Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Het mesties-gezicht van Maria. Verlossing en bevrijding van de onderdrukten van Latijns-Amerika/3
Afdrukken Verzenden naar een vriend




HET MESTIES-GEZICHT VAN MARIA

Verlossing en bevrijding van de onderdrukten van Latijns-Amerika/3



  

Maria als bevrijdster van de vervreemdende vormen van de Latijns-Amerikaanse cultuur

De aanwezigheid van de Maagd Maria is niet een tranquillizer voor het bewaren van de vrede. Zij is daarentegen stimulerend en geeft energie, betekenis, waardigheid en hoop aan de gemarginaliseerden en de slachtoffers van de huidige maatschappij. Haar aanwezigheid is de nieuwe kracht voor de zwakken om te zegevieren over het geweld van de machtigen.

In een wereld die wordt gekenmerkt door machisme en fatalisme, schittert de boodschap die uitstraalt van het "mestiezengezicht van Maria", als een "reden tot vreugde en bron van inspiratie, omdat zij de ster is van de evangelisatie en de Moeder van de volken van Latijns-Amerika"[1].

Dankzij Maria overstijgt de christelijke godsdienst niet alleen alle godsdiensten van de hemel, maar zij vervult ze ook; zij vervult en verwezenlijkt ook alle verzoeken, noden, voorafbeeldingen die eigen zijn aan de godsdienst van de aarde, van de Moeder-Godin, van de vruchtbaarheid.

De aanwezigheid van Maria wijst op de diepe band die het christendom niet alleen met het Oude Testament, maar ook met de natuurgodsdiensten heeft.

Door Maria daalt de goddelijke openbaring niet alleen af uit de hemel, maar is zij ook de vrucht van de aarde. Dientengevolge wil het niet erkennen van de rol die zij heeft in het christendom, de nadruk leggen op een werk van God in de mens dat echter helemaal geen samenwerking van de mens inhoud[2].

De grote protestante theoloog Karl Barth zal terecht, vanuit zijn standpunt gezien, stellen dat nu juist in de leer over en de cultus van Maria bij uitstek de ketterij van de rooms-katholieke Kerk is gelegen, een ketterij van waaruit al de andere volkomen verklaard kunnen worden.

In de zin van het dogma over Maria vormt de "Moeder van God" heel eenvoudig het begin, het prototype en de som van de ideeën volgens welke het menselijk schepsel meewerkt aan zijn heil op grond van een voorafgaande genade. Er is, nog altijd voor Barth, in de katholieke ecclesiologie een fundamentele structuur die gebaseerd is op samenwerking, waardoor de Kerk samenwerkt met Christus: niet alleen de Kerk heeft Christus nodig, maar ook heeft Christus strikt genomen behoefte aan haar[3].

Nu is juist dit punt van de mariologie, indien correct verstaan, een overwinnen van de godsdienst van de Moeder-Godin, waarin de overeenkomst man-moeder leeft die typisch is voor een machistische en deterministische visie.

Dit overwinnen zal men bereiken, wanneer men de wederkerigheid man-vrouw herstelt, waarop die van de moeder als echtgenote volgt.

Zoals Puebla leert, "is" Maria "actieve medewerkster. ... Maria is het schepsel dat verbonden is met Christus, dat al haar menselijke vermogens en verantwoordelijkheden zo ontplooit dat zij uiteindelijk de nieuwe Eva naast Adam wordt"[4].

Deze vrije samenwerking zorgt ervoor dat met de gave die de goddelijke Persoon van zichzelf aan Maria doet, de gave van de Maagd met haar vrije aanvaarding overeenkomt. Juist in deze bovennatuurlijke eenheid, die van Maria de geestelijke bruid van Christus en tegelijkertijd de moeder naar het vlees maakt, zag de grote Duitse theoloog Scheeben[5] het karakteristieke kenmerk van de Heilige Maagd. Dit karakter van moeder-echtgenote bevrijdt de mariologie van een visie die ertoe kan leiden Maria te beschouwen als een bijna goddelijk stuk dat losstaat van de geschiedenis van de mensen, een onbereikbaar punt dat beschermt en gunsten verleent, maar geen deel uitmaakt van de dialectiek en de geschiedenis van de mensen.

In de uitdrukkingen waarmee Juan Diego zich tot de Maagd Maria richt, hebben wij de overwinning van een machistische-visie en de erkenning van de ander, niet als een inferieur of superieur wezen, noch als een subject dat een typische functie uitoefent, zoals die van de vruchtbaarheid. Juan Diego richt zich tot de Maagd van Guadalupe met uitdrukkingen van grote tederheid en lieflijkheid: "Mijn kind, mijn kleine dochter, Vrouwe...". In deze uitdrukkingen hebben wij de erkenning van de ander als ander. Als de Maagd Maria voor Juan Diego Vrouwe is, dan is zij ook "mijn kind, mijn kleine". Wanneer Juan Diego zo spreekt, overstijgt hij iedere mentaliteit van fatalistische afhankelijkheid en door het Woord te aanvaarden brengt hij de Moeder van God ("mijn kleine dochter") voort, brengt hij de Kerk voort. In deze woorden van een verrukkelijke zoetheid verbindt de volkse theologie van Latijns-Amerika zich met de grote mystieke theologie van het middeleeuwse Westen: de Moeder wordt Dochter, omdat, zonder iets af te doen aan het bijzondere voorrecht van Maria, ieder trouw lid van de Kerk in trouw aan zijn zending geroepen is deel te nemen aan het goddelijk moederschap van Maria door het leven van de verloste mensheid op zich te nemen en voort te brengen[6].

De Moeder, die de jammerklacht van smart van haar volk hoort, is ook het meisje waarom Juan Diego zich bekommert, wanneer hij het vraagt: "Hoe ben je opgestaan? Voel je je goed?".

De Moeder Liberadora, die ieder mens versterkt en tot zijn recht laat komen, wat de situatie van onvermogen, troosteloosheid en onderdrukking ook is, is de Moeder die tegelijkertijd het gevoel wakker roept van een historische zending van bevrijding en barmhartigheid, waartoe iedere mens is geroepen. Zij leert ons de taak van barmhartige bijstand tegelijkertijd te verbinden met die van een bevrijdende bevordering.

Een solidariteit die alleen maar op assistentialisme zou berusten, zou waarlijk een ontkenning zijn van de boodschap van barmhartigheid en bevrijding die tot ons komt van het mestiezengezicht van de Maagd van Guadalupe.

Virgil Elizondo heeft geschreven: "Als de mensheid wil overleven, moet zij een nieuwe manier vinden om met de culturele verschillen om te gaan. Hier tekent zich de bijdrage af van het mesties zijn vandaag: in de eigen persoon laten zien dat vermenging van ras niet noodzakelijkerwijs ertoe leidt de culturele nationaliteit te verwoesten, maar er integendeel aan kan bijdragen deze op te bouwen"[7].

In het mestiezengezicht van Maria kunnen wij het punt zien "waar veel verbanden samenvloeien die zich met elkaar verstrengelen om aan de toekomst te bouwen. Het gaat erom vanaf dit punt naar de toekomst te kijken. Niet naar een mythisch verleden, dat van de onveranderlijke tradities of van een illusoire reinheid, een gevaar van alle nationalismen en alle integralismen. Maar naar wat mogelijk is in intermenselijke ontmoetingen, in onontkoombare vermengingen van rassen. Het betreft dus niet het einde van de geschiedenis, maar integendeel een permanente vernieuwing ervan, het oneindige spel van het nieuwe dat in staat is zich onophoudelijk te herscheppen. Niet te voorzien, zoals de voortdurende stroom van de menselijke wezens die zich met elkaar vermengen en andere menselijke wezens voortbrengen door op de bodem van de planeet aarde de grote variëteit van maatschappijen en culturen te doen ontstaan"[8].

    (Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



Gepubliceerd in E. Grasso, María de Guadalupe en el corazón de la interculturalidad, Centro de Estudios Redemptor hominis, San Lorenzo (Paraguay) 2008, 41-62.



[1] Document van Puebla, 168.

[2] Vgl. E. Grasso, Maria, terra di Dio, in E. Grasso, Fondamenti di una spiritualità missionaria. Secondo le opere di Don Divo Barsotti, Università Gregoriana Editrice (Documenta Missionalia 20), Roma 1986, 175-179.

[3] Vgl. K. Barth, Dogmatique, I/2*, Labor et Fides, Genève 1954, 132-133, 135.

[4] Document van Puebla, 293.

[5] Vgl. M.J. Scheeben, La Mère virginale du Sauveur, Desclée De Brouwer, Paris 1953, 90-105; vgl. J. Lécuyer, Marie et l'Eglise come Mère et Epouse du Christ, in "Bulletin de la Société Française d'Etudes Mariales" 10 (1952) 23-41.

[6] Vgl. E. Grasso, Maria, terra di Dio..., 186-189.

[7] V. Elizondo, L'avenir est au métissage, Mame-Éditions Universitaires, Paris 1987, 147, cit. in J. Audinet, Le temps du métissage, Les Éditions de l'Atelier/Les ditions Ouvrières, Paris 1999, 53.

[8] J. Audinet, Le temps du métissage..., 153.




20/12/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis