijven. De ouderen hebben jullie nodig: laat hen niet in de steek! Wat zij er ook van mogen denken, zonder jullie kunnen zij geen enkele van de doelen bereiken die zij nastreven"[12]. En hij voegt hieraan toe: "Gelooft mij: wij kunnen jullie niet missen. Jullie zijn onvervangbaar"[13].
3. In dialoog treden, ingaan op een aansporing die door de vragen gegeven wordt, betekent echter niet afzien van het geven van antwoorden. Dit riskeert men wanneer men zich opsluit in een hoogmoedig afwijzen van de ander; een afwijzen dat zwakheid, onzekerheid of angst verbergt. Of ook nog door geen antwoord te geven door als gesprekspartner in alles toe te geven. Ook in dit tweede geval beschouwt men de jongeren niet als kritisch "geweten", maar laat men hen aan hun lot over en misleidt men hen in hun openheid: uit intellectuele luiheid of via goedkope instemming ziet men af van de discussie en ontvlucht men de kans om getuigenis af te leggen van de eigen hoop[14].
Het is eigen aan "kritiek" - volgens de etymologische en actuele betekenis van het woord - om het voor en tegen te onderzoeken, te bepalen, af te wegen, en om te beslissen over de echte grond van een gedachte of van een voorstel: waar of niet waar, juist of niet juist, goed of slecht.
Emilio Grasso
(Wordt vervolgd)
[1] Vgl. Johannes Paulus II, De opdracht gegeven aan de jongeren van Nederland tijdens de ontmoeting in Amersfoort (14 mei 1985), in Insegnamenti, VIII/1, 1343-1350.
[2] Johannes Paulus II, De opdracht gegeven aan de jongeren..., 1349.
[3] Vgl. Dei Verbum 8.
[4] Dei Verbum 8.
[5] Vgl. Lumen gentium 8.
[6] Unitatis redintegratio 6.
[7] Johannes Paulus II, De opdracht gegeven aan de jongeren..., 1349.
[8] Vgl. Y.M.-J.Congar, Vraie et fausse Réforme dans l'Eglise, Parijs 1950, 170-171.
[9] Wij gebruiken hier de term synagoge, zoals Congar dat doet. De term zou zeker nader gepreciseerd moeten worden, waarbij iedere pejoratieve betekenis die de term in de context kan hebben, vermeden wordt, dit ook in het licht van onze relatie met onze "oudste broeders".
[10] Johannes Paulus II, De opdracht gegeven aan de jongeren..., 1344. Tot de jongeren van Emilia Romagna (Italië) sprekend, drukt de paus zich als volgt uit: "Wie zijn de jongeren? Ik denk dat men ze kan beschrijven door deze twee elementen te noemen: vragen en gitaren", Johannes Paulus, Antwoorden op de vragen van de jeugd in de kathedraal van Carpi (3 juni 1988), in Insegnamenti, XI/2, 1749.
[11] Vgl. Johannes Paulus II, De opdracht gegeven aan de jongeren..., 1344.
[12] Johannes Paulus II, De opdracht gegeven aan de jongeren..., 1346.
[13] Johannes P aulus II, De opdracht gegeven aan de jongeren..., 1350.
[14] Vgl. 1 Pe 3, 15.
07/11/09
|