Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Onze God is de God van het leven
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Artikelen van Emilio Grasso 



Onze God is de God van het leven




Het zou droevig zijn, mocht de dood het laatste woord krijgen over het leven van de mens. In werkelijkheid eindigt er niets met de dood, integendeel, er begint alles, want de dood is de ontmoeting met Jezus, die zijn bloed omwille van ons heil vergoten heeft. Het is het moment van de vereniging met de Drie-eenheid. Alle mensen, in het bijzonder de armsten en de zwaksten, zij die in de samenleving voor niets meetellen en misschien niet eens de stemkaart ontvangen, kosten het bloed van God en hebben dus een oneindige waarde. In het Oud Testament worden ze vertegenwoordigd door de wezen en de weduwen:

"Betracht de rechtvaardigheid, help de verdrukten, verschaf recht aan de wezen, verdedig de weduwen" (Js 1, 17).

We moeten voortdurend onze aandacht schenken aan de armen die voor ons de band met Jezus mogelijk maken, want Hij heeft zich met hen geïdentificeerd.

"Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan" (Mt 25, 40).

Het enige ernstige antwoord op het probleem van de mens en van de dood, is het bestaan van God en de verrijzenis van Christus.

"Maar als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde. Dan zijn ook die mensen verloren die in Christus ontslapen zijn. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij het meest van alle mensen te beklagen" (1 Kor 15, 17-19).

De overwinning van Christus op de dood geeft ons de zekerheid dat het eeuwig leven, en niet de dood, het laatste woord heeft over het bestaan van de mens. Elke christen is geroepen om van deze waarheid te getuigen. 

Als wij hierin niet geloven, waarmee zijn we dan bezig? Als Christus verrezen is, verandert ons leven geheel. Daarom interpelleert de dood ieder van ons: "Geloof je wel of niet dat er voorbij de dood de verrijzenis is en het eeuwig leven?" Als we geloof hebben, kunnen we niet leven als mensen die zich aan aardse zaken vastklampen, en die uit schrik voor de laatste levensdag alles trachten mee te maken, omdat ze niet in staat zijn de dood te trotseren.

Als we geloven dat het bestaan op zich geen zin heeft, tenzij slechts als ontmoeting met de liefde van God die ons opwacht, en als we de dood zien als de poort, waardoor we de volheid van Gods liefde mogen binnentreden, dan zal ons leven veranderen en zullen we de moed opbrengen om het zonder angst of schaamte te leiden.

We zullen dan leven zonder de angst iets te verliezen, want we hebben al alles verloren, om het Rijk van God te verwerven.

De Bijbel zegt ons dat er in het paradijs geen rouw, noch geween, noch smart zal zijn, omdat de eerste wereld voorbij is en de Heer in ons midden is.

"Zingend zullen zij naar de hoogten van Sion trekken, stralend van vreugde om de goede gaven van de Heer, om het koren, de most en de olie, de schapen en de runderen. Ze voelen zich als een besproeide tuin die het nooit aan water ontbreekt. Dan dansen de meisjes van vreugde; de mannen doen mee, jong en oud. Hun droefheid verander Ik in blijdschap, Ik troost hen en geef hun vreugde na verdriet" (Jr 31, 12-13).

Als alles zowel voor goeden als slechten, zowel voor armen als rijken, met de dood zou eindigen, zou ons leven geen zin hebben; en zelfs als we in Gods bestaan zouden geloven, kon ons dat niet interesseren omdat alles toch met de dood eindigt. Als we iemand liefhebben, willen we altijd samen een toekomst opbouwen, een plan maken om vooruit te gaan. In deze optiek vinden we in de brief van Sint Paulus aan de Romeinen een heel eenvoudige waarheid, vol van de schoonheid van de liefde:

"Niemand van ons leeft immers voor zichzelf alleen, en niemand sterft voor zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe. Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden" (Rom 14, 7-9).

Het leven heeft zin als we het in Gods handen leggen, als we voor de Heer leven en sterven, omdat het leven en de dood alleen in Hem waarde hebben. ...

Langzaam sterft alles af, het gaat voorbij en verdwijnt. Alleen een unieke, diepe, ware en authentieke werkelijkheid zal blijven, en dat is de trouw. Het gaat hier niet over onze trouw aan de Heer, maar wel over de trouw van de Heer aan ons. Aan het einde van ons leven zullen we deze wereld bedroefd en wanhopig verlaten, tenzij we God en de herdenking van God in ons hart geplaatst hebben; want men sterft zoals men geleefd heeft .

God is de enige, die aan ons leven zin geeft. Als we Hem elke dag, elke morgen en elke nacht gezocht hebben, en niet tot het eindmoment gewacht hebben om Hem in ons bestaan binnen te laten, zullen we in de echte vrede kunnen leven, zonder angst voor de dood, voor de ziekte en voor de laatste dag.

 

 


 "Inderdaad, de mens sterft zoals hij geleefd heeft: hij sterft in de goddelijke genade, d.i. in vriendschap met God, als hij zich in zijn leven ingespannen heeft om het goede te volbrengen, God te beminnen, zijn geboden te onderhouden, de anderen lief te hebben en hun goed te doen; maar hij sterft in vijandschap met God, als hij in zijn leven het kwade heeft gedaan en zelfs in het laatste moment van zijn bestaan zich niet tot God bekeerd heeft; tot die God die hem gedurende zijn hele leven tot bekering opgeroepen heeft, hem zijn vriendschap aangeboden en hem de nodige genade geschonken om zich te redden".


[Il mistero della morte, in "La Civiltà Cattolica" 155/IV (2004) 216]

 

 

Emilio Grasso, El Esposo llega de repente. Reflexiones sobra la visión cristiana de la muerte, Centro de estudios Redemptor hominis (Cuadernos de Pastoral 18), San Lorenzo, Paraguay, 2007, 41-44.




(Vertaald uit het Italiaans door Maria Cristina Forconi)


 

29/03/2018

 

 

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis