Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Ter herinnering aan Silvia
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Artikelen van Emilio Grasso

  
 

TER HERINNERING AAN SILVIA


 

Op 24 januari 2018 was het een jaar geleden dat Silvia Recchi overleed. De herinnering aan haar blijft leven bij de mensen die haar hebben gekend en liefgehad in haar apostolisch werk in Kameroen in de parochie van Obeck-Mbalmayo, in de academische kringen van de Université Catholique d'Afrique Centrale/Institut Catholique de Yaoundé en de  wetenschappelijke kringen die zich wijden aan de studie betreffende het godgewijde leven en het kerkelijk recht.

Ik had de gewoonte vanuit het verre Paraguay aan mijn vrienden van de Gemeenschap in Kameroen de  opname van mijn homilieën te sturen. Het was een manier om tussen ons te blijven communiceren.

Over het thema van de dood Silvia dacht op dat ogenblik zeker niet aan die van haar, die niet veel later zou komen – schreef Silvia een interpretatieve synthese van een homilie van mij.

Op deze dag breng ik haar in herinnering door de tekst ervan weer te geven en denk zo dat de mooiste manier om haar voor ogen te houden is: haar naast haar woorden te plaatsen, want, zoals wij hardop tijdens het eerste jongerenkamp dat wij in Kameroen hielden, zeiden: "De mens is in zijn woord".

Op dit ogenblik blijft Silvia onder ons aanwezig om ons allen die op het einde niet geoordeeld zullen worden naar een woord buiten onszelf, maar naar hetgeen wij hebben gezegd en gedaan, te waarschuwen.

Het is een manier om al degenen die ik heb leren kennen, te zeggen dat het goed is voor ogen te houden wat wij hebben gezegd en gezongen, omdat wij niet geoordeeld zullen worden naar hetgeen anderen hebben gezegd en gedaan, maar naar wat wijzelf hebben gezegd en gedaan.

Emilio

 

 

ZICH VRAGEN STELLEN OVER DE DOOD

 

 

 

De dood is het grootste raadsel van het leven, ten overstaan waarvan welk menselijk antwoord dan ook, welke filosofische reflectie dan ook niet toereikend is om uitleg te geven. Hij is het vreemdste dat wij in ons bestaan voelen, maar paradoxaal ook ons meest persoonlijke en essentiële "eigenheid", omdat ieder menselijk leven de dood bevat.

De vernietiging die de dood met zich meebrengt, wordt door de verschillende culturen op een andere wijze "verduisterd". In Afrika wordt de "grote rouw" georganiseerd met een buitensporig vertoon van middelen. Arme families steken zich tot het onwaarschijnlijke (ten koste van de levenden) in de schulden om spijzen en alcoholische dranken aan te bieden aan de zeer talrijke genodigden die van overal te voorschijn komen. Er zijn dag en nacht zeer veel monden te voeden en mensen te onderhouden met oorverdovende muziek, in een collectieve rite die de dood zou willen uitdrijven door hem te verstikken onder het gewicht van het natuurlijke en biologische leven in zijn meest materiële en fysieke aspecten.

Een culturele traditie die in Kameroen meermalen de tussenkomst van de Nationale Bisschoppenconferentie heeft vereist om de gelovigen eraan te herinneren minder opzichtige begrafenissen te organiseren die meer in overeenstemming zijn met het christelijk geloof.

De dood begrijpen om het leven te verstaan

Het raadsel van de dood is een gebeurtenis die moet worden geëvangeliseerd door er een gelegenheid van te maken die zeker geen vragen stelt aan de overledenen, maar aan degenen die hen naar hun laatste rustplaats begeleiden.

De homilie van Emilio, gehouden ter gelegenheid van de uitvaartdienst van een gelovige van de parochie Sagrado Corazón de Jesús in Ypacaraí (Paraguay), die wij in haar meest wezenlijke lijnen weergeven, vertegenwoordigt in deze zin een sterke oproep. Emilio nodigt ertoe uit binnen te dringen in de christelijke diepte van de dood die met zijn vragen een horizon van betekenis opent betreffende het leven om dit laatste uit de banaliteit en de middelmatigheid waarin het vaak is opgesloten, te doen treden.

De ervaring die wij met de dood hebben, is gewoonlijk verbonden met het heengaan van dierbaren; met het verlies van hen sterft iets van ons en er zijn geen woorden van troost ten opzichte van deze smartelijke scheiding.

Met de dood gebeurt er iets definitiefs. Voor ons is dit het einde van de aardse pelgrimstocht, het einde van de tijd die God ons biedt om ons aardse leven te verwezenlijken overeenkomstig zijn plan en om over onze uiteindelijke bestemming te beslissen. Wanneer onze enige aardse levensloop ten einde is, zullen wij niet meer terugkeren tot andere aardse levens (vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, 1013).

Als God niet zou bestaan, zouden wij geen enkel antwoord hebben op het probleem van de dood en dientengevolge zou er ook geen enkel antwoord zijn op de fundamentele problemen van het leven dat zich de meeste keren afspeelt in een bestaan dat vaak bestaat uit hard werken, inspanning, lijden en onzekerheid.

De mens moet zich vragen stellen over de dood om zichzelf te begrijpen. Wie een reden heeft om te sterven, heeft ook redenen om te leven. Binnen ons geloof, dat sterk, zwak of ook vol twijfels kan zijn, vinden wij de authentieke antwoorden op de vragen die de dood opwerpt.

In onze geloofsbelijdenis bevestigen wij dat wij geloven in de verrijzenis en het eeuwige leven; datzelfde geloof geeft ons de overtuiging dat het leven van dierbaren die ons hebben verlaten, is veranderd en niet weggenomen.

Met de dood wordt het leven veranderd. Dat gebeurt zoals voor een kind dat zich nog bevindt in de buik van de moeder en niet naar buiten zou willen komen, omdat het zich goed voelt, wordt gevoed en beschermd; maar om geboren te worden moet het echter naar buiten komen, anders sterft het samen met de moeder, die om het geboren te laten worden de pijn van de bevalling lijdt.

Wij leven op aarde als in een moederplacenta en wij zouden graag niet weg willen gaan; als wij echter niet weggaan, kunnen wij het ware leven niet leren kennen. Wij moeten buiten de buik van moeder aarde komen, met alle pijn en lijden die dit met zich meebrengt, om in het eeuwig leven binnen te gaan.

Het ogenblik van de ontmoeting

De gebeurtenis van de dood en de verrijzenis van de Heer staat in het middelpunt van ons geloof. Deze gebeurtenis heeft het menselijk "sterven" ten diepste veranderd. De dood van Christus is niet een lot dat wordt ondergaan, maar de belangrijkste daad van zijn leven dat door de liefde werd bezield; als christenen hebben wij de verantwoordelijkheid en een bijzondere zending om onder de mensen de herinnering aan de dood levend te houden, niet om het leven te verachten, maar juist om het zijn ware en volle waarde te geven.

Met de verrijzenis van Christus is de dood bevrijd van zijn duistere karakter en van de vloek van de zonde door de vervulling van het leven in God te worden. Daarom viert de Kerk nooit de dood, maar het leven; bij het herdenken van de overledenen spreekt haar liturgie van de ontmoeting met de Heer en verwijst zij naar het eeuwige leven. Deze liturgie richt zich niet tot overledenen die inmiddels hun aardse reis hebben voltooid, maar tot ons die hen begeleiden en die dikwijls vergeten dat het ware vaderland het hemelse vaderland is. Wij gaan onze weg op aarde, maar moeten kijken naar de hemel, waar ons in tegenwoordigheid van God de volheid van leven wacht.

In de woorden van het evangelie, die door de liturgie bij een begrafenisviering worden aangehaald, spoort Jezus zijn leerlingen aan waakzaam te zijn, omdat zij niet weten op welke dag "de Heer zal komen" (vgl. Mat. 24, 42).

Het evangelie waarschuwt ons oplettend te zijn, omdat God alleen het ogenblik kent waarop de aardse reis eindigt; het zegt ons bovendien altijd klaar te staan, omdat wij niet weten wanneer niet de dood zal komen, maar de Heer. Het ogenblik van de dood valt samen met het einde van het aardse bestaan en tegelijkertijd met de definitieve ontmoeting met de Heer.

God van aangezicht tot aangezicht zien is immers alleen maar mogelijk, als ons leven op aarde eindigt. De dood is niet alleen een einde, maar ook een vervulling die de ontmoeting met de Heer mogelijk maakt.

Deze overtuiging doet de angst voor de dood overwinnen en het christelijk geloof is ook een strijd tegen deze angst; een strijd en niet een verwijderen of een verduisteren van de realiteit ervan.

Dat betekent niet dat er ten overstaan van de dood geen geween, rouw en smart is, maar op dit ogenblik van droefheid verliezen wij de hoop niet, omdat de overledene juist door de dood wordt binnengeleid in het leven. In het ogenblik van verdriet zelf is paradoxaal de vreugde aanwezig, omdat degenen die wij op aarde hebben liefgehad, eindelijk de Vader van gerechtigheid en barmhartigheid hebben ontmoet.

Een boodschap van bekering

De dood van dierbaren wordt zo voor ons een boodschap van bekering, van verandering van ons leven. Deze boodschap nodigt ons uit ons voor te bereiden in de vrijheid en diepte van ons bewustzijn; wij worden allen gewaarschuwd ons ervoor in de juiste gesteldheid te kunnen brengen, omdat het ogenblik voor ieder zal aanbreken.

De zin van het leven is in deze voorbereiding op de ontmoeting met de Heer gelegen op de dag van het feest in de hemel waarbij wij ons met hen die wij hebben liefgehad, zullen herenigen.

Om in het hemels vaderland binnen te gaan moeten wij de aarde liefhebben door ons in te zetten voor de opbouw van de gerechtigheid en voor de waarheid, waarbij wij ons ervan bewust zijn dat de overwinning van Christus op de dood onze hoop is en dat het kwaad en de dood in al hun vormen niet het laatste woord hebben.

Ons geloof spreekt niet van de onsterfelijkheid van het aardse leven, maar van verrijzenis. Dit geloof "slaat" de dood "niet over", vernietigt hem niet, verduistert hem niet en bant hem evenmin uit, maar beleeft hem in heel zijn dramatiek, in de wetenschap dat de Heer hem op zich heeft genomen en dat hij door de God van het leven is veranderd.

(Verzorgd door Silvia Recchi)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




28/01/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis