Italiano Español Nederlands Français
Home arrow Geschriften van Emilio Grasso arrow Artikelen arrow Amicus Plato, sed magis amica veritas
Afdrukken Verzenden naar een vriend


Artikelen van Emilio Grasso

  
 

AMICUS PLATO, SED MAGIS AMICA VERITAS

Getuigenis ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van

de priesterwijding van Z.E. Mgr. Antonio Lucibello  

 


   

Vanaf de eerste keer dat ik voet zette op Paraguyaanse bodem, leerde ik een woord dat zeer veelvuldig werd gebruikt: argel.

Wat dat woord dat in dit land zeer verspreid wordt gebruikt, wilde zeggen begreep ik met een zekere vertraging.

Argel verwijst naar een persoon (man of vrouw) die niet erg gezien is, onsympathiek, weinig vriendschappelijk, trots, arrogant.

In Paraguay wordt het gebruik van dit woord toegeschreven aan het feit dat paarden die vanuit Algerije werden gehaald, zeer moeilijk te temmen waren en het woord argel gebruikte men vanaf de 19e eeuw ook voor personen.

Wat mij nu verbaasde, was het gemak waarmee deze term werd gebezigd en dat het gebruik ervan verbonden was met het niet accepteren van de oordelen die de persoon die argel was, tot uitdrukking bracht.

Ik begreep langzamerhand dat men meer dan bij de inhoud van hetgeen werd gezegd, bleef stilstaan bij het niet accepteren van hetgeen werd gezegd, misschien ook bij de wijze van spreken en het tot uitdrukking brengen van oordelen die degene die toehoorde en onder die oordelen viel, irriteerde.

Gebruik maken van het woord argel werd zo een verdediging en afsluiting van het betoog. Door een persoon met het epitheton argel te bestempelen kon men een heel betoog of tot uitdrukking gebrachte oordelen diskwalificeren zonder moeite te hoeven doen de waarheid of onwaarheid ervan te onderzoeken.

Om het samenvattend te zeggen, het was voldoende om te zeggen dat degene die een niet welgevallig oordeel tot uitdrukking bracht, een Argel was en de kwestie was afgehandeld en men kon rustig verder gaan, alsof er niets was gebeurd.

Tussen twee haakjes, er moet ook worden gezegd dat het woord rustig (tranquilo) een van de meest aan inflatie onderhevige woorden is die in Paraguay bestaan. Als alles rustig zijn gangetje gaat, dan wil dat zeggen dat men kan verder gaan zoals tevoren zonder wezenlijk iets te veranderen, omdat alles goed gaat, alles in orde is en wij totaal niets hoeven te doen om situaties die voortdurend veranderen, te interpreteren.

Aan de kwestie ligt het feit ten grondslag dat in Paraguay of in elk ander land op de wereld de mens zijn gewoonten nooit wil veranderen. Men nestelt zich daarin en wil met rust gelaten worden, omdat iedere verandering moeite kost en ertoe oproept om te breken met verworven en geconsolideerd evenwicht.

Deze mentaliteit zit in de mens ingebakken en daarom is ieder die iets zegt dat je rust wezenlijk verstoort, een argel, ook al geven wij in andere landen daar een andere naam aan.

Ook een snelle en oppervlakkige lectuur van het evangelie laat ons zien dat Jezus in zijn tijd zonder meer werd beoordeeld als een vervelende argel die met zijn snoeiharde oordelen zijn gesprekspartners stoorde.

In onze tijd zou men Hem met dit woord eerst hebben geïsoleerd en vervolgens terzijde geschoven zonder verder er nog al te veel aandacht aan te schenken. En wie dat zou doen, zou niet het volk zijn, maar een kaste die het niet zou tolereren dat bepaalde privileges, uitgeoefend op min of meer kruiperige manieren, ter discussie zouden worden gesteld.

De verrassende rijkdom van de Kerk heeft mij doen ontdekken dat diplomatie niet moet worden verstaan, zoals men vaak denkt, als een kunst van het compromis en het simuleren van de werkelijkheid achter een rookgordijn, maar ook kan betekenen dat "de vrijheid ons vrij maakt" en dat wij ook vrienden van Plato kunnen zijn, maar nog meer vrieden zijn van de waarheid (amicus Plato, sed magis amica veritas).

De logica vereist van een door een argument versterkte bewering dat men daarop antwoordt met een bewering die weer door een daaruit volgend argument wordt bevestigd.

Men kan het wel of niet eens zijn met een bewering en het argument dat haar ondersteunt, aanvullen of weerleggen, maar twee zaken verwijderen ons van het zoeken naar de waarheid.

De eerste is het spel van niet en wel zeggen: afleiden van het argument dat de bewering ondersteunt, en zich bewegen langs dwarswegen die alleen maar tijd doen verliezen en nergens heen leiden.

Dit type argumentatie, goed bekend bij advocaten die voor hun cliënten streven naar een verjaring van het misdrijf, noemt men hier in Paraguay chicana. Dit woord betekent oorspronkelijk een reeks kunstmatige obstakels die op de weg worden gelegd om de snelheid van voertuigen terug te brengen.

Het andere middel dat ons van het zoeken naar de waarheid verwijdert, is de gesprekspartner te brandmerken met en epitheton en men met dit epitheton iedere redenering voor beëindigd houdt.

Het heeft geen nut om met een Argel te praten om de eenvoudige reden dat het ... een Argel is.

Hier neemt men duidelijk zijn toevlucht tot een tautologie. Met dit woord wil men aangeven dat men in het predikaat (argel) alleen maar herhaalt wat in het subject (Argel) al wordt gezegd.

Het betreft een niet noodzakelijke herhaling van een gedachte, met gebruik van precies dezelfde of soortgelijke woorden, en daarom komt men totaal niet tot een cognitieve vooruitgang.

Toen ik voor de eerste keer mgr. Antonio Lucibello ontmoette, werd ik getroffen door zijn zeer directe manier van spreken, zonder van zijn hart een moordkuil te maken, zoals men zegt.

Ik begreep onmiddellijk dat deze wijze van spreken van hem meer dan een persoon zou kunnen irriteren. Enigszins op de hoogte van de Paraguyaanse cultuur had ik weinig nodig om gemakkelijk te voorzien dat voor degenen die kijken naar de vinger die je een sterrenhemel laat zien, en blijven steken bij het kijken naar de vinger in plaats van naar de sterrenhemel, mgr. Lucibello gemakkelijk zou worden bestempeld als een ... argel.

Van 1999 tot 2005, de tijd dat hij apostolisch nuntius was in Paraguay, mocht ik mijn gemakkelijke voorspelling verifiëren, maar tegelijkertijd kon ik mij verrijken met zoveel opmerkingen van hem die altijd uitgingen van de meest eenvoudige en ook bijna banale dingen, waardoor men, als men meer vriend van de waarheid is dan van Plato..., en zo vaak is de Plato aan wie wij de voorkeur geven geen andere dan de projectie van ons eigen beeld..., een "theologie van het fragment" kon construeren.

Een theologie van het fragment die tegenwoordig beantwoordt aan de postmoderne cultuur, een cultuur waarin de grote systemen niet meer vinden wat daaraan beantwoordt.

Ik heb de genade gehad met mgr. Lucibello ook na zijn vertrek uit Paraguay te blijven spreken, doordat ik hem twee maal in de nuntiatuur in Turkije ontmoette. Zo kon ik de mis vieren in de kapel waar de toenmalige nuntius Roncalli, de latere paus met de naam Johannes XXIII, jarenlang vierde.

De niet formele bewoordingen waarmee op 22 juli 2015 bij de afsluiting van zijn mandaat als pauselijke nuntius in Turkije de oecumenische patriarch Bartholomeüs, aartsbisschop van Constantinopel, zich tot mgr. Lucibello richtte, hebben mij verheugd en mijn volledige instemming gevonden, voor zover mijn mening kan tellen, vooral in het onderstrepen van "de zorg en de vriendelijkheid" van mgr. Lucibello.

Ik geef een passage uit de brief van de patriarch Bartholomeüs weer: "Ter gelegenheid van de dag van uw officieel vertrek uit Turkije willen wij u, geliefde broeder, onze meest oprechte en hartelijke erkentelijkheid doen toekomen voor uw broederlijke en onschatbare samenwerking waarvoor u deze tien jaar borg hebt gestaan. Wij werken immers al lang samen om de zeer oude christelijke aanwezigheid en het zeer oude christelijke getuigenis in onze historische regio, door veel heiligen doorkruist, meer te doen kennen en waarderen. Uwe Excellentie heeft zich altijd de boodschap van de heilige Petrus, de broer van onze patroon de heilige Andreas, de eerste apostel die werd geroepen, eigen gemaakt, namelijk dat men niet alleen ernaar moet streven vrede te stichten, maar dat het noodzakelijk is deze te zoeken en na te streven (1 Petr. 3, 11). Daarom, geliefde broeder, zullen wij, wanneer wij de hartelijke gastvrijheid vermelden waarvan u ons altijd ter gelegenheid van onze bezoeken aan Ankara hebt verzekerd, of de talloze gelegenheden voor een bezoek hier, in de Koningin der Steden, ons in de jaren die komen, uw zorg en vriendelijkheid herinneren, evenals uw verlangen naar en enthousiasme bij het samen werken in liefde en solidariteit".

De juiste erkenning voor het door mgr. Lucibello verrichte werk ten dienste van de Apostolische Stoel, vindt men terug in de volgende bewoordingen van kardinaal Pietro Parolin, staatssecretaris van Zijne Heiligheid, geschreven in een brief, gericht aan mgr. Lucibello ter gelegenheid van de viering van de vijftigste verjaardag van zijn priesterwijding.

Kardinaal Parolin schrijft: "Het heeft mij veel genoegen gedaan dat jij als passage uit het evangelie hebt gekozen voor die van de ‘nutteloze' slaven. Ik geloof dat dat het enige perspectief is waarin wij ons moeten plaatsen: dienen op de plaats waar God ons roept zonder aanspraak te maken op menselijke erkenning, alleen tevreden dat wij getracht hebben aan God te behagen en op de een of andere manier voor de naaste van nut te zijn. Dat neemt niet weg dat men aan wie vaak in moeilijke omstandigheden de ‘pondus diei et aestus' ten dienste van de universele Kerk en de paus heeft gedragen, grote erkentelijkheid moet betonen. Daar ik op het ogenblik de eerst verantwoordelijke ben voor deze dienst, acht ik het mijn plicht dit te doen en doe ik dit met genoegen door middel van onderhavig schrijven".

De argel apostolisch nuntius, mgr. Antonio Lucibello, heeft mij, zoals andere apostolische nuntiussen die ik in mijn vijftig jaar als priester heb leren kennen, de mogelijkheid gegeven enkele niet geheel positieve oordelen te herzien die ik had over het diplomatieke personeel van de Heilige Stoel en die ik mij oppervlakkig en onterecht had gevormd ten tijde van mijn theologische studie.

Met zijn intelligente zelfironie schreef mgr. Lucibello onder andere als antwoord op een schrijven van mij, waarin ik mijn gevoelens van vreugde en eenheid in gebed voor deze verjaardag tot uitdrukking bracht: "Ik eindig met een bekende Franse zin: ‘Tout passe, tout lasse, tout casse et tout se replace'".

Het lijkt mij dat men in deze zin de diepe geestelijke... en materiële armoede van deze apostolische nuntius terugvindt:

1. Tout passe... Alles gaat voorbij. Wij zijn burgers van de hemel en moeten altijd voor ogen houden dat de gedaante van deze wereld snel voorbijgaat.

2. Tout lasse... Alles vermoeit. Als, zoals de heilige Augustinus zegt, "ons hart onrustig is, totdat het rust vindt in God", dan gaat niet alleen alles voorbij, maar vermoeit ons ook alles, omdat het beeld, hoe volmaakt ook, altijd een beeld is dat op deze aarde alleen maar het verlangen naar de ultieme en definitieve werkelijkheid kan doen toenemen. Een werkelijkheid die wij eens van aangezicht tot aangezicht zullen zien, zoals zij is.

3. Tout casse... Alles breekt en valt langzaam of onverwachts in duizend stukken uiteen. Wij kunnen alle operaties plastische chirurgie uitvoeren die wij willen, maar wij zijn stof en zullen tot stof wederkeren. En als de mens terugkeert tot stof, is het nutteloos de illusie te hebben dat zijn werken hem zullen overleven.

4. Tout se replace... Een volkswijsheid leert ons dat, wanneer een paus is gestorven, men een andere maakt. Stel je voor dat men een apostolisch nuntius of een kardinaal moet benoemen...

Alleen dwazen denken dat ze onvervangbaar, eeuwig zijn en dat de herinnering aan hen met het verstrijken van de tijd niet voorbij zal gaan. Als in de zin die ik heb uitgelegd, men toch zal kunnen zeggen dat mgr. Lucibello een argel was, en dat is voor mij een eretitel voor hem, dan zal zeker niemand kunnen zeggen dat hij een dwaas of een imbeciel was.

Voor mij, voor zover ik hem heb leren kennen, was en is hij een vrij man die als zodanig ook om zichzelf en alles wat God niet is, kan lachen.

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)



 

 

Mgr. Antonio Lucibello, in 1942 geboren in Spezzano Albanese (CS, Italië), werd op 23 juli 1967 priester gewijd. Na in diplomatieke dienst van de Heilige Stoel te zijn getreden werkte hij bij de pauselijke vertegenwoordiging van Panama, Ethiopië, Haïti, Argentinië, de ex-republiek Zaïre, de ex-federatie Joegoslavië, Griekenland en Ierland.

Na door Johannes Paulus II tot titulair bisschop van Thurio te zijn benoemd had hij de taak van apostolisch nuntius in Gambia, Guinea, Liberia en Sierra Leone. Van 1999 tot 2005 was hij apostolisch nuntius in Paraguay en ten slotte gedurende 10 jaar, tot 2015, in Turkije en Turkmenistan. Op het ogenblik is hij woonachtig in Rome. Op 21 juli 2017 was hij ter gelegenheid van zijn priesterjubileum hoofdcelebrant tijdens de eucharistieviering in de kathedraal van het aartsbisdom Rossano-Cariati en op 23 juli in de parochie Heilige Maria van de Karmel van Spezzano Albanese, zijn geboortedorp.  

 



16/02/2018

 
Website van de missionaire Gemeenschap Redemptor hominis