Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Grondbeginselen van de filosofie of wat Dinges-isme niet is/4
Afdrukken Verzenden naar een vriend

 

 

 

GRONDBEGINSELEN VAN DE FILOSOFIE

OF WAT DINGES-ISME NIET IS/4

 

 



De sacraliteit van het woord

In Rome heet het grote treinstation waar iedere dag zoveel treinen aankomen, Stazione Termini.

Waar heeft het deze naam? Ook al komt de naam "Termini" af van de naburige Thermen van Diocletianus, dit station heeft een kenmerk dat wanneer de trein eenmaal is aangekomen, hij stopt en niet meer in dezelfde richting verder gaat.

Datzelfde gebeurt in ons leven. Wij kunnen denken zoveel als we willen, maar vervolgens moeten wij met ons denken afsluiten met een innerlijk woord dat een uiterlijk woord wordt, als wij te midden van de anderen willen blijven en niet geïsoleerd willen leven. Dit woord heet "term", omdat het een eindpunt van ons denken is om met de anderen in relatie te treden.

Een term deelt een idee mee, een concept, een gedachte. Deze term brengt onze innerlijkheid met het uitwendige in overeenstemming. Een woord openbaart aan wie mij hoort, wie ik ben.

Het woord "filo-sofie" komt van het Grieks en betekent liefde voor het weten.

Filosofie is dus in wezen kennis en gedrag dat aan deze kennis is aangepast.

Kennen wil zeggen "een nauwkeurig begrip hebben van het wezen en de kenmerken van welk aspect van de werkelijkheid dan ook".

Daarom gaat het er niet zozeer om zonder te redeneren te herhalen, als wel onze verstandelijke vermogens, die God ons heeft geschonken, te gebruiken.

Filosofie is daarom precies het tegenovergestelde van het Dinges-isme.

Wanneer Dinges spreekt, horen wij alleen maar klanken zonder betekenis. Dinges minacht de anderen en gebruikt derhalve niet correct de adequate termen en wil die ook niet gebruiken. Hij verbergt zich achter anonieme woorden zonder gezicht. Zo minacht Dinges en met hem de hele Dinges universiteit Jezus, het Woord (Logos)[1] van God te midden van ons.

De universele liefde is altijd een bijzondere liefde

De zovelen die een universele liefde verkondigen, maar in de tussentijd steeds vluchten en zich nooit aan iets binden, herinnert don Milani[2] aan het concrete kenmerk van de ware liefde: een totale inzet tot aan de dood, is altijd een bijzondere inzet.

"Ik weet dat deze woorden jullie, studenten, ergeren" zo tekent hij in een van zijn zovele brieven aan , ... maar hier is misschien nu juist het antwoord op de vraag die je mij stelt. Men kan niet van alle mensen houden. ... Feitelijk kan men alleen maar van een beperkt aantal personen, misschien een tiental, misschien enkele honderden. En aangezien de ervaring ons zegt dat alleen dit voor de mens mogelijk is, lijkt het mij vanzelfsprekend dat God niet meer van ons vraagt. ... En als je dan God en de armen wil vinden, moet je ergens halt houden en ophouden met lezen en studeren en je alleen maar bezighouden met onderwijs aan de kinderen. ... Wanneer je gek bent geworden, zoals ik, achter enkele tientallen schepsels aan zittend, zul je God vinden als prijs. Je zult Hem vanzelf vinden, omdat je geen onderricht kunt geven zonder een zeker geloof. Het is een belofte van de Heer die vervat is in de parabel van de schapen, in de verwondering van hen die zichzelf ontdekken na de dood, vrienden en weldoeners van de Heer zonder Hem zelfs te hebben gekend"[3].   

Kiezen betekent de eigen vrijheid schenken en als wij die werkelijk hebben geschonken, deze niet meer hebben om andere dingen te doen. Eenmaal gegeven, behoort deze vrijheid ons niet meer toe als een mogelijkheid om andere keuzes te maken, maar alleen als een mogelijkheid om steeds meer lief te hebben.

De liefde is niets anders dan een geschonken vrijheid, een gekruisigde vrijheid.

Deze gekruisigde liefde is precies het tegenovergestelde van het fundament van het Dinges-isme: "Zien en laten, hebben en laten", altijd het laatst gehoorde woord herhalen zonder ons ooit weten vast te pinnen om van ons een gekruisigde vrijheid te maken.

Het boek van de geschiedenis leert ons dat er niets wreders bestaat dan het ongeduld van de gemarginaliseerden dat losbarst. Daarom trachten de uitbuiters en onderdrukkers van de wereld altijd het geweten van de armen in slaap te sussen door hen te verhinderen te redeneren, te begrijpen, te kunnen spreken zonder altijd het aanpakken van hun problemen te moeten delegeren aan een leider, de redder van het vaderland die met een klap op de schouders, een geroosterd stuk vlees, een glas bier en de gewone paar woorden in de enige taal die je spreekt, je van je bewustzijn berooft.

Vervolgens, als het spel uit is, keert ieder naar huis terug. En dat was het dan.

Panem et circenses (brood en spelen)..., zo hielden ze het volk koest ten tijde van de Romeinse keizers.

De Zetel van Wijsheid

Om deze inleiding af te sluiten heb ik geen geschiktere woorden gevonden dan die van de heilige Johannes Paulus II in zijn encycliek over de verhouding tussen geloof en rede.

Het zijn zulke mooie en diepzinnige woorden dat ze in religieuze stilte dienen te worden ontvangen:

"Het leven van haar die het gebed van de Kerk aanroept als Zetel van Wijsheid is een echte parabel die mijn overweging van deze bladzijden kan verlichten. Want er is een diepe harmonie te bespeuren tussen de roeping van de zalige Maagd Maria en de roeping van echte wijsbegeerte. Zoals de Maagd geroepen werd om zichzelf geheel aan te bieden als mens en als vrouw, opdat Gods Woord vlees zou worden en een van ons, zo wordt ook de wijsbegeerte ertoe geroepen haar rationele en kritische arbeid te verrichten, opdat de theologie, als het begrip van het geloof, vruchtbaar en creatief mag zijn. En juist zoals Maria, toen zij instemde met het woord van Gabriël, niets van haar ware menselijkheid en vrijheid verloor, zo ook verliest het wijsgerige denken niets van zijn autonomie, wanneer het luistert naar de oproepen van het evangelie, maar ziet het al zijn zoeken voortgestuwd tot de hoogste verwezenlijking. Dit was een waarheid die de heilige monniken van de christelijke oudheid goed begrepen, toen zij Maria noemden: 'intellectuele tafel van het geloof'. In haar zagen zij een lichtend voorbeeld van de ware wijsbegeerte en ze waren overtuigd van de noodzaak om te philosophari in Maria. Moge Maria, de Zetel der Wijsheid, een veilige haven zijn voor allen die hun leven wijden aan het zoeken naar wijsheid. Moge hun reis naar de wijsheid, het veilig en uiteindelijk doel van alle ware kennis, vrij worden van iedere hindernis door de voorspraak van degene die, door het leven te schenken aan de Waarheid en die in haar hart te bewaren, haar voor altijd heeft gedeeld met de hele wereld"[4].

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] In het evangelie van Johannes is de Logos het pre-existente goddelijk Woord, waardoor alles is geschapen en dat "vlees is geworden en onder ons heeft gewoond" (vgl. Joh. 1, 1-14; vgl. 1 Joh. 1, 1-2; vgl. Apok. 19, 1-16). Na het Concilie van Nicaea werden de termen Logos en Zoon van God zonder onderscheid gebruikt om de tweede persoon van de Allerheiligste Drie-eenheid aan te duiden.

[2] Don Lorenzo Milani is een Italiaans priester die in de jaren '50 en '60 zich wijdde aan het onderwijs aan arme kinderen in de bergen en de school van Barbiana stichtte.

[3] Lettere di don Lorenzo Milani priore di Barbiana (Brieven van don Lorenzo Milani, prior van Barbiana), verzorgd door M. Gesualdi, Mondadori, Milano 1970, 277-278.

[4] Johannes Paulus II, encycliek Fides et Ratio, 108.



28/09/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis