Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Grondbeginselen van de filosofie of wat Dinges-isme niet is/2
Afdrukken Verzenden naar een vriend

 

 

 

GRONDBEGINSELEN VAN DE FILOSOFIE

OF WAT DINGES-ISME NIET IS/2


 

 

Fontamara en de marginalisering op grond van de taal

Op dit punt is het de moeite waard stil te blijven staan bij het denken van een groot schrijver van afgelopen eeuw, Ignazio Silone[1], die als weinigen de wereld van de arme boerenklasse heeft beschreven en vertolkt.

Zijn eerste roman, Fontamara, geschreven aan het begin van de jaren '30 en onmiddellijk vertaald in bijna dertig talen, blijft ook nu nog het bekendste werk van de Italiaanse schrijver, een groots getuigenis van vrijheid en liefde voor de mens.

Fontamara wordt tot een symbool van het Zuiden van de wereld. In dit dorp vinden wij een oude en steeds nieuwe geschiedenis beschreven die moet worden gelezen als een allegorie van wat nu nog gebeurt onder ons, voor onze ogen.

"Fontamara zo schrijft Silone lijkt dus in veel opzichten op ieder dorp in het Zuiden. ... De arme boeren, de mensen die de aarde vrucht doen dragen en honger lijden, de fellahin, de koelies, de peones, de mugic, de boeren, zij lijken in alle landen van de wereld op elkaar; zij zijn op deze aarde een natie op zich, een ras op zich, een kerk op zich; en toch heeft men nog niet twee boeren gezien die in alles gelijk zijn"[2].

In Fontamara is er geen geschiedenis, maar het cyclisch karakter van de ritmes die zich herhalen: dezelfde hemel, dezelfde aarde, dezelfde regens, dezelfde wind, dezelfde feesten, dezelfde spijzen, dezelfde angsten, hetzelfde verdriet, dezelfde ellende; de ellende, gekregen van hun ouders die het weer van hun grootouders hebben geërfd en waartegen eerlijk werk nooit tot iets heeft gediend"[3].

"Gedurende verschillende generaties onderwerpen boeren, dagloners, bouwvakkers, arme ambachtslieden zich aan inspanningen, ontberingen, ongehoorde offers om die laatste trede van de maatschappelijke ladder te stijgen; maar ze slagen er zelden in. ... Het grootste gedeelte van hen sleept zo het leven met zich mee als een zware keten van kleine schulden om hun honger te stillen en van uitputtende vermoeienissen om deze te betalen"[4].

Wie in een omgeving als die van Fontamara heeft geleefd, heeft ervaren hoe er een probleem bestaat van wat onjuist "tweetaligheid" wordt genoemd, maar geen tweetaligheid is.

Silone schrijft scherpzinnig: "Laat niemand op het idee komen dat de inwoners van Fontamara Italiaans spreken. ... De Italiaanse taal is voor ons een vreemde taal, een dode taal, een taal waarvan de woordenschat, de grammatica tot stand zijn gekomen zonder enig contact met ons, met onze wijze van handelen, met onze wijze van denken, met onze wijze van ons uit te drukken"[5].

Daarom ontstaat er binnen in dezelfde persoon een voortdurende interculturele dialoog. Men denkt in een taal en is gedwongen zich in een andere uit te drukken. Het gevolg hiervan is een groeiende marginalisering van de boeren.

Wat Silone schrijft betreffende de boeren van Marsica, heeft de waarde van een universele reikwijdte en is niet alleen van toepassing op de relatie met de Italiaanse taal, maar met iedere taal.

Marginalisering op grond van de taal leidt tot een wantrouwen invloed te hebben op het maatschappelijke en politieke leven van het land. Een van de personages van Fontamara verklaart dan ook: "De wet wordt gemaakt door burgers, toegepast door rechters, die allen burgers zijn, geïnterpreteerd door advocaten, die allen burgers zijn. Hoe kan dan een boer gelijk hebben?"[6].

Daarom ontstaat er een diepe breuk tussen de verschillende soorten vrijheid die de basis vormen van een democratie. Boeren zien vanaf het begin af van wat formele of burgerlijke vrijheden worden genoemd en delegeren deze om alleen te vragen om de vrijheden die de naam van wezenlijke vrijheden hebben.

Zijzelf zijn tragisch degenen die zich democratisch overgeven aan steeds nieuwe vormen van onderdrukking en uitbuiting middels personen die in hun naam het woord nemen en zich opwerpen als tussenpersonen in het contact met de autoriteiten en daarbij speculeren op de onwetendheid van het volk.

Volgens het denken van Unamuno zou men politiek kunnen spreken van politiek Fulanismo.

Bij de uitbuiting en de ongerechtigheid komt nog de bespotting. De boeren begrijpt, maar weet zich niet uit te drukken en vindt niet de juiste middelen om uit het helse raderwerk te komen waarin hij zich bevindt.

Zo vervalt men tot een individualisme dat niet meer doet hopen op of geloven in de mogelijkheid van een verandering.

In Fontamara keren de boeren na enkele onmiddellijk onderdrukte pogingen tot opstand langzaam, maar onverbiddelijk terug binnen de bedding van een fatalistische en deterministische mentaliteit, ten prooi aan een onverbiddelijk lot, een tragisch "alles is al geschreven", waartegen de wil van de mens niets vermag.

Een van de boeren van Fontamara legt uit:

"Aan het hoofd van alles staat God, heer van de hemel. Dat weet iedereen.
Dan komt de gendarmes van de prins.
Dan komen de honden van de gendarmes van de prins.
Dan, niets.
Dan weer niets.
Dan weer niets.
Dan komen de boeren.
En men kan zeggen dat het dan afgelopen is. ...
De autoriteiten verdelen onder elkaar de derde en vierde plaats. Overeenkomstig het loon. De vierde plaats (die van de honden) is immens groot. Dat weet iedereen"[7].

Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



[1] Pseudoniem van Secondino Tranquilli, schrijver en politicus (Pescina dei Marsi, L'Aquila 1900 - Genève 1978). Na de Kerk niet op grond van een ideologische keuze, maar uit solidariteit met de armste boeren van zijn land te hebben verlaten was Silone een van de oprichters van de Italiaanse Communistische Partij. Als militant antifascist werd hij vervolgd en verbannen. Hij was een van de eersten die de onderdrukkende mechanismen van de communistische machine blootlegde en daarom werd hij door zijn voormalige strijdmakkers uitgestoten en vervolgd. Hij heeft ons de vrucht van een origineel en diep menselijk onderzoek nagelaten. Zijn boeken hebben als thema het leven van de boeren in het Zuiden, de politieke polemiek, de vrijheid, de ideologische en religieuze keuzes. Zijn belangrijkste werken zijn: Fontamara (1930); Pane e vino (1936); Il segreto di Luca (1956); La volpe e le camelie (1956); L'avventura di un povero cristiano (1968).

[2] I. Silone, Fontamara, in I. Silone, Romanzi e saggi, I. 1927-1944. A cura di B. Falcetto, Arnoldo Mondadori Editore (I Meridiani), Milano 1998, 7.

[3] Vgl. I. Silone, Fontamara..., 8-9.

[4] I. Silone, Fontamara..., 9-10.

[5] I. Silone, Fontamara..., 15.

[6] I. Silone, Fontamara..., 73.

[7] I. Silone, Fontamara..., 29.

 

 

15/09/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis