Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Maria, Onze-Lieve-Vrouw van Smarten
Afdrukken Verzenden naar een vriend






Maria, Onze-Lieve-Vrouw van Smarten

 


       

Men mag nooit vergeten dat Jozef en Maria vrome Israëlieten waren en de voorschriften van de Wet van Mozes naleefden. Daarom dragen zij hun eerstgeboren zoon op in de tempel, een gelegenheid waarbij zij de oude Simeon ontmoeten, een man uit het Oude Testament, die de verwachting van de Messias symboliseert. Hij openbaart hun de zin van de profetieën die vervat zijn in de Schriften. Simeon ontvangt het kind Jezus in zijn armen, middelpunt en hoogtepunt van een lange heilsgeschiedenis, vervulling van de profetieën en van de verwachting van heel het volk Israël. Bij het zien van Jezus verklaart Simeon aan Maria dat dit kind een teken van tegenspraak zal zijn, een oorzaak van val of redding voor velen in Israël.

Jezus is inderdaad tegelijkertijd een mogelijkheid van opgang naar de hemel of van val, van redding of veroordeling. Jezus laat niemand onverschillig. Hij is immers het Woord van God, dat binnendringt in het hart en alles onthult wat zich daar bevindt, ook de meest geheime gedachten die de mens niet graag aan iemand openbaart, zelfs niet aan zichzelf.

Ieder heeft angst dat men het geheim dat verborgen is in het diepst van zijn eigen hart en dat zelfs hijzelf niet wil kennen, ontdekt zou kunnen worden. Het is typisch voor onze tijd, zich niet op zijn gemak te voelen in de stilte, omdat die ons met onszelf alleen laat zonder het lawaai dat de dagen vult.

Het aannemen van het Woord, dat niet alleen openbaart wie God is, maar ook wie wij zijn, zal een reden tot kracht en een oorzaak van redding zijn. Het niet aanvaarden ervan zal een reden zijn tot veroordeling en een oorzaak van vernietiging. Jezus laat ons nooit achter in de toestand waarin Hij ons heeft ontmoet. Jezus ontmoeten wil zeggen: veranderen, omhoog of naar beneden, beter of slechter worden.

Wanneer het Woord van God in ons leven komt, weten wij hoe wij zijn, maar wij weten niet hoe wij in de toekomst zullen zijn. Als ik verlang mezelf te leren kennen, moet ik het Woord van God ontmoeten. Wij leren elkaar kennen, als het Woord van God in ons midden komt en ons ertoe brengt te verklaren wat wij willen doen met ons leven. Vóór de ontmoeting met het Woord kunnen allen goed lijken, maar het Woord openbaart werkelijk het hart van de mens. Het vereist een verandering van leven door ertoe aan te zetten buiten zichzelf te treden om een nieuwe werkelijkheid te worden. Het Woord van de Heer roept op tot een diepgaande bekering, op ieder ogenblik van ons leven wijst het de weg en vraagt het om een nieuwe levenswijze.

Maria vertegenwoordigt nu juist de verandering die plaatsvindt in het leven van wie in contact treedt met het Woord. In zijn profetie voorzegt Simeon dat een zwaard het hart van Maria zal doorboren. Wat dat zwaard zal zijn, legt een andere tekst van de Heilige Schrift uit. De boeken van de Bijbel moeten immers worden gelezen als één geheel, omdat zij alle God als belangrijkste auteur hebben.

In de Brief aan de Hebreeën wordt gezegd:

"Want het woord van God is levend en krachtig. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door tot het raakpunt van ziel en geest, van gewrichten en merg. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van de mens. Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor zijn ogen. Aan Hem hebben wij rekenschap af te leggen" (Heb. 4, 12-13).

Wat het evangelie betreft, daar lezen wij dat Jezus opdraagt: "En wie die niet bezit, verkope zijn mantel en schaffe zich een zwaard aan" (Luc. 22, 36).

Wij moeten een zwaard kopen, dat is veel noodzakelijker dan een kledingstuk: zonder dit zwaard, dat ons het licht van de onderscheiding verschaft, kunnen wij niet leven. Wanneer het binnendringt, moeten wij sommige zaken in de steek laten; soms moeten wij zelfs scheiden van bepaalde personen en plaatsen. Daarom brengt het Woord van God vreugde teweeg, maar ook lijden, omdat het altijd een kruis is. Zonder kan men niet komen tot de volheid van het Rijk van God.

Dit zwaard in ons laten binnendringen betekent Maria als voorbeeld nemen, die "al deze woorden in haar hart bewaarde en ze overwoog bij zichzelf" (Luc. 2, 19). Haar voorbeeld volgen in het luisteren naar dit harde Woord betekent: niets ervan verloren laten gaan, ook al begrijpen wij niet alles.

Zelfs Maria begreep niet alles. Hoeveel dingen gingen het begrip van dit arme meisje te boven! Maria heeft echter wat zij niet had begrepen niet afgewezen, omdat ze dacht dat het geen nut voor haar zou hebben, maar zij heeft alles bewaard. Zij leert ons dat men, wat men vandaag niet begrijpt, morgen zal kunnen begrijpen; wat men morgen niet kan begrijpen, zal men misschien volgend jaar wel kunnen vatten.

Deze houding van Maria is de meditatie, die volgens de Kerkvaders begint met het "herkauwen" van het Woord: men eet het en reduceert het tot stukjes die in het binnenste kunnen doordringen en ku nnen worden opgenomen. Men moet het Woord in het geheugen prenten zonder dat het wordt veranderd. Wij moeten het in ons door laten dringen en groeien om vrucht te dragen. Daarom verklaren de Kerkvaders dat Maria, alvorens in haar schoot te ontvangen, had ontvangen in haar geest en hart, door het Woord te overwegen[1].

Het Woord is een bittere spijs, het is geen brede deur waar allen doorheen kunnen gaan zonder zich te veel inspanning te getroosten, hun eigen leven te veranderen. Het verhaal van het evangelie is hard, het is niet light, het is als een rots waarop men kan bouwen, maar ook te pletter kan slaan: het is een Woord van redding of van veroordeling. Daarom is de enige ware opvoeding die leven geeft, de opvoeding tot het kruis. De grote verantwoordelijkheid die ouders hebben, is het vormen van het karakter van hun kinderen. Die vorming moet van kleins af aan beginnen door hun ten opzichte van het leven een geest van strijdvaardigheid aan te leren nemen en de moed te hebben moeilijkheden onder ogen te zien. Als wij ons kruis niet weten te omarmen met de kracht van het Woord, als wij altijd bang zijn en ons schamen en een zondebok zoeken zonder onze verantwoordelijkheden op ons te nemen, zullen wij nooit komen tot de volheid van het Rijk van God.

Men dringt nooit vanaf het eerste moment geheel door tot het Woord van God; als dat zo was, zou dat betekenen dat het alleen maar een menselijk woord is. Het groeit langzaam tot de laatste dag toe, er zal altijd iets zijn dat ontbreekt aan ons begrip van het Woord. Het groeit in ons binnenste in de mate waarin wij het overdenken en het gaan ervaren door het in praktijk te brengen.

Paus Gregorius de Grote heeft gezegd dat "de Heilige Schrift groeit samen met wie haar leest"[2].

De afgelegde weg en de levenservaring zorgen ervoor dat de woorden een steeds ruimere betekenis krijgen. Een liefdesverklaring, uitgesproken na veel jaren van gemeenschappelijk leven, na samen te hebben geleden op de ogenblikken van verdriet en zeer veel hindernissen en teleurstellingen te hebben overwonnen, is sterker, authentieker, waarachtiger dan de liefdesverklaring van een vijftienjarige. Het is geen andere kus, geen andere zin, maar hetzelfde "ik houd van jou". De zin is hetzelfde, de kus is hetzelfde, maar het nieuwe is dat de persoon in de tussentijd is gegroeid.

Wanneer een kind tegen zijn moeder zegt: "Ik houd van jou", dan zijn zijn woorden nog niet geheel waar. Om te zien of het werkelijk van haar houdt, moeten wij wachten, tot het een man of een vrouw geworden is. Want wij laten vooral zien dat wij van onze ouders houden wanneer zij ons nodig hebben, niet wanneer wij hen nodig hebben. Het is gemakkelijk te verklaren dat wij liefhebben, maar de liefde is pas echt te zien wanneer de ander oud of ziek is. Een jonge en mooie vrouw liefhebben beantwoordt als het ware aan een instinct. Maar wanneer zij ernstig ziek wordt, houdt de liefde vaak op, dan ontdekt men andere liefdes en worden andere dingen belangrijk.

Als men ouders ontmoet die heel hun leven hebben opgeofferd voor een ziek kind zonder het in de steek te laten, zonder zich ervoor te schamen, dan is dat daarentegen als het zien van de eucharistie, want zij bewaren het lichaam van de gekruisigde Jezus in hun huis. Zulke ouders zijn werkelijk grote mannen en vrouwen.

Het is altijd een zware zonde, een ander in de steek te laten, maar het is verschrikkelijk hem te verlaten, wanneer hij hulp nodig heeft. Dat is als Jezus op het kruis in de steek laten.

Maria heeft de gekruisigde Jezus niet in de steek gelaten. Daar, onder het kruis, begrijpt Maria pas de profetie van Simeon.

Als wij de evangelies met elkaar vergelijken, realiseren wij ons dat Johannes Lucas verklaart. In het verhaal van Johannes doorboort een van de soldaten, toen Jezus al was gestorven en om te zien of Hij al dood was, zijn zijde met een lans, en er stroomde bloed en water uit.

Voor de heilige Bernardus, een van de grote Kerkleraren en Kerkvaders, is dit het ogenblik waarop Maria's hart wordt doorboord door een zwaard. Het zwaard raakt niet de ziel van de Heer, die was al in de handen van de Vader, maar de ziel van zijn Moeder[3].

De liefde tussen Jezus en zijn Moeder bereikt haar toppunt op het ogenblik van de dood. Het is een liefde die niet eindigt, omdat op het ogenblik van het lijden, in het uur van de diepste duisternis, wanneer allen Jezus in de steek laten, Maria Hem niet alleen laat, maar vastberaden blijft in het geloof, met als enige zekerheid haar vertrouwen op het woord van God.

Vertrouwen op het woord van God betekent weten dat de vervulling van zijn belofte alleen maar werkelijkheid wordt, als wij volharden in onze trouw. God laat niemand in de steek, maar de mens kan God in de steek laten. Maria is het grootste voorbeeld van een grote, sterke, unieke liefde, omdat zij heeft liefgehad tot aan het kruis, dat de loutering en de maat is van de liefde. Maria vereren betekent erin slagen mensen te zijn met een groot en onwankelbaar trouw.

Jezus en Maria kunnen samen zingen: "Onze liefde is die van het kruis". Het kruis maakt het mogelijk dat beiden het toppunt van intimiteit en liefde bereiken en het maakt Jezus' lijden één met het lijden van Maria.

Volgens de heilige Bernardus is het hoogtepunt van deze liefde niet het moment waarop het zwaard de ziel van Maria doorboort, maar wanneer Jezus tegen haar zegt: "Vrouw, ziedaar uw zoon"[4].

Inderdaad, Maria die heeft liefgehad door zich met hartstocht en geheel over te geven aan de wil van de Vader, hoort op het hoogtepunt van het leven van haar Zoon een Woord dat haar een leerling als meester aanduidt, een arme man als zoon. Op dat ogenblik lijkt het dat Maria niet meer de Moeder van God is, maar de moeder van een mens[5].

Dit is een situatie die zich voordoet in het leven van iedere christen. Meestal is het voor ons niet erg moeilijk om met Christus een relatie aan te gaan. Het wordt een probleem in verband met de Kerk. Als wij de Kerk niet liefhebben en niet luisteren naar haar stem, kunnen wij immers niet Jezus liefhebben en zijn wil doen, want Jezus liefhebben betekent de Kerk, zijn Bruid, liefhebben.

Maria heeft deze werkelijkheid ervaren en heeft zo waarlijk begrepen wat de dood is. In de hoogste geestelijke zin bestaat de dood in de tegenstelling tussen de liefde voor Jezus enerzijds, en anderzijds de ontmoeting met deze arme Kerk, vol van zoveel moeilijkheden, omdat zij gevormd wordt door arme zondaars en bestaat uit het vlees en bloed van ons mens zijn. Maar het is de liefde tot de historische, concrete, werkelijke Kerk die het ons mogelijk maakt Jezus te ontmoeten. Wie de Kerk niet liefheeft, zal nooit de historische, mensgeworden wil van onze Heer Jezus ontmoeten. Zoals de heilige Cyprianus zei: "Niemand kan God als Vader hebben, als hij de Kerk niet als Moeder heeft"[6].

Een kind houdt werkelijk van zijn moeder, vooral wanneer zij zwak en ziek is, wanneer zij aan het einde gekomen is van haar levenscurve die ertoe neigt haar weer kind te laten worden. Zo ziet men onze liefde voor de Kerk, wanneer wij haar niet alleen als onze moeder beschouwen, maar haar beginnen te zien als een dochter die onze hulp nodig heeft. De Kerk is in onze handen, zoals God zelf die kind is geworden en zich aan ons heeft uitgeleverd, opdat wij Hem werkelijk konden liefhebben.

De Kerk liefhebben betekent vaak leven onder de last van een groot kruis, omdat de Kerk niet de vrucht is van onze fantasie; het is niet de Kerk die alleen maar in onze dromen bestaat. Wanneer men zijn eigen leven projecteert naar een gedroomde toekomst, loopt men het risico geen liefde te hebben voor de concrete werkelijkheid waarin men leeft. Liefde richt zich niet op een droom, wij moeten houden van concrete personen met hun gebreken, niet van personen die alleen in onze verbeelding bestaan. Als wij liefde willen hebben voor een Kerk die niet bestaat, zullen wij haar nooit liefhebben.

Het is belangrijk eraan te wennen dat men zijn eigen droom vertaalt in de werkelijkheid van vandaag. De maat van de liefde voor God is: de mate waarin wij de Kerk liefhebben, de concrete broeders en zusters liefhebben. Dit kan op veel momenten een authentiek zwaard zijn dat het hart doorboort, maar het is wat Jezus ons aanbiedt: "Moeder, ziedaar uw zoon".

In haar liefde voor Jezus heeft Maria Johannes niet afgewezen: "En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis" (Joh. 19, 27). Het is niet de Moeder die haar zoon in huis neemt, maar het is de Moeder die alles moet achterlaten om naar het huis van deze leerling te gaan, wetend dat zij alleen in de trouw aan de laatste woorden van Jezus de volheid van de liefde zal vinden.

Het is een radicale verandering van leven. Uiteindelijk laat Maria al haar dingen los, verlaat ze haar huis. Ook vanuit dit perspectief is er een continuïteit tussen de opdracht van Jezus in de tempel en het kruis. Maria gaat in dezelfde lijn voort als toen ze naar de tempel ging. Toen ging zij weg uit haar huis: nu verlaat zij het volkomen. Op deze wijze biedt zij ons een voorbeeld om een oplossing te zoeken voor onze problemen: uit ons huis, ons kleine leven komen en gaan naar waar het volk van God bijeenkomt in zijn tempel. Te midden van het volk van God, niet daarbuiten, ontvangen wij het Woord dat zin geeft aan ons leven.

Daarom heeft de opdracht van Jezus in de tempel ook een missionaire dimensie. De liefde stelt zich tegenwoordig, laat zich kennen, ze verbergt zich niet, zij is er voor allen. Jezus aanwijzen als het licht, dat God aan de volken openbaart (vgl. Luc. 2, 32), betekent geen angst of schaamte hebben, net als Maria die wegging uit haar huis en Jezus opdroeg met de woorden: "Dit is mijn zoon".

Emilio Grasso, Dochter, Bruid en Moeder van het Woord,
Uitgeverij Averbode│Erasme nv, 2016, 37-45.



[1] Vgl. Augustinus, Sermo 196, 1; Sermo 215, 4.

[2] "Divina eloquia cum legente crescunt", Gregorius de Grote, Homilieën over Ezechiël I, 7, 8.

[3] Vgl. Bernardus, Preek op de zondag in het octaaf van de Hemelopneming van de heilige Maagd Maria, 14.

[4] Vgl. Bernardus, Ibid., 15.

[5] Wat dit betreft, heb ik in het bijzonder veel te danken aan de lectuur van H.U. von Balthasar, Cordula ovverosia il caso serio, Queriniana, Brescia 1968 (in het bijzonder de pagina's 37-46).

[6] Cyprianus, De unitate Ecclesiae, 6.





15/09/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis