Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Grondbeginselen van de filosofie of wat Dinges-isme niet is/1
Afdrukken Verzenden naar een vriend

 

 

 

GRONDBEGINSELEN VAN DE FILOSOFIE

OF WAT DINGES-ISME NIET IS/1


   


De tekst die wij hier presenteren, is een vertaling met enkele aanpassingen van de inleiding op mijn publicatie Principios de filosofía o sea lo que no es el Fulanismo, gepubliceerd in 2005 en verzorgd door het Studiecentrum Redemptor hominis van Paraguay.

De tekst in kwestie is het resultaat van een synthese van verschillende cursussen, bij verschillende gelegenheden gegeven voor studenten in Paraguay.

Het woord Fulanismo[1] komt van de naam Fulano. In het Spaans geeft men met de naam Fulano een onbepaalde of imaginaire persoon aan van wie men de naam niet kent of niet wil zeggen: Fulano, Mengano, Zutano en Perengano.

Fulano is hetzelfde als het Nederlandse dinges: in het Nederlands worden de drie eigennamen Jan, Piet en Klaas gebruikt voor drie hypothetische personen om een willekeurige persoon als voorbeeld aan te duiden.

Fulanismo kan men daarom met Dinges-isme vertalen en men zou kunnen zeggen dat dit Dinges-isme denkbeeldig aan een Dinges-universiteit wordt gegeven.

Daar Dinges-isme precies het tegengestelde van filosofie is en gemakkelijk is terug te vinden in het anonieme en niet authentieke spreken van degene die zich erachter verschanst om geen eigen verantwoordelijkheden op zich te nemen, leek het mij gepast  om een inleiding te geven op de kunst van het redeneren en daarbij uit te gaan van het dagelijks taalgebruik waaraan wij ons altijd moeten meten om een steunpunt te hebben om ons op te baseren.

Ik heb het van belang geacht dit artikel ook in het Nederlands te publiceren, daar ook onze landen in Noord-Europa, of men wil of niet, intussen worden overvallen door een verschijnsel van immigratie dat ons voortdurend in contact brengt met personen uit andere culturen en met een andere mentaliteit, waarbij het fideïstisch element aanwezig is waarvan men, zoals men zal begrijpen uit het artikel in kwestie, goed kan zeggen dat het behoort tot wat ik de Dinges-universiteit noem.

Ik zeg dit zonder te vergeten dat ook wij Europeanen zeker niet onbekend zijn met de massa afgestudeerden aan de Dinges-universiteit.

Voor een school die leert te redeneren

Deze uitdrukking van don Lorenzo Milani is heel bekend, wanneer hij het heeft over school: "De school ligt tussen verleden en toekomst en moet beide voor ogen houden. ... En de leraar moet zoveel mogelijk profeet zijn, de 'tekenen van de tijd' onderzoeken, in de ogen van de kinderen de mooie dingen raden die zij morgen helder zullen zien en die wij alleen maar onduidelijk zien"[2].

De school moet daarom het hoofd van de kinderen niet vullen met data en namen die uit het hoofd moeten worden herhaald. Zij moet integendeel leren nadenken, een weg aangeven die moet worden afgelegd, opdat de kinderen ertoe komen de waarheid te zien.

Vervolgens zal ieder ten overstaan van de gekende waarheid zijn antwoord geven. De waarheid wordt niemand opgedrongen. Zij ontmoet het mysterie van de vrijheid van iedere individuele persoon. En wanneer waarheid en vrijheid elkaar ontmoeten, zal ook de leraar moeten verdwijnen om vrijheid en bewustzijn met elkaar te laten spreken. Wat er vervolgens zal gebeuren, is het avontuur dat begint in het open en nog te schrijven boek van de geschiedenis.

Ik heb zeer veel jongeren voor me die leven tussen werk op het land, een boerderij, een kleine timmerwerkplaats, een school die, wanneer ze deze hebben afgemaakt, hen hoogmoediger en cultureel misschien verarmd zal vinden[3]. Zij gaan naar school om een titel te behalen en ze hopen zo iedere baan te krijgen die hen uit de situatie doet komen waarin ze zijn geboren of leven.

Op de school waar ze heen gaan, leren ze je alleen maar herhalen. Wee, als je vragen stelt, als je naar het waarom vraagt van de dingen! Naar het waarom vragen wil zeggen de leraar in moeilijkheden brengen, de gevestigde orde op zijn kop zetten waar degene die achter een tafel zit, vragen stelt en opdrachten geeft.

In dit soort school zijn de rollen duidelijk bepaald. De leraar is de enige die de officiële kennis bezit, en de jongere moet alleen maar luisteren en herhalen. Ipse dixit[4] is het woord van orde bij dit soort school.

Onder de armen, vooral onder de campesinos sin tierra, is deze fideïstische, traditionalistische en fundamentalistische mentaliteit (het is zo, omdat het zo is... omdat het altijd zo is geweest en het altijd zo zal zijn... omdat het zo moet zijn en omdat God het zo wil) diep geworteld en overal verspreid. Wat aan ons christenen vragen stelt, is dat wij deze mentaliteit zeer vaak ook onder de clerus vinden.

In Paraguay herhaalden de armste mensen in het Guaraní de uitdrukking pa'ima he'i (de priester heeft het al gezegd), en dat wees op de intellectuele rol van de priesters en de religieuzen en liet de leken achter in een permanente staat van infantilisme, frustratie en inferioriteit ten opzichte van de totaliserende almacht van de clerus.

Ook nu werkt men grotendeels nog steeds met een pastoraal die als basis heeft het pa'ima he'i, ook al weet men goed dat hoe meer men luistert, des te meer men onmiddellijk vergeet om andere stemmen en andere interesses te volgen. Maar een pastoraal van de intelligentie en niet van de autoritaire en dogmatische herhaling vraagt om een verandering van gewoontes en een persoonlijke inzet en hiertoe vormt de school op het ogenblik niet.

De Kerk leeft niet buiten de wereld. Zij staat in een diepgaande culturele uitwisseling met de wereld. Zij krijgt niet alleen vlees en bloed van Christus Jezus, maar ook van de wereld waarin zij leeft. En als de wereld waaruit zoveel seminaristen komen, die van een cultuur van campesinos is, dient men te begrijpen dat in zeer veel gevallen de cultuur van de basis die blijft welke men in de eerste levensjaren heeft ontvangen. Er bestaat het gevaar dat wanneer men eenmaal pa'i is geworden, alleen de plaats op een maatschappelijke en symbolische ladder is veranderd die in wezen onveranderd blijft.

Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 


[1] Zoals men kan afleiden uit de tekst, gebruik ik de term Fulanismo in een heel andere betekenis dan die welke daaraan werd gegeven door een van de grootste Spaanse filosofen, Miguel de Unamuno, in een kort essay van april 1903. Unamuno schrijft dat het woord Fulanismo de manier van "handelen" betreft waarbij "de Spanjaarden zich meer aansluiten bij de persoon Fulano of Zutano dan bij hun ideeën, wanneer zij politieke partijen of andere overeenkomstige groepen vormen; wij volgen eerder een eigennaam dan een vlag. Dit is wat velen Fulanismo noemen", M. de Unamuno, Sobre el Fulanismo, in "La España Moderna" nr. 172 (april 1903) 65.

[2] Vgl. L'obbedienza non è più una virtù. Documenti del processo di don Milani (Gehoorzaamheid is geen deugd meer. Documenten van het proces van don Milani), Libreria Editrice Fiorentina, Firenze 1971, 36-37.

[3] Over de rampzalige situatie van de school in Paraguay, die zich op de laatste plaatsen van de internationale beoordelingen bevindt, vgl. J. Fleitas, ?Reforma fracasada¿, in http://www.abc.com.py/especiales/fin-de-semana/reforma-fracasada-1726311.html

[4] Een Latijnse uitdrukking die betekent hij heeft het gezegd en een rituele formule vertaalt die in gebruik was in de school van Pythagoras. Zoals de Pythagoreeërs geschillen betreffende de leer oplosten door hun toevlucht te nemen tot een gepast citeren van de woorden van de meester, zo gold in de middeleeuwse school de mening van Aristoteles als een argument dat geen repliek toeliet, en verwees Ipse naar Aristoteles.

 

 

07/09/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis