Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Kerstmis. Dialectiek van sterrenlicht en duistere nacht
Afdrukken Verzenden naar een vriend

 

 

 

KERSTMIS

Dialectiek van sterrenlicht en duistere nacht

 

 


Bij de algemene audiëntie van 19 december 2007 reikte paus Benedictus XVI deze overweging aan: "Het geloof in het Woord dat de wereld heeft geschapen, in Hem die als Kind gekomen, dat geloof en zijn grote hoop blijken vandaag helaas ver verwijderd van de werkelijkheid van het publieke of privéleven, zoals dat elke dag wordt geleefd. Deze waarheid lijkt te groot. Wij zelf redden het overeenkomstig de mogelijkheden die wij vinden, dat schijnt althans zo. Maar zo wordt de wereld steeds chaotischer en ook gewelddadiger: dat zien wij elke dag. En het licht van God, het licht van de Waarheid, dooft. Het leven wordt duister en kent geen kompas meer. ... In Betlehem is het Licht dat ons leven verlicht, aan de wereld verschenen; er is ons de Weg geopenbaard die ons leidt naar de volheid van ons mens-zijn. Als men niet erkent dat God mens is geworden, wat voor zin heeft het dan om Kerstmis te vieren? De viering wordt hol".

In de geseculariseerde wereld waarin wij leven, is er niet alleen maar een steeds onpeilbaardere afstand ontstaan tussen de gebeurtenis die eraan ten grondslag ligt, en de viering die wij ervan maken, maar het ernstigste is nog het prostitueren van de woorden en de gebaren, waardoor wij de duisternis die ons omgeeft, licht noemen en bedwelmd raken in een steeds chaotischere en verwardere wereld.

De gebeurtenis die ten grondslag ligt aan wat een holle en chaotische bedwelming van de Kersttijd is geworden, zou de geboorte van Gods Zoon op onze aarde moeten zijn (ik gebruik de onvoltooid verleden toekomende tijd, omdat de zekerheid die een aantonende wijs intussen verloren is gegaan in de nevelen zonder enige aanlegplaats).

"Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.
Wij hebben zijn heerlijkheid
aanschouwd,
zulk een heerlijkheid als de
Eniggeborene van de
Vader ontvangt,
vol genade en waarheid" (Joh. 1, 14).

Het mysterie van Kerstmis bevat twee dimensies: een historische dimensie en een dimensie van geloof.

In het mysterie van Kerstmis vieren wij daarom niet een sprookje, maar een verhaal dat tweeduizend jaar geleden in Betlehem is gebeurd. Maar het geloof doet ons in dat uit de Maagd Maria geboren Kind de ware Zoon van God erkennen, die uit liefde voor ons mens is geworden. In het gelaat van de kleine Jezus aanschouwen wij het gelaat van God, die zich niet openbaart in kracht en macht, maar in de zwakheid en de broosheid van een pasgeboren kind[1].

Zonder de dimensie van het geloof zou die geboorte gereduceerd worden tot een van de zoveel honderdmiljarden geboorten die hebben plaatsgevonden, plaatsvinden en nog plaats zullen vinden op de planeet aarde.

"Als men niet erkent dat God mens is geworden zo zei Benedictus XVI , wat heeft het dan voor zin om Kerstmis te vieren?".

Wij zijn zo dwaas geworden dat wij het niets vieren, en wij zijn zo absurd geworden dat wij ons zelfs niet de afgrond realiseren van onze dwaasheid.

Zonder de dimensie van het geloof geven onze fonkelende lichtjes en de overvloed van ons consumptie op deze dagen een van de grote profeten "avant la lettre" en zangers van de dwaasheid en absurditeit van de tijd die wij meemaken, Friedrich Nietzsche, gelijk.

Nietzsche schrijft in een van de bekendste aforismen van de hele geschiedenis van de filosofie: "Hebt gij niet gehoord van de dolle mens die op klaarlichte morgen een lantaarn opstak, op de markt ging lopen en onophoudelijk riep: 'Ik zoek God! Ik zoek God!'. Omdat er daar juist veel van die lieden bijeenstonden die niet in God geloofden, verwekte hij een groot gelach. 'Is hij soms verloren gegaan?', vroeg de een. 'Is hij verdwaald als een kind?', vroeg de ander. 'Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Is hij scheep gegaan? Naar het buitenland vertrokken?'. Zo riepen en lachten zij door elkaar. De dolle mens sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. 'Waar God heen is?', riep hij uit. 'Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben Hem gedood, jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! ... God is dood! God blijft dood! En wij hebben Hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars van alle moordenaars? Het heiligste en het machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen doodgebloed. Wie wist dit bloed van ons af? Met welk water zouden wij ons kunnen reinigen?'. ... Hier zweeg de dolle mens en keek opnieuw zijn toehoorders aan. Ook zij zwegen en keken verbaasd terug. Eindelijk wierp hij zijn lantaarn op de grond, die in stukken sprong en uitdoofde. 'Ik kom te vroeg', zei hij toen, 'het is mijn tijd nog niet'. Dit ongelooflijke gebeuren is nog onderweg en op weg. Het is nog niet tot de oren der mensen doorgedrongen. ... Men vertelt verder dat de dolle mens diezelfde dag nog verscheidenen kerken binnengedrongen is en daar zijn Requiem aeternam Deo aangeheven heeft. Naar buiten gebracht en ondervraagd, zou hij zich ertoe beperkt hebben onveranderlijk te antwoorden: 'Wat zijn deze kerken anders dan de graven en de gedenktekens van God?'"[2].

Als wij onze dagen niet willen eindigen om de profetische terminologie van Nietzsche te gebruiken "in het gedruis dat de doodgravers maken, terwijl ze God begraven", terwijl ze het Requiem aeternam Deo aanheffen, dan is het noodzakelijk los te komen van de sociologische, ethische en ook esthetische dimensies van het geloof om binnen te dringen in de mystieke dimensie.

Met de heilige Johannes van het Kruis concluderen wij dat het geloof zonder dit wordt de viering van Kerstmis alleen maar chaos en verwarring licht geeft aan de ziel die in duisternis is gehuld, omdat het een donkere nacht is, opdat zij gewaar wordt wat David naar aanleiding hiervan zegt: "De nacht zal voor mij licht in mijn weelde". Het is alsof de psalmist zou zeggen: de nacht van het geloof zal mij als gids van nut zijn in de vreugde van mijn loutere aanschouwing en mijn vereniging met God. Daaruit begrijpt men hoe de ziel die verlicht wil worden, om deze weg af te leggen zich in de duisternis moet bevinden[3].

Alleen zo krijgt de Kerstboodschap die in de liturgie weerklinkt, haar betekenis:

"Het volk dat ronddwaalt in het donker,
ziet dan een helder licht,
over hen die wonen in een land vol
duisternis
gaat dan een stralend licht op" (Jes. 9, 1).

Christus is mensenzoon geworden, opdat wij kinderen van God kunnen worden.

De geboorte van de Zoon van God in het vlees is de voorafgaande voorwaarde voor onze wedergeboorte.

De geboorte van Christus in de christelijke ziel vormt de laatste fase van het christelijk mysterie: Christus is onder de mensen komen wonen om in hen, in het binnenste van hun hart te worden ontvangen, te groeien en langzamerhand zijn intrek in hen te nemen[4].

De menswording van het Woord, God die mens wordt, is het begin en niet het einde van een proces van de vergoddelijking van de mens.

Het vormt het fundament van een oproep waarop de mens moet antwoorden door toe te staan dat zijn lichaam verchristelijkt wordt en "huis van God en deur van de hemel" wordt.

Binnen deze christelijke coördinaten begrijpt men de ware zin van Kerstmis als geloofsmysterie en daarom niet alleen als mysterie van licht, maar ook van duisternis.

In een van de bekendste volkse Kerstliederen, een lied dat is gecomponeerd door Alfonsus Maria de' Liguori, heilige en kerkleraar, vinden wij de theologische synthese uitgedrukt van deze dialectiek van het neerdalen van God onder de mensen en het opgaan van de mens naar God; een dialectiek van sterrenlicht van God en donkere nacht van de menselijke ziel die in de koude en de vorst van het donker van een grot leeft.

De warmte en de geniale heiligheid van de heilige Alfonsus Maria hebben deze met woorden van grote eenvoud, maar tegelijkertijd van een grote theologische diepgang tot uitdrukking gebracht.

Het is een eenvoudig en symbolisch volkslied dat het mysterie van Kerstmis duidelijk maakt:

"U daalt neer uit de sterren, Koning van de hemel,
en komt in een grot in koude en vorst.
Mijn goddelijk Kind,
ik zie u hier beven; heilige God!
Ach, hoeveel kostte het u mij liefgehad te hebben!
[...]
Geliefde van mijn hart,
als het reeds eens zo was, nu verlang ik naar u alleen.
Lief kind, huil niet meer, want ik heb u lief en heb u lief".
Emilio Grasso

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)




[1] Vgl. Paus Franciscus, Tot de jeugd van de Italiaanse Katholieke Actie (20 december 2013).

[2] F. Nietzsche, La gaia scienza, Adelphi, Milano 1977, 129-130.

[3] Vgl. Giovanni della Croce, Salita del Monte Carmelo, 2, 3, 6, in Giovanni della Croce, Opere, Postulazione Generale dei Carmelitani Scalzi, Roma 1979, 73.

[4] Vgl. G.-M. Oury, Noël, in Dictionnaire de Spiritualité, XI, Beauchesne, Paris 1982, 389.



24/12/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis