Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Wij hebben alleen maar lief wat mooi is/3
Afdrukken Verzenden naar een vriend






WIJ HEBBEN ALLEEN MAAR LIEF WAT MOOI IS/3

De mensgeworden Zoon, openbaring van de oneindige schoonheid,
is hoogst beminnelijk


 


Gezicht - blik - masker

Een visioen openbaart zich niet, wanneer wij met onze krachten (een farizeïsche ascese) de aan ons gegeven statuur proberen te overstijgen en ons niet ontoegankelijke drempels te overschrijden, maar wanneer onze ziel op mysterieuze en onbegrijpelijke wijze, door de hemelse krachten zelf tot daarboven verheven, komt op het niveau van de andere wereld.

Dit visioen is objectiever dan de aardse objectiviteit, substantiëler en reëler dan deze.

Drie sleutelwoorden illustreren deze begrippen beter: gezicht, blik, masker.

Het gezicht is wat wij in de dagelijkse ervaring zien, datgene wat ons de werkelijkheid van de aardse wereld onthult.

De blik is een manifestatie van de ontologie.

Om vertrouwdere Bijbelse categorieën te gebruiken: wij zouden kunnen zeggen dat het gezicht het beeld is en de blik de gelijkenis met God, tegenwoordig gesteld op het gezicht.

Wanneer het gezicht verandert in blik, verkondigt het de mysteries van de onzichtbare wereld zonder woorden, met zijn eigen aspect.

Het masker of mom is volledig tegengesteld aan de blik. Het is iets dat een zekere gelijkenis heeft met het gezicht, dat zich presenteert als gezicht, dat zich laat doorgaan voor gezicht en als zodanig wordt beschouwd, maar dat van binnen leeg is, zowel in materiële, fysieke zin, als wat metafysische substantie betreft.

Zoals de zonde zich meester maakt van de persoon, zo houdt het gezicht op het venster te zijn waaruit zich Gods licht uitstort; het gezicht maakt zich los van zijn scheppend begin, verliest het leven en verhardt in een masker dat door hartstocht wordt beheerst.

Omgekeerd ontsteekt een verheven geestelijke opgang op het gezicht een lichtende blik, alle duisternis uitwissend.

Er is een passage in het evangelie waar Florenskij op wijst en dat in het bijzonder de aandacht van de missioloog trekt. Daar waar hij Mat. 5, 16 "Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is", becommentarieert. Florenskij geeft als commentaar: "‘Uw goede werken' wil helemaal niet zeggen 'goede werken' in filantropische en moralistische zin, het wil zeggen 'mooie werken', lichtende en harmonieuze openbaringen van de geestelijke persoonlijkheid vooral een lichtend, mooi gezicht van een schoonheid waardoor het innerlijk licht van de mens zich naar buiten toe verbreidt en de mensen, overwonnen door de onweerstaanbaarheid van dit licht, de hemelse Vader prijzen, wiens Beeld op aarde zo heeft geschitterd"[1].

Dit geeft te denken! Wij zijn gewend de geschiedenis van de stichting van de Kerk, de lokale Kerken, de grote religieuze bewegingen en zoveel religieuze gemeenschappen te lezen vanuit een speculatieve optiek. Het zou interessant zijn dit opnieuw te lezen vanuit de optiek van een schoonheid die aantrekt en achter zich aan doet lopen.

Een schoonheid waarbij de daaroverheen geworpen kenotische sluier niet de psalm doet vergeten die zingt: "Geen mens is u gelijk in edele gestalte" (Ps. 45, 3).

Onze rationele mentaliteit zoekt geldige gronden en redenen voor een keuze. Een "iconische mentaliteit" kijkt naar het mens-zijn met een lichtende blik en schept zo een nieuwe realiteit.

Een Kerk wordt niet geboren, als wij "maskers" zijn en ook niet als wij blijven steken op het niveau van het gezicht. Een Kerk wordt geboren uit de blik van hen die geen schijnbeelden van de aarde zijn, verre van abstract, verre van bloedeloos, en die niet verdwijnen op deze aarde, levende ideeën[2] zijn, ideeën van de onzichtbare wereld.

In het leven van Antonius, aan het begin van het monnikendom, lezen wij hoe zijn blik, de manifestatie van zijn wezen, een aantrekkingskracht uitoefende en een nieuwe wereld schiep.

"Velen trachtten immers alleen al bij het zien van zijn manier van leven hem te evenaren"[3].

"Ook de heidenen en degenen die zich onder hen priesters noemen, kwamen naar de kerk en zij vroegen: 'Wij willen de man Gods zien'"[4].

"Hoeveel meisjes die al verloofd waren, bleven maagd in Christus, alleen al doordat zij hem hadden gezien!"[5].

"Het gezicht van Antonius was vol genade. Ook deze bijzondere gave had hij van de Verlosser gekregen: als hij met veel kluizenaars samen was en iemand van hen die hem nooit had gezien, hem wilde zien, veronachtzaamde deze onmiddellijk de anderen en liep naar hem, aangetrokken door zijn gezicht en zijn figuur. Hij onderscheidde zich van de anderen, niet omdat hij groter of robuuster was, maar de ernst van zijn gewoonten, de kracht en zuiverheid van zijn geest gaven deze indruk. Omdat zijn ziel rustig was, bleef ook zijn zichtbare aanblik onverstoord, zodat de vreugde en blijdschap van zijn geest zichtbaar waren op zijn gezicht en de bewegingen van zijn lichaam deden de standvastigheid van geest voelen en begrijpen, zoals staat geschreven: 'Wanneer het hart zich verheugt, is het gelaat blij. Wanneer het daarentegen triest is, is ook het gezicht bedroefd'"[6].

De iconostase is het scherm dat twee wereld scheidt. De iconostase is het visioen. De iconostase is de heiligen.

De materiële iconostase vervangt niet de iconostase van levende getuigen en neemt niet hun plaats in, maar is alleen maar een zinspeling op hen, opdat de aandacht van de biddenden op hen is geconcentreerd.

De schilderkunst van de iconen is de rots van de hemelse figuren, het bolwerk van zwart beslagen panelen, die het heiligdom omgeeft met een levende stoet getuigen. De iconen geven deze doordringende en gedenkwaardige blikken, deze bovenzintuiglijke ideeën aan en maken als het ware de ontoegankelijke visioenen publiek. De getuigen bieden ons door middel van deze getuigen die schilders van iconen zijn, de beelden van hun visioenen. De iconen getuigen met hun artistieke vorm direct en grafisch van de realiteit van deze vormen.

"Onder alle filosofische bewijzen van het bestaan van God klint het meest overtuigend dat welk niet wordt vermeld in de handboeken; men kan met een syllogisme formuleren: 'De Drie-eenheid van Rublev bestaat, daarom is er God'"[7].

Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] P.A. Florenskij, Le porte..., 50.

[2] In het Grieks is blik idea. Vgl. P.A. Florenskij, Le porte..., 44.

[3] Vita di Antonio. A cura di C. Mohrmann, Fondazione Valla-Mondadori, Milano 1974, 97.

[4] Vita di Antonio..., 137.

[5] Vita di Antonio..., 167.

[6] Vita di Antonio..., 133.

[7] P.A. Florenskij, Le porte..., 64.




13/10/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis