Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Het mesties-gezicht van Maria. Verlossing en bevrijding van de onderdrukten van Latijns-Amerika/1
Afdrukken Verzenden naar een vriend





HET MESTIES-GEZICHT VAN MARIA

Verlossing en bevrijding van de onderdrukten van Latijns-Amerika/1


 

 

Van 12 tot 28 oktober 1992 vond in Santo Domingo de 4e Algemene Conferentie van het Latijns-Amerikaanse Episcopaat plaats, bijeengeroepen door de Heilige Vader Johannes Paulus II, met als doel "in het licht van Christus, 'dezelfde gisteren en vandaag en tot in eeuwigheid' (Heb. 13, 8), de grote thema's van de evangelisatie, de menselijke vooruitgang en de christelijke cultuur te bestuderen"[1].

Binnen deze thema's krijgt de figuur van de Maagd Maria in de Latijns-Amerikaanse context een heel bijzonder gewicht.

Voor de in Santo Domingo bijeengekomen bisschoppen "was de moederfiguur van Maria doorslaggevend, opdat de mannen en vrouwen van Latijns-Amerika zich herkenden in hun waardigheid als kinderen van God. Maria is het kenmerk van de cultuur van ons continent. Moeder en opvoedster van het opkomende Latijns-Amerikaanse volk"[2].

"Zij is de hoofdrolspeelster in de geschiedenis door haar vrije medewerking, met Christus gebracht tot de hoogste deelname"[3].

Een deterministische visie op de Latijns-Amerikaanse maatschappij

Dit benadrukken van Maria als hoofdrolspeelster in de geschiedenis is van het grootste belang in de context van de Latijns-Amerikaanse maatschappij, die wordt gekenmerkt door culturele vormen waarbij een deterministische visie op de werkelijkheid heerst met een daaruit volgende beperking of ontkenning van de ruimte die aan de vrijheid van de mens wordt gelaten.

Het Document van Puebla[4]. beschrijft de deterministische visie die op het Latijns-Amerikaanse continent heerst, als volgt: "In Latijns-Amerika kan men een sterk opkomen zien van de primitieve religieuze ziel, waarmee een visie op de persoon gepaard gaat die gevangen zit in de magische wijze waarop men tegen de wereld en het handelen hierin aankijkt. De mens is niet meer heerser over zichzelf, maar slachtoffer van occulte krachten. Bij deze deterministische visie past het de mens alleen maar samen te werken met deze krachten of zichzelf te vernietigen ten overstaan hiervan. Daar komt soms nog het geloof bij in de reïncarnatie van de aanhangers van verschillende vormen van spiritisme en oosterse godsdiensten. Niet weinig christenen blijven geloven dat alles wat er gebeurt, wordt bepaald en opgelegd door God, omdat zij de autonomie, eigen aan de natuur en de geschiedenis, niet kennen"[5].

In tegenstelling tot deze deterministische en vervreemdende visie op de geschiedenis herinnert Puebla eraan dat "Maria, verheven tot de grootste gemeenschap met Christus, de naaste medewerkster is aan zijn werk... Zij is niet alleen de wonderbaarlijke vrucht van de verlossing, maar ook de actieve medewerkster. In Maria wordt op sublieme wijze zichtbaar dat Christus de creativiteit van hen die Hem volgen, niet teniet doet. Maria is het schepsel dat verbonden is met Christus en dat al haar menselijke vermogens en verantwoordelijkheden zodanig ontwikkelt dat zij de nieuwe Eva is naast de nieuwe Adam"[6].

Wat dit thema betreft, ontwikkelt Puebla een voorafgaand document van Paulus VI. In de apostolische exhortatie Marialis cultus zegt Paulus VI, zich richtend tot de hedendaagse vrouw: "Ook was Maria van Nazareth, hoewel geheel overgegeven aan de wil van de Heer, volstrekt niet een passief volgzame vrouw of een vrouw met een vervreemdende religiositeit, maar een vrouw die niet aarzelde te verkondigen dat God de wreker is van de nederigen en de verdrukten en heersers van de wereld hun troon ontneemt"[7].

Het machisme

De Latijns-Amerikaanse cultuur en in het bijzonder de volkscultuur zijn in het proces van hun geschiedenis gekenmerkt door het verschijnsel dat machisme (masculinisme)[8] wordt genoemd en dat een overwaardering van de man in de maatschappelijke context inhoudt.

Het veronderstelt in het bijzonder een symbolische overdreven achting voor de mannelijke seksualiteit die wordt vertaald in ongecontroleerde, aanmatigende en dominante autonomie. Dat doet een ideaal van de man ontstaan, de macho, die dialectisch het tegengestelde is van de vrouw.

Deze machistische verheerlijking van de man berooft de vrouw van haar waarden en verandert haar in een negatief symbool van de man en in een object van de seksuele lusten van de macho. De vrouw en het vrouwelijke zijn een "antivaleur" of "non-valeur" voor de macho, pure negativiteit. De vereisten van evenwicht, eigen aan iedere cultuur, willen in ons geval aan deze binomie een einde maken en de vrouwelijke dimensie redden door een nieuwe, originele binomie in te voeren: macho (man)-moeder (vrouw).

Ten opzichte van het machistisch geweld is de moeder degene die de kinderen uiteindelijk altijd begrijpt en vergeeft. Zij is de permanente hulp bij gewone noden en is altijd de laatste oplossing en hoop in grenssituaties, wanneer voor de verslagen man alles intussen verloren is. Haar komt het toe getuige te zijn van religieuze vroomheid. Zij vertrouwt op haar wijsheid, omdat alleen zij het woord spreekt dat zich aan haar kinderen aanpast. Zo wordt het bijzondere gezag verklaard waarmee de moeder in een machistische maatschappij begiftigd blijft, en wel zo dat zij kenmerken krijgt van een matriarch, doordat zij op veel ogenblikken met haar woord en zegen de toekomst van haar kinderen aanwijst, inclusief wanneer zij volwassen zijn. Om dit alles wordt de moeder regelmatig geïdealiseerd en ook verafgood. Zij is de compensatie van de vrouw in een machistische cultuur. Vandaar de bijzondere waardering die in deze omgeving de vruchtbaarheid krijgt, ook ten koste van het leven zelf van de vrouw. Moeder zijn is het ideaal en het heil van een vrouwelijk bestaan.

In de kern van de culturen

Aan dit aspect van de machistische cultuur moeten wij om de volksdevotie voor de Maagd Maria te begrijpen een ander, wijd verbreid kenmerk van de Latijns-Amerikaanse cultuur als campesino-cultuur (plattelandscultuur) toevoegen.

De cultuur van de traditionele wereld van de campesino brengt gewoonlijk een nauwe relatie tot stand tussen moeder en aarde. Deze neiging van de campesinos om de aarde te interpreteren als moeder is bijna universeel[9]. Wij herinneren aan wat de manke vrouw van de Demonen van Dostojevski zegt: "De moeder van God is de grote moeder aarde en hierin is een grote vreugde voor de mens gelegen"[10].

"Bij de Amerikaanse inheemse volken heeft de meest alledaagse godheid, als wij dat zo mogen zeggen, in relatie gestaan met de aarde van haar vruchtbaarheid. De Tonantzin azteca, of de Pachamama quechua zijn moedergodinnen, 'onze moeder' van Mexico of de 'moeder aarde' in Bolivia. Hedentendage hebben wij ontdekt dat nog steeds de meest algemene naam die op volks niveau aan de beeltenissen van Maria wordt gegeven, 'moedertje' is. De gelijkstelling van de Maagd Maria met het symbool van de aarde is niet vreemd aan de katholieke theologie. De Vaders, zoals de heilige Ireneüs en Tertullianus, hebben de Maagd Maria, die Christus voortbrengt, vergeleken met de maagdelijke aarde die nog niet door de mens is bewerkt en waaruit de Schepper Adam vormde"[11].

Hoewel de evangelisatie van het continent, gegeven de historische omstandigheden, aanvankelijk nauw verbonden is met de verovering, blijft het feit dat "het geloof van de Kerk met gebreken en de last van de altijd aanwezige zonde de ziel van Latijns-Amerika heeft getekend door de wezenlijke historische identiteit ervan te kenmerken en de culturele matrix van het continent te worden, waaruit de nieuwe volken werden geboren. Het in onze volken vlees geworden evangelie verenigt hen in een historisch-culturele originaliteit die wij Latijns-Amerika noemen"[12].

In zijn boodschap aan de inheemse bewoners van Amerika herinnerde Johannes Paulus II in het kader van de viering van het Vijfde Eeuwfeest van het begin van de evangelisatie van de Nieuwe Wereld aan "het enorme leed dat de bewoners van dit Continent gedurende de periode van de Verovering en de kolonisering is aangedaan"[13].

"Wij houden niet op om 'vergeving' te vragen. Deze vraag om vergeving richt zich vooral tot de eerste bewoners van het nieuwe land, tot de 'indios' en vervolgens ook tot hen die als slaven vanuit Afrika daarheen werden gedeporteerd voor zwaar werk"[14]. Men moet inderdaad "in alle oprechtheid de bedreven misbruiken erkennen die te wijten zijn aan een gebrek aan liefde van de kant van personen die in de inheemse volken geen broeders en zusters van dezelfde God de Vader wisten te zien"[15].

In de fase van het eerste missionaire binnendringen was er zoals de Heilige Vader in herinnering bracht bij de toespraak ter gelegenheid van de opening van de vieringen als voorbereiding op het Vijfde Eeuwfeest "de onderlinge afhankelijkheid tussen kruis en zwaard"[16] en had de wederzijdse ontmoeting van de twee werelden plaats "met al haar weldaden en tegenstrijdigheden, haar licht- en schaduwzijden"[17].

In dit werk van verovering wordt Maria beschouwd als de grote beschermster van de veroveraars. Voor de veroveraars staat Maria altijd aan hun kant tegen de inboorlingen die als ongelovigen worden beschouwd. Hun oorlog is een heilige oorlog en daarom beschermt de Maagd hen bij de moeilijke taak de ongelovigen te veroveren voor het geloof en in te lijven bij het aantal onderdanen van de koning. Het onderscheid tussen verovering en evangelisatie is iets dat daarna komt, maar niet aanwezig is in het historisch bewustzijn van de eerste veroveraars.

Vanaf de twee generatie veroveraars begint de Mariacultus geïntegreerd te worden in de gewoonten van de volken van Latijns-Amerika. Er komt langzamerhand bij de veroverden een proces op gang van aanpassing aan de nieuwe, heersende religieuze cultuur. Deze integratie van de Mariacultus ontstaat niet onmiddellijk en vreedzaam.

De historische gegevens wijzen echter erop dat "er een goed, vruchtbaar en bewonderenswaardig evangelisatiewerk werd volbracht en dat hierdoor de waarheid over God en de mens in Amerika zover kwam dat de evangelisatie inderdaad een soort beklaagdenbank werd voor degenen die voor dergelijke misbruiken verantwoordelijk waren"[18].

De openingstoespraak van Benedictus XVI op de 5e Algemene Conferentie van het Latijns-Amerikaanse Episcopaat en de Caraïeben moet worden gelezen in het kader van de door Johannes Paulus II gebruikte woorden.

Wanneer Benedictus XVI zegt: "De verkondiging van Jezus en zijn evangelie bracht op geen enkel ogenblik een vervreemding van de Precolombiaanse culturen met zich mee, noch was het een opdringen van een vreemde cultuur"[19], moet de betekenis van zijn woorden worden begrepen in het licht van een antropologisch statement, volgens hetwelk "authentieke culturen niet in zichzelf opgesloten zijn, noch versteend op een bepaald ogenblik van de geschiedenis, maar open, wat meer is, de ontmoeting zoeken met andere culturen, universaliteit hopen te bereiken in de ontmoeting en de dialoog met andere vormen van leven en elementen die kunnen leiden tot een nieuwe synthese waarbij men steeds meer het verschil in uitdrukkingen en de concrete culturele verwezenlijking ervan respecteert"[20].

Het is voor een volledig begrip van de bijdrage van Benedictus XVI aan de Latijns-Amerikaanse Conferentie van Aparecida in 2007 gepast te herinneren aan het begrip inculturatie en cultuur dat door hem werd bedoeld en tot uitdrukking werd gebracht in een tekst die gedurende de Universitaire Weken van Salzburg in 1992 werd gepresenteerd.

De toenmalige kardinaal Ratzinger stelde bij die gelegenheid: "Inculturatie veronderstelt derhalve de potentiële universaliteit van elke cultuur. Zij veronderstelt dat in alle dezelfde menselijke natuur werkzaam is en dat daarin de gemeenschappelijke waarheid leeft 'van het mens-zijn' die ertoe neigt een te worden. Of om het anders te zeggen: het voorstel van inculturatie is alleen redelijk, als men een cultuur geen onrecht doet bij het openstellen en ontwikkelen ervan, krachtens een nieuwe culturele energie, buiten een gemeenschappelijke ordening tot een hogere waarheid van de mens. Een dergelijke opening en uitwisseling uitsluiten is immers een element van zwakte in een cultuur, daar het uitsluiten van de ander van nature tegengesteld is aan de mens. De waardigheid van een cultuur blijkt uit de openheid ervan, uit het vermogen te geven en te ontvangen, uit het vermogen zich te ontwikkelen, zich te laten zuiveren, zo meer gelijkvormig te worden met de waarheid, met de mens"[21].

De daarop volgende en afsluitende belijdenis van het geloof in Christus als "vleesgeworden Logos", geeft een volle waarde en recht op burgerschap aan de talrijke kiemen en zaden die het vleesgeworden Woord in de Precolumbiaanse culturen had gelegd[22].

In dit licht legt de paus verantwoording af van zijn voorafgaande stelling, eraan herinnerend dat "Christus, omdat hij werkelijk de vleesgeworden Logos is, 'de liefde tot het einde toe', aan geen enkele cultuur of persoon vreemd is; integendeel, het in de kern van de culturen gewenste antwoord is het antwoord dat daaraan hun ultieme identiteit geeft door de mensheid te verenigen en tegelijkertijd de rijkdom van de verscheidenheid te respecteren, door allen open te stellen voor de groei in een ware humanisering, in een authentieke vooruitgang. Het Woord van God werd door in Jezus Christus vlees te worden ook geschiedenis en cultuur"[23].

Bij de algemene audiëntie van 23 mei 2007 heeft de paus zijn denken verduidelijkt: "Zeker, de herinnering aan een roemvol verleden kan niet om de schaduwzijden heen waarmee het werk van de evangelisatie van het Latijns-Amerikaanse continent gepaard ging: het is immers niet mogelijk het leed en het onrecht te vergeten dat door de kolonisators de inheemse volken, vaak in hun fundamentele mensenrechten vertrapt, is aangedaan. Maar het verplicht vermelden van deze niet te rechtvaardigen misdaden misdaden die daarom toen reeds door missionarissen als Bartolomeo de Las Casas en theologen als Francisco da Vitoria van de Universiteit van Salamanca werden veroordeeld mag niet verhinderen dankbaar kennis te nemen van het bewonderenswaardige werk, tot stand gebracht door de goddelijke genade onder die volken in de loop der eeuwen"[24].

(Wordt vervolgd)

  (Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)





[1] Vgl. Carta del Santo Padre a los Obispos Diocesanos de América Latina, en IV Conferencia General del Episcopado Latinoamericano. Santo Domingo, 12-28 de Octubre de 1992, Nueva Evangelización. Promoción Humana. Cultura Cristiana. «Jesucristo ayer, hoy y siempre», Ediciones Paulinas, FSP -SAL (Secretariado de Apostolado LA), Santafé de Bogotá 1992, 3.

[2] Document van Santo Domingo, 15.

[3] Document van Santo Domingo, 104.

[4] Het Document verzamelt de conclusies van de 3e Algemene Conferentie van het Latijns-Amerikaans Episcopaat, die plaatsvond in Puebla (Mexico) van 26 januari tot 13 februari 1979.

[5] Document van Puebla, 308.

[6] Document van Puebla, 293.

[7] Marialis cultus, 37.

[8] Voor een analyse van het machism, vgl. A. González Dorado, De la María Conquistadora a la María Liberadora. Ensayo sobre mariología popular latinoamericana, in "Medellín" 12 (1986) 35-38; 202-206.

[9] Over het thema, vgl. A.M. Di Nola, Madre, Terra Madre, Grande Madre, in Enciclopedia delle Regioni, III, Vallecchi Editore, Firenze 1971, 1790-1813: daar is een uitgebreide bibliografie. Ook is er over het thema van Moeder Aarde een historisch-fenomenologische analyse in M. Eliade, Trattato di storia delle religioni, Editore Boringhieri, Torino 1976, 245-271. Voor een fenomenologische analyse vgl. G. Van der Leeuw, Fenomenologia della religione, Editore Boringhieri, Torino 1975, 66-75.

[10] F. Dostojevski, I demoni, I, Arnoldo Mondadori Editore, Milano 1980, 146.

[11] CELAM, Nuestra Señora de América, Bogotá 1988, 353.

[12] Document van Puebla, 445-446.

[13] Johannes Paulus II, Santo Domingo: boodschap aan de autochtone bewoners van Amerika (12 oktober 1992), in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XV/2, Libreria Editrice Vaticana 1994, 343.

[14] Johannes Paulus II, De recente pelgrimage naar Latijns-Amerika met de gelovigen opnieuw beleefd (21 oktober 1992), in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XV/2, Libreria Editrice Vaticana 1994, 400.

[15] Johannes Paulus II, Santo Domingo: boodschap aan de autochtone bewoners..., 343.

[16] Johannes Paulus II, Voor de opening van de "Noveen van jaren", bevorderd door de CELAM (12 oktober 1984), in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, VII/2, Libreria Editrice Vaticana 1984, 889.

[17] Johannes Paulus II, Voor de opening van de "Noveen van jaren"..., 888.

[18] Johannes Paulus II, Bij de opening van de 4e Algemene Conferentie van het Latijns-Amerikaanse Episcopaat (12 oktober 1992) in Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XV/2, Libreria Editrice Vaticana 1994, 316. Vgl. Pontificia Commissione pro America Latina, Storia dell'evangelizzazione di America. Traiettoria, identità e speranza di un Continente. Simposio Internazionale. Città del Vaticano 11-14 maggio 1992. Atti, Libreria Editrice Vaticana, Città del Vaticano 1992.

[19] Benedictus XVI, Opening van de 5e Algemene Conferentie van het Latijns-Amerikaanse Episcopaat, in "Il Regno-Documenti", nr. 11 (2007), 325. Wat de reacties betreft op deze woorden van Benedictus XVI, vgl. M. Hebblethwaite, Lo que apareció en Aparecida, in "Acción" nr. 274 (207) 35-37.

[20] Benedictus XVI, Opening van de 5e Algemene Conferentie..., 325.

[21] J. Ratzinger, Fede, Verità, Tolleranza. Il cristianesimo e le religioni del mondo, Edizioni Cantagalli, Siena 2003, 61-62.

[22] Vgl. Benedictus XVI, Opening van de 5e Algemene Conferentie..., 325.

[23] Benedictus XVI, Opening van de 5e Algemene Conferentie..., 325.

[24] Benedictus XVI, Catechese van de Algemene Audiëntie (23 mei 2007), in Insegnamenti di Benedetto XVI, III/1, Libreria Editrice Vaticana 2008, 901.

 



07/12/2017

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis