Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Kantekening bij het artikel “Ga, waarheen het hart je voert”
Afdrukken Verzenden naar een vriend

 

 

 

KANTTEKENING BIJ HET ARTIKEL

"Ga, waarheen het hart je voert"

 


Het einde van het artikel "Ga, waarheen je hart je voert" waar een zeer bekende uitdrukking van Susanna Tamaro wordt geciteerd, zou een argeloze lezer ertoe kunnen brengen te denken aan een sentimentalistische-spiritualistische sympathie van mijn kant die toegeschreven moet worden aan een zekere neiging tot New Age.

Ik heb deze "Kanttekening" bij mijn artikel geschreven om mijn standpunt nader te preciseren en mogelijke misverstanden uit de weg te ruimen.

Ik voel me echter verplicht te preciseren dat dezelfde Tamaro, uitgenodigd op de "Meeting van Rimini" van Comunione e Liberazione in augustus 1999, wat dit betreft, deze verklaring aflegde en daarmee iedere twijfel over haar vermeende aansluiting bij New Age wegnam: "Een hemel zonder God is klaar om bevolkt te worden met idolen. Het idool van de ideologieën, het idool van de macht en het bezit, het idool van de zelfverwezenlijking. En in recentere tijden de idolen van het spiritualisme, van de aanbidding van de goedwillende en mysterieuze krachten van de kosmos, krachten waarmee het mogelijk is in contact te komen en waarbij men zeker is baat te hebben"[1].

Dit vooropgesteld, verwijs ik naar de zovele artikelen die ik over dit thema heb geschreven, en maak ik vanaf het begin duidelijk dat zoals de Catechismus van de Katholieke Kerk stelt "God de mens geschapen heeft als een redelijk wezen door hem de waardigheid te geven van een persoon, begaafd met initiatief en meesterschap over zijn daden. ... Vrijheid is de macht, geworteld in de rede en de wil, om te handelen of niet te handelen, om dit of dat te doen, om zo uit zichzelf weloverwogen daden te stellen. Door de vrije wil beschikt iedereen over zichzelf" (nrs. 1730-1731).

De mens is het enige wezen dat in staat is de loop van zijn geschiedenis te kiezen. Door het feit dat de mens kan kiezen, vindt men zijn geschiedenis in geen enkel boek geschreven. In zijn hand liggen zegen en vloek. Wij lezen immers in het boek Deuteronomium het volgende: "Zo stel ik u heden voor zegen en vloek: zegen als gij gehoorzaamt aan de geboden van Jahwe, die ik u heden geef; vloek als gij aan zijn geboden niet gehoorzaamt en afwijkt van de weg die ik u heden voorschrijf, door achter andere goden aan te lopen, die gij niet kent" (Deut. 11, 26-28).

De vrije wil

Het is dus duidelijk dat de woorden van de Heer geen enkele zin zouden hebben, als in de mens deze vrijheid niet zou bestaan (een vrijheid die wij vrijheid van keuze zullen noemen) om voor zichzelf te beslissen in de keuze van zegen of vloek.

Dit fundamentele idee van het vermogen van de kant van de mens om te kiezen vinden wij in heel de Heilige Schrift verspreid.

Dit niveau van vrijheid brengt met zich mee dat wij, wanneer wij eenmaal ons ten overstaan van het Woord bevinden, wanneer wij eenmaal het Woord ontmoeten, de mogelijkheid hebben om te kiezen. Daarom is het aan ons op dit punt te kiezen voor leven of dood, de ene of de andere weg te volgen.

De Kerk heeft van haar kant altijd de waarde van de vrijheid van de mens naar voren gebracht. Wij herinneren bijvoorbeeld aan het Concilie van Trente en aan het Tweede Vaticaans Concilie met het document Dignitatis humanae.

In de Canones over de rechtvaardiging van het Concilie van Trente lezen wij het volgende: "Als iemand zegt dat de vrije wil van de mens, die door God in beweging wordt gezet en gestimuleerd, op geen enkele wijze meewerkt door de eigen instemming met God, die haar in beweging zet en erop voorbereidt om de genade van de rechtvaardiging te verkrijgen; dat hij, als hij dat wil, zijn instemming niet kan weigeren, maar als iets onbezields absoluut willoos blijft en een volslagen passieve rol speelt: hij zij vervloekt. Als iemand beweert dat de vrije wil van de mens na de zonde van Adam verloren is gegaan en uitgeblust is of dat deze alleen maar schijnbaar is, wat meer is, een woord zonder inhoud en zelfs door Satan de Kerk is binnengebracht: hij zij vervloekt" (cann. 4-5).

Wanneer het woord van God wordt verkondigd en tot ons komt, wanneer het zich aan ons voordoet als woord van God, "levend en krachtig en scherper dan een tweesnijdend zwaard, en doordringt tot het raakpunt van ziel en geest, van gewrichten en merg en het de bedoelingen en gedachten van de mens ontleedt" (Heb. 4, 12); wanneer het Woord ons wordt gepresenteerd met al zijn boeiende macht van de Waarheid ten overstaan waarvan "alles open en bloot ligt" (Heb. 4, 13), dan kunnen wij, begiftigd met de vrijheid van keuze, ons niet meer verbergen. Immers, "de daden van alle mensen liggen voor Hem open en niets blijft voor zijn ogen verborgen" (Sir. 39, 19). Ten overstaan van dit Woord zijn wij geroepen onze keuze uit te oefenen.

Het is de waarheid die ons vrijmaakt

De eerste uitwerking van dit Woord is dat dit het ons niet meer mogelijk maakt ons te verbergen en op het niveau van de dingen te leven, maar in ons een antwoordt teweeg brengt. Of het antwoord nu positief of negatief is, het blijft een feit dat het Woord het ons niet meer mogelijk maakt te leven op het niveau van de dingen (het tot een ding maken of reïficatie van de mens) zonder de vrijheid onszelf te bepalen. Wij zijn intussen geroepen stelling te nemen: "Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen" (Luc. 11, 23).

"Maakt u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Wie zaait op de akker van zijn zelfzucht, zal verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten" (Gal. 6, 7-8).

Bij de ontmoeting met het woord van God vindt, als wij ons Ja, Amen uitspreken, de overgang plaats van de vrijheid van keuze naar de vrijheid van de kinderen van God.

Tegen de joden die in Hem geloofd hadden, zei Jezus: "Indien gij trouw blijft aan mijn woord, zijt gij waarlijk mijn leerlingen. Dan zult ge de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken" (Joh. 8, 31-32).

Op dit punt heeft het verhaal de neiging zich alleen maar te beperken tot hen die na het Woord aanhoord te hebben, daardoor ontkleed te zijn, ontbloot te zijn in het geheim van hun hart, door hetzelfde Woord geoordeeld te zijn, besluiten zich in te zetten voor het leven dat het Woord hun voorhoudt.

Als bij de eerste vorm van bevrijding de overgang plaatsvindt van gereïficeerde wezens naar mensen die het niveau van vrijheid van keuze beoefenen en niet meer leven als wezens die het terrein van de verantwoordelijkheid blijven ontvluchten, dan staan wij nu tegenover personen die met hun gedrag, hun voorbeeld en leven wijzen op de verandering die het Woord tot stand brengt.

Zij zijn het die laten zien dat het verhaal niet bestaat in holle woorden, maar in daadwerkelijke woorden die verwezenlijken wat ze zeggen.

Bij hen, in hun veranderd gelaat, een gelaat dat vreugde en vrede uitdrukt, leven en vrijheid, moed en vastberadenheid, liefde en zelfbeheersing; een gelaat waarin de kracht straalt van een Woord dat de stormen tot bedaren heeft gebracht, bij hen kan men wijzen op hetgeen de heilige Paulus zegt: "De Heer zal zijn woord op aarde gestand doen, volledig en snel" (Rom. 9, 28).

Alleen door de woestijn, de uittocht, een lange en soms pijnlijke reis, strijd en lijden, eenzaamheid, stilte en verlatenheid kan men het beloofde land bereiken, als wij sterk, nederig, trouw zullen zijn.

Jezus de bevrijder ontmoet men waarlijk alleen als wij in Hem veranderd zullen worden.

Tot deze vrijheid zijn wij geroepen: bevrijders van onszelf te worden en van het volk dat wacht, omdat wij het volgzaam hebben toegelaten dat Hij ons bevrijdde van alles wat niet zijn blik is.

Laten wij deze vrijheid met kracht verdedigen. "Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen" (Gal. 5, 1).

Wij zijn geroepen zeer oplettend te zijn, opdat men van ons nooit moet zeggen wat de heilige Petrus schreef: "Toen zij de Heiland Jezus Christus leerden kennen, hebben zij zich afgewend van de schanddaden der wereld; maar als zij zich nu opnieuw daardoor laten verstrikken en overmeesteren, is hun laatste toestand erger dan de eerste. Het was beter voor hen geweest de weg der gerechtigheid nooit te hebben gekend dan na hem gekend te hebben de rug toe te keren aan het heilige overgeleverde gebod. In hen is het spreekwoord bewaarheid: 'Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoongewassen zeug naar de modderpoel" (2 Petr. 2, 20-22).

Emilio Grasso

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] Susanna Tamaro: contro la "new age", porta in un vicolo cieco. Al Meeting mette in guardia i giovani da pericolo spiritualismo, in http://www1.adnkronos.com/Archivio/AdnAgenzia/1999/08/26/Cultura/SUSANNA-TAMARO-CONTRO-LA-NEW-AGE-PORTA-IN-UN-VICOLO-CIECO_133100.php



25/01/2019

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis