Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Is het leven de moeite waard om geleefd te worden?
Afdrukken Verzenden naar een vriend

Artikelen van Emilio Grasso


 

IS HET LEVEN DE MOEITE WAARD
OM GELEEFD TE WORDEN?

 

 


Ter voorbereiding op de komende bisschoppensynode, die gewijd is aan het thema "De jongeren, het geloof en de onderscheiding van de roeping", heeft de Italiaanse theoloog Bruno Forte in een vlot geschreven en diepgaand boek een serie artikelen en bijdragen over betreffend thema bijeengebracht.

Forte begint met een snelle en synthetische analyse van de maatschappij waarin wij leven.

De maatschappij light

De aartsbisschop van Chieti-Vasto schrijft wat dit betreft: "Er is geen fundament meer waarop de samenhang van hetgeen bestaat, steunt: alles is 'ondraaglijke lichtheid van het bestaan' (Milan Kundera), onstuitbare val in het niets. Daarom is de postmoderniteit ook een tijd van genieten, een 'verstrooid genieten' (Gianni Vattimo), dorst om van het ogenblik te genieten, het nu op te gebruiken met dezelfde intensiteit als waarmee het wordt beleefd, omdat waar niets een fundament of zin heeft, men net zo goed direct van het leven kan genieten door het onmiddellijk op te gebruiken. En dit zich vastklampen aan de vluchtigheid van het genieten veroordeelt de postmoderniteit onverbiddelijk ertoe de tijd van de frustratie, van een nihilistische en wanhopige eenzaamheid te zijn, omdat het genieten er hoe dan ook niet in slaagt duurzaam zin aan het leven te geven. En dat is de crisis waarmee wij worden geconfronteerd, de horizon van ons huidige handelen en denken: de 'sterke cultuur', uitdrukking van een ideologie, is versnipperd geraakt in de zovele stroompjes van de 'zwakke culturen', in de 'menigte eenzaamheden' waarin vooral het gebrek aan gemeenschappelijke horizonten relevant is, de schaarste aan 'grootse' verwachtingen, die ieder terugbrengt tot de kortzichtige horizon van zijn 'eigen ik'. Waar de echte verwachtingen sterven, triomfeert de lage berekening: in de plaats van de redenen van het leven en van het samen leven komt de aanspraak op het onmiddellijk nuttige en voordelige, het protest dat berust op het belang vanuit een kortzichtige, dikwijls stompzinnige en op de lange duur ijdele optiek. ... Wij lijden aan afwezigheid, zijn arm aan hoop en grootste redenen: waar het ontbreekt aan hartstocht voor de waarheid, is alles mogelijk en zelfs solidariteit kan gepaard gaan met banale berekening, wanneer deze ontaardt in een tweederangs planning"[1].

Wat de grote Engelse historicus Eric Hobsbawm "de korte eeuw" heeft genoemd, tekent het hoogtepunt en de onverbiddelijke neergang van de grote mythen, de grote geschiedenissen, de grote idealen en de overgang van moderniteit naar postmoderniteit.

Wij leven in een zieke maatschappij en hieruit en uit de gebreken ervan komt een nieuwe figuur naar voren: de mens light, die leeft, te koop lopend met zijn nihilistische tetralogie: hedonisme-consumisme-permissiviteit-relativisme, samengehouden door een sterk gevoel van materialisme. Een persoon die kortom gezet kan worden naast de tegenwoordig zo in de mode zijnde producten die men light pleegt te noemen. En de mens light is een mens zonder substantie en zonder inhoud, gehecht aan geld, macht, succes en genot in al zijn vormen, zonder beperkingen of verboden[2].

"De westerse maatschappij van onze tijd heeft voor een groot gedeelte de richting verloren en er zijn geen grote debatten meer over de meest relevante thema's van het bestaan, zoals dood, lijden, angst, ongerechtigheid. ... Het leven light wordt gekenmerkt door het feit dat alles verarmd is, gebrek heeft aan interesse en het wezen van de dingen niet meer telt, alleen de oppervlakte zich alleen maar lauw presenteert"[3].

Deze postmoderne maatschappij light, een maatschappij van de "lichtheid van het zijn", gekenmerkt door het "zwakke denken", toont ook de absolute overheersing van het ik, de indirecte en via de media tot stand gebrachte relatie die datgene met zich meebrengt waarvan Luigi Zoja zegt dat het "de dood van de naaste" is[4].

Narcisme en de digitale mens

Op deze karakterisering van onze maatschappij die de ander uitsluit, juist bij een verzadiging van indirecte en via de media tot stand gebrachte relaties, wijst paus Franciscus in zijn encycliek Laudato si': "Er is de neiging de werkelijke relatie met de ander met al de uitdagingen die zij inhouden, te vervangen door een soort communicatie die door internet tot stand wordt gebracht. Dat maakt het mogelijk relaties te selecteren of te elimineren overeenkomstig onze willekeur, en zo wordt er vaak een nieuw type kunstmatige emoties gegenereerd die meer van doen hebben met apparaten en schermen dan met personen en de natuur. De huidige middelen maken het mogelijk dat wij met elkaar communiceren en kennis en emoties delen. Soms verhinderen zij ons echter ook direct contact te krijgen met de angst, de vrees, de vreugde van de ander en de complexiteit van zijn persoonlijke ervaring. Daarom zou het feit niet moeten verbazen dat samen met het overweldigende aanbod aan deze producten een diepe en melancholische onvoldaanheid of schadelijk isolement groeit in de intermenselijke relaties"[5].

Deze wijze van leven en zijn kenmerkt en genereert volgens Chrisopher Lach wat men de "narcistische maatschappij" noemt.

In de Griekse mythologie vinden wij de persoon van Narcisus terug, van wie het woord narcisme is afgeleid.

De Griekse mythe vertelt dat Narcisus op een dag in de waterspiegel van een bron zijn edel en jong beeld weerspiegeld zag. Hij was toen zestien jaar. Narcisus bleef in stilte kijken naar de mooie en verbaasde uitdrukking van zijn gezicht en werd verliefd op zijn beeld. En dat beeld, in iedere uitdrukking aan hem identiek, beantwoordde zijn glimlach met de glimlach van liefde van een vrouw die de gave van een dialoog zonder woorden aanvaardt. Narcisus wilde het strelen, de aanraking van zijn handen laten voelen, als om zijn gevoel daarin te storten. Maar het water, bewogen door zijn hand, vertroebelde.

Narcisus huilde om het verdwijnen van het geliefde gezicht. Hij huilde, omdat hij liefhad; en nogmaals weerspiegelde het water, dat langzaam doorzichtig werd, de trekken van een geliefd gezicht dat huilde.

Narcisus nam niet de tijd om te overwegen wat beter zou zijn: zijn plaats was bij hem. Hij liet zich in de waterbron vallen, nog voordat hij een naam aan de geliefde had gegeven. En samen verdwenen zij als in één lichaam, gevormd door de liefde die waarheid en droom vervormt[6].

Voor Lasch heeft een narcistische maatschappij als fundamenteel kenmerk leven in het heden, niets anders dan in het heden en niet meer met de functie van verleden of toekomst. Wij leven tegenwoordig voor onszelf, zonder ons te bekommeren om onze tradities en ons nageslacht: het historisch gevoel is op dezelfde wijzen verlaten als de waarden en de maatschappelijke instellingen. Narcisme schaft het tragische af en verschijnt als een ongekende vorm van apathie die bestaat uit een oppervlakkig gevoel
voor de wereld en tegelijkertijd uit een diepe onverschilligheid ten opzichte hiervan: een tegenstelling die gedeeltelijk de overdaad aan informatie verklaart waarmee wij worden bestookt, en de snelheid waarmee de gebeurtenissen die langskomen op de massamedia, elkaar verdringen en zo een emotie die beklijft, verhinderen[7].

Als men aan het begin dacht dat de massamedia de bouw van een "globaal dorp" zou bevorderen, heeft men het vandaag, en dat terecht, over een globale luchthaven waar allen binnenkomen, voorbijgaan en naar buiten komen, zonder elkaar echt te ontmoeten.

Het verdwijnen van de ander

"Communiceren en voor eeuwig met elkaar verbonden zijn is het dictaat van de tegenwoordige mens, maar deze communicatie is niet meer gebonden aan het fysieke karakter van de persoon. Elkaar ontmoeten, elkaar nabij zijn, elkaar in de ogen kijken heeft geen enkel belang meer, evenals het geen enkel belang heeft dat de woorden die men gebruikt, een noodzaak en een fundament hebben. ... In de plaats van een moeizame opbouw van een werkelijke relatie is de bliksemsnelle eenvoud gekomen van een 'vind ik leuk' op Facebook door de illusie te geven dat de wereld vol vrienden en personen is die in staat zijn onze geestestoestand te delen!"[8].

"Het dagelijks gebruik dat ik dankzij de technologie maak van communicatie, verandert mij, is van mij een persoon aan het maken die meer mogelijkheden heeft om de naaste te vergeten. ... Een groot gedeelte van onze communicatietechnologieën is begonnen als inferieure vervangingen van een onmogelijke activiteit. Wij konden elkaar niet altijd onder vier ogen ontmoeten, zo heeft de telefoon het mogelijk gemaakt met elkaar ook op afstand in contact te blijven. Men is niet altijd thuis, zo heeft het antwoordapparaat een soort interactie mogelijk gemaakt ook zonder dat de gesprekspartner naast zijn telefoon hoeft te zitten. De communicatie on line is geboren als vervanger van de telefonische communicatie, die, wie weet om welke reden, als te belastend of ongemakkelijk werd beschouwd. En daar zijn de sms'jes die de mogelijkheid om berichten te sturen vergemakkelijken en nog sneller en mobieler hebben gemaakt"[9].

Zelfmoord als filosofisch probleem

Luigi Zoja schrijft: "Alleen en uitgerust met een technologie die de functie heeft de eenzaamheid te maskeren, kon een gedeelte van de postmoderne jeugd alleen maar tot de bottleneck komen en vandaar uit naar buiten leunen. Wat gebeurt er, wanneer men teveel en te lang alleen is? Je wordt vergiftigd door droefheid en vervolgens door wanhoop. Waaraan denk je, als je te lang wordt opgeslorpt door droefheid en wanhoop? Aan zelfmoord. Zelfmoord is altijd een tegenstelling geweest, omdat hij enerzijds beantwoordt aan een niet geslaagd leven, anderzijds van de zelfmoordenaar vraagt dat hij succes heeft in een van de moeilijkste gevechten: wanneer eenmaal de beslissing is genomen dat hij niet meer wil leven, moet hij het instinct van levensbehoud overwinnen. Een zelfmoordenaar is zwak en sterk. Maar de tegenstellingen worden bij elkaar opgeteld in de virtuele dimensie. De reden van zelfmoord is steeds meer de eenzaamheid en zichzelf doden beantwoordt aan het aanvaarden ervan als definitief: toch zoekt je een partner om samen of ook in betrekkelijk grote groepen te sterven. De computer is een belangrijke persoon in het drama. Hij heeft zich niet alleen verspreid, toen de naaste verdween, en lijkt deze te hebben vervangen door een relatie aan te bieden met mensen die ver weg zijn: men richt zich alleen nog maar tot de computer om niet alleen te sterven"[10].

De laatste tijd is er een nieuw verschijnsel ontstaan dat de gezinnen terroriseert en in de pers de gemoederen van onderzoekers, postale recherche, psychologen verhit: Blue Whale de blauwe walvis het "spel" dat in de meanders van VK, het belangrijkste Russische netwerk, zou ontploffen om zich als een olievlek te verspreiden in Europa en dat na een, vaak macabere, reeks van negenenveertig proeven, georchestreerd door een "master", die ook op afstand in staat is de broze geest van een adolescent te conditioneren, hem ten slotte brengen tot een gefilmde zelfmoord als laatste en meest tragische hiervan. Dergelijke spelletjes zijn al sinds generaties gepraktiseerd; het nieuwe element is waarschijnlijk dat ze worden gepraktiseerd in eenzaamheid en de risicofactoren of de waarschijnlijkheid dat je sterft, juist daarom toeneemt[11].

Blue Whale of Blackout game zijn niets anders dan de extreme vormen van het probleem van de zin van het leven, een leven zonder zin en verstaan als Walging of Absurditeit.

Dit is het probleem dat Albert Camus in 1957 Nobelprijswinnaar voor de literatuur scherp in beeld bracht vanaf het begin van zijn essay De mythe van Sisyphus: "Er is alleen een echt serieus filosofisch probleem: dat van de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is om geleefd te worden, is een antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie. De rest of de wereld drie dimensies heeft of de geest negen of twaalf categorieën heeft komt hierna. Dit zijn spelletjes: eerst moet men een antwoord geven op dat fundamentele probleem"[12].

Ervoor kiezen het probleem van het absurde te introduceren, uitgaande van dat van de zelfmoord, wil dus zeggen de reflectie van Camus over het absurde niet alleen terstond te plaatsen op het niveau van het bestaan overeenkomstig een primaat van het existentialistische type, maar in heel zijn radicaliteit en zijn praktische urgentie: is het leven de moeite waard om geleefd te worden? En kan men het aanvaarden als zodanig in zijn vreemdheid[13]?

Op grond van mijn ervaring is dit de fundamentele vraag waarop de komende bisschoppensynode een antwoord moet proberen te geven: "Is het leven de moeite waard om geleefd te worden"?

Alle andere problemen plaatsen zich binnen deze vraag die vervolgens het brede spectrum van de antwoorden zal bepalen.

Emilio Grasso

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 


[1] B. Forte, I giovani e la fede, Queriniana, Brescia 2017, 17-18.

[2] Vgl. E. Rojas, L'uomo light. Una vita senza valori, Mediserve, Milano-Napoli 1996, 11.

[3] E. Rojas, L'uomo light..., 74.

[4] Vgl. L. Zoja, La morte del prossimo, Giulio Einaudi Editore, Torino 2009.

[5] Paus Franciscus, encycliek Laudato si', 47.

[6] Vgl. M.C. Potenza - S. Scalabrella, La mitologia classica, Studium, Roma 1987, 151-152.

[7] Vgl. G. Lipovetsky, L'ère du vide. Essais sur l'individualisme contemporain, Gallimard, Paris 1993, 72-76.

[8] S. Tamaro, Siamo Pinocchi connessi e infelici in un moderno mondo dei balocchi. Cit. in V. Paglia, Il crollo del noi, Gius. Laterza & Figli, Bari-Roma 2017, 29.

[9] J.S. Foer, Così connessi, così distanti. Preferiamo l'iPad. Geciteerd in V. Paglia, Il crollo del noi..., 30.

[10] L. Zoja, La morte del prossimo..., 72-73.

[11] Vgl. F. Floris, Altro che Blue Whale, i giochi suicidi esistono almeno da trent'anni (3 juni 2017), in http://www.linkiesta.it/it/article/2017/06/03altro-che-blue-whale-i-giochi-suicidi-esistono-almeno-da-trentanni/34463/

[12] A. Camus, Le mythe de Sisyphe. Essai sur l'absurde, Gallimard, Paris 1942, 15.

[13] Vgl. A. Corbic, Camus. L'absurde, la révolte, l'amour, Les Éd. De l'Atelier/Éd. Ouvrières, Paris 2003, 57.



09/04/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis